Een schilder beschermt en verfraait oppervlakken binnen- en buitenshuis: hij bereidt ondergronden voor, brengt primers, verf en behang aan en voert decoratieve technieken uit. Het is een ambacht dat vakmanschap, precisie en fysiek doorzettingsvermogen combineert, met steeds duurzamere materialen en professioneel gereedschap. In dit artikel lees je alles over de taken, opleiding, veiligheid en doorgroeimogelijkheden in het schildersvak. Wat dat aan salaris oplevert, lees je in wat een schilder verdient.
Wat doet een schilder in zijn werk?
Een schilder is verantwoordelijk voor het voorbereiden, beschermen en verfraaien van oppervlakken binnen en buiten een gebouw. Hij beoordeelt de staat van de ondergrond, kiest geschikte verf, lak of behangmaterialen en brengt deze vakkundig aan, bij nieuwbouw net zo goed als bij renovatie. Daarbij werkt hij zelfstandig of samen met collega's.
Bij nieuwbouw is de schilder vaak een van de laatste vakmensen die het werk afrondt; bij renovatie juist een van de eersten die de werkelijke staat van de constructie blootlegt. Die volgorde bepaalt hoeveel improvisatie en probleemoplossend vermogen het werk van hem vraagt.
- Voorbereiden van ondergronden: schuren, plamuren, kitten en ontvetten
- Aanbrengen van primers, grond- en afwerklagen verf of lak
- Behangen van wanden met diverse typen behang
- Spuiten van gevels, plafonds en industriële objecten
- Uitvoeren van decoratieve technieken zoals sponzen, glanderen of marmereffecten
- Inspecteren en rapporteren over de staat van ondergronden en gevels
- Werken met hoogwerkers, steigers en ladders op hoogte
Hoe ziet een werkdag van een schilder eruit?
Een werkdag begint met het inrichten van de werkplek: afdekken, afplakken en de ondergrond beoordelen voordat er verf wordt aangebracht. Daarna wordt geschuurd, geplamuurd en ontvet, waarna de eerste lagen verf, lak of grondlaag met kwast, rol of spuit worden aangebracht. Aan het einde wordt de werkplek schoongemaakt.
Buiten schilderen is weersafhankelijk; bij regen, vorst of felle zon ligt gevelwerk stil, terwijl binnenschilderwerk gewoon doorloopt. De normale werkdag duurt 7,5 uur, maar de cao SAVG staat toe dat een werkdag oploopt tot maximaal 12 uur, inclusief pauze, overwerk en reistijd. Bron: cao SAVG, artikel 12 arbeidsduur.
De werkomgeving wisselt voortdurend: de ene week een appartementencomplex in Amsterdam, de volgende een scheepswerf of productiefaciliteit. In de zomer kunnen overwerk of ploegendiensten nodig zijn, terwijl de winter meer nadruk legt op binnen- en industrieel werk.
Welk gereedschap en materiaal gebruikt een schilder?
Een schilder werkt met klassiek handgereedschap zoals kwasten, rollers, plamuurmessen en schuurpapier, aangevuld met elektrische schuurmachines, stofvrije afzuigsystemen en professionele airless- of HVLP-verfspuiten. Voor werk op hoogte gebruikt hij telescooplansen of gemotoriseerde hoogwerkers in plaats van een ladder, wat het werk sneller en veiliger maakt.
Op materiaalgebied is de verschuiving naar watergedragen producten de grootste trend van de afgelopen jaren: oplosmiddelhoudende verven en primers worden vervangen door watergedragen varianten met minder vluchtige organische stoffen. Sommige bedrijven werken al met digitale kleurpassingsapps en spectrofotometers om verfkleuren exact te mixen op basis van een foto of kleurcode van de opdrachtgever. Werkt een schilder ook aan glaszetwerk, dan gelden aparte tilnormen.
Glas van 25 kilogram of meer moet door minstens 2 personen worden geplaatst, glas boven de 50 kilogram mag alleen met hulpmiddelen worden vervoerd en boven de 100 kilogram is mechanische hulp altijd verplicht. Bron: cao SAVG, artikel 67 arbeidsomstandigheden.
Onder welke cao valt het werk van een schilder?
Het werk van een schilder valt in Nederland onder de cao Schilders-, Afwerkings-, Vastgoedonderhoud- en Glaszetbedrijf (SAVG), die geldt voor bedrijven waar schilderen, afwerken of glaszetten het hoofdbedrijf of een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormt. De normale arbeidsduur bedraagt 7,5 uur per dag en 37,5 uur per week.
Artikel 1 van de cao omschrijft het vak breed: "het aan of in roerende en onroerende goederen aanbrengen van verven, lak, coatings of soortgelijke producten, ongeacht de applicatiemethode- of techniek" valt onder de werkingssfeer, net als behangen, glaszetten en het isoleren van spouwmuren. Bron: cao SAVG, artikel 1 werkingssfeer.
Het loon wordt uitbetaald per loonperiode van 4 weken van 150 uur; de cao noemt zelf geen maandbedragen. Diezelfde loonperiode kent een maximum van 180 uur, waarboven overwerkregels gelden. Bron: cao SAVG, artikel 12 arbeidsduur.
Welke veiligheidsregels gelden er voor een schilder?
Veiligheid is in het schildersvak geen bijzaak: werken op hoogte, omgaan met chemische producten en tillen van zware materialen komen dagelijks voor. Werkgevers moeten persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken en een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie opstellen, terwijl schilders zelf op de meeste bouwlocaties een VCA-certificaat nodig hebben.
De cao is daarover expliciet: "De werkgever is verplicht aan zijn werknemers persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking te stellen." Gebruikt een schilder deze middelen desondanks niet, dan volgt eerst een schriftelijke waarschuwing en bij herhaling een boete van €100 tot €250. Bron: cao SAVG, artikel 68 persoonlijke beschermingsmiddelen.
Werkt een schilder boven de 2,50 meter, dan is valbeveiliging wettelijk verplicht; ook daaronder moet de werkgever maatregelen nemen zodra er valgevaar bestaat. Bron: Arboportaal, werken op hoogte.
Voor het omgaan met verf en oplosmiddelen hanteert de sector een vaste volgorde van maatregelen: "De STOP-strategie staat voor substitutie, technische maatregelen, organisatorische maatregelen en persoonlijke beschermingsmaatregelen." Langdurige blootstelling aan oplosmiddelen kan de zogeheten schildersziekte veroorzaken, een chronische aandoening aan het zenuwstelsel. Bron: Arboportaal, gevaarlijke stoffen.
Het VCA-B-diploma (Basisveiligheid) is 10 jaar geldig, daarna moet een schilder opnieuw examen doen bij een erkend examencentrum. Voor voormannen en uitvoerders geldt VCA-VOL als norm. Bron: SSVV, VCA-B.
Voor de wettelijk verplichte Risico-Inventarisatie en -Evaluatie kunnen werkgevers gebruikmaken van een speciaal voor de sector ontwikkelde Branche-RI&E, waarin oplossingen zijn vastgelegd voor schilderen, vastgoedonderhoud, glaszetten en metaalconservering. Bron: cao SAVG, artikel 66 arbeidsomstandighedenbeleid.
Welke specialisaties zijn er binnen het schildersvak?
Het schildersvak kent meerdere specialisaties met een eigen kennisbasis en vaak een hoger uurloon. Denk aan monumentenrestauratie met historische verftechnieken, brandwerende coatings op staalconstructies, industrieel coaten van tanks en pijpleidingen, decoratief schilderwerk zoals marmerimitaties en gevelrenovatie met hydrofoberen en gevelreiniging van steen- en betonoppervlakken.
- Monumentenrestauratie: werken aan rijksmonumenten vereist kennis van traditionele kalkverven en lijnolieverf
- Brandwerende coating: intumescerende verf op staalconstructies, wettelijk vereist in utiliteitsgebouwen
- Industrieel coaten: corrosiebescherming van tanks, bruggen en pijpleidingen met epoxy- en polyureethaan-systemen
- Decoratief schilderwerk: marmerimitaties, houtnerven en stucadeco voor luxe interieurprojecten
- Gevelrenovatie: hydrofoberen, gevelreiniging en impregneerbehandelingen van steen- en betonoppervlakken
Elke specialisatie vraagt om extra cursussen en praktijkervaring. Een industrieel coater met NACE- of FROSIO-certificering behoort tot de beterbetaalde vakmensen in de sector, en ook monumentenschilders zijn schaars en worden voor restauratieprojecten van ver gehaald.
Welke opleiding heb je nodig om schilder te worden?
De gebruikelijke weg naar het schildersvak loopt via mbo-opleidingen Schilderen, van niveau 1 tot en met 4, aangeboden door ROC's en vakscholen. Wie start als Schilder 1 werkt nog onder permanent toezicht; via Schilder 2 en Allround schilder groei je door naar zelfstandig werk aan alle voorkomende schilderklussen en specialisaties.
- Entreeopleiding Schilder (MBO niveau 1): basisintroductie voor mensen zonder startkwalificatie
- MBO niveau 2 — Medewerker Schilderen: uitvoerende taken onder toezicht
- MBO niveau 3 — Gezel Schilder: zelfstandig uitvoeren van schilderwerk en behangen
- MBO niveau 4 — Voorman/Meewerkend voorman Schilder: aansturen van collega's en plannen
- HBO Bouwkunde of UTA-opleiding: doorstroom naar uitvoerder, calculator of bedrijfsleider
De officiële functieomschrijvingen in de cao volgen diezelfde opbouw: een Schilder 1 werkt op MBO-niveau 1 onder permanent toezicht, een Allround schilder op MBO-niveau 3 zelfstandig aan alle voorkomende schilderklussen, en een Specialist schilder/restauratieschilder op MBO-niveau 3 met specialistische ervaring of MBO-niveau 4. Bron: cao SAVG, bijlage 3 functieomschrijvingen.
Daarnaast regelt de cao recht op bijscholing: een schilder heeft recht op gemiddeld 4 scholingsdagen per 24 maanden met behoud van loon om vakgerichte cursussen te volgen. Bron: cao SAVG, artikel 61 scholing.
Naast de formele mbo-opleiding worden certificaten steeds belangrijker, zoals SVOB voor industrieel schilderwerk en productspecifieke trainingen van verfproducenten. Werkgevers verwachten van ervaren schilders dat zij deze kwalificaties op peil houden.
Welke vaardigheden heeft een goede schilder?
Een goede schilder combineert technisch vakmanschap met een scherp oog voor detail en kleurinzicht. Fysieke belastbaarheid is onmisbaar: langdurig staan, bukken, knielen en werken op hoogte horen bij het dagelijkse werk. Klantgerichtheid weegt steeds zwaarder, omdat schilders vaak bij particulieren thuis werken en representatief moeten optreden.
- Nauwkeurigheid en oog voor detail bij afwerking en kleurmenging
- Kennis van verfsoorten, primers en ondergronden
- Veilig werken op hoogte (steigers, hoogwerkers, ladders)
- Klantgerichtheid en duidelijke communicatie op de werkplek
- Probleemoplossend vermogen bij beschadigde of afwijkende ondergronden
- Zelfstandig plannen en prioriteren van werkzaamheden
Met welke andere vakmensen werkt een schilder samen?
Het schildersvak raakt aan meerdere andere afwerkingsberoepen in de bouw. Een schilder werkt regelmatig samen met een stukadoor, die de ondergrond verwerkt waarna de schilder de afwerklaag verzorgt, en met een industrieel spuiter bij het spuiten van machineonderdelen, gevelelementen of voertuigen onder gecontroleerde omstandigheden op de bouwplaats.
Lees meer over wat een stukadoor doet, over wat een industrieel spuiter doet of over de samenwerking met een tegelzetter bij badkamer- en keukenprojecten.
Is schilder een knelpuntberoep met goede doorgroeimogelijkheden?
Schilder staat al jarenlang op de lijst van knelpuntberoepen: er zijn structureel meer vacatures dan beschikbare vakmensen, mede door vergrijzing en een grote renovatieopgave in de bouw. Wie kiest voor het schildersvak heeft daardoor vrijwel zeker werk en ziet reële kansen om door te groeien naar voorman, uitvoerder of eigen bedrijf.
- Leerling/stagiair: werken onder begeleiding, leren op de werkvloer
- Gezel Schilder: zelfstandig uitvoeren van opdrachten
- Voorman: coördineren van een klein team op de bouwplaats
- Uitvoerder: plannen en bewaken van meerdere projecten tegelijk
- Bedrijfsleider of eigenaar eigen schildersbedrijf
Technologie verandert het vak, maar vervangt de vakman voorlopig niet. Verfspuitrobots worden al ingezet bij grootschalige nieuwbouw voor gevelpanelen en plafonds, terwijl mensen onmisbaar blijven voor detail- en reparatiewerk, kleuradvies en het beoordelen van ondergronden.
Ben je benieuwd welke vacatures er momenteel beschikbaar zijn? Bekijk het actuele overzicht van vacatures in de schilders- en afwerkbranche en ontdek wat er in jouw regio openstaat.
Wat zijn veelgemaakte fouten in het schildersvak?
De meest voorkomende fout is het overslaan of slordig uitvoeren van de voorbehandeling: een slecht geschuurde of niet ontvette ondergrond zorgt ervoor dat verf binnen een paar jaar begint te bladderen of te barsten, ongeacht hoe goed de verf zelf is.
Een tweede veelgemaakte fout is het aanbrengen van te dikke lagen: die drogen ongelijkmatig en kunnen rimpelen of krimpen, terwijl de gouden regel juist meerdere dunne lagen is in plaats van één dikke. Ook een verkeerd ingeschatte droogtijd leidt tot slechte hechting en zichtbare reparaties later.
Buiten spelen weersomstandigheden een grotere rol dan mensen denken: verf aanbrengen bij hoge luchtvochtigheid, direct zonlicht of temperaturen onder vijf graden geeft vrijwel altijd tegenvallende resultaten. Een vakkundige schilder plant zijn werk daarom bewust rondom de weersvoorspelling.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
Een schilder werkt voornamelijk aan gebouwen en interieurs met kwast, rol of verfspuit. Een industrieel spuiter richt zich op het coaten van machines, constructies en voertuigen in gecontroleerde industriële omgevingen, met zwaardere eisen voor veiligheid en materiaalkennis.
De standaardroute is een mbo-opleiding Schilderen op niveau 2 of 3, aangeboden door ROC's en vakscholen. Wie wil doorgroeien naar voorman of uitvoerder stroomt door naar niveau 4 of een hbo-opleiding Bouwkunde.
Ja, schilder staat al meerdere jaren op de lijst van knelpuntberoepen. Er zijn structureel meer vacatures dan beschikbare gekwalificeerde schilders, mede door uitstroom van oudere vakmensen en groeiende renovatieopgaven in de bouw.
Absoluut. Veel schilders werken als zelfstandige ondernemer voor particulieren, woningcorporaties of aannemers. Als zzp'er stel je je eigen tarieven vast, maar je bent zelf verantwoordelijk voor verzekeringen, gereedschap en pensioenopbouw.
Een VCA-B diploma is 10 jaar geldig; daarna moet je opnieuw examen doen bij een erkend examencentrum om het te verlengen. Voor voormannen en uitvoerders geldt VCA-VOL als norm. Bron: SSVV, VCA-B.
Bronnen
- Bron: cao SAVG, artikel 12 arbeidsduur(fnv.nl)
- Bron: Arboportaal, werken op hoogte(arboportaal.nl)
- Bron: Arboportaal, gevaarlijke stoffen(arboportaal.nl)
- Bron: SSVV, VCA-B(ssvv.nl)



