Een elektromonteur verdient in 2026 gemiddeld tussen € 2.500 en € 3.900 bruto per maand bij een fulltime dienstverband, afhankelijk van niveau, ervaring en branche. Elektromonteurs zijn structureel schaars, en dat zie je terug in de lonen: wie doorgroeit naar allround monteur of een schaars specialisme beheerst, klimt snel richting de bovenkant van deze bandbreedte. Dit artikel zet de actuele salarisbandbreedtes voor 2026 op een rij, inclusief uurloon, cao-toeslagen, regionale verschillen en concrete manieren om sneller meer te gaan verdienen. Wil je eerst weten wat het werk precies inhoudt? Lees dan wat een elektromonteur doet.
Gemiddeld salaris van een elektromonteur in 2026
In 2026 verdient een elektromonteur grofweg tussen € 2.500 en € 3.900 bruto per maand bij een fulltime dienstverband van 36 tot 40 uur. Een tweede monteur of starter zit vaak rond € 2.500 – € 2.900, een eerste monteur tussen € 3.000 en € 3.500, en een allround of servicemonteur kan richting € 3.900 of hoger groeien. Netto houdt een elektromonteur, afhankelijk van toeslagen en pensioeninhouding, ruwweg € 1.900 tot € 2.900 per maand over.
Deze bandbreedte ligt in dezelfde orde van grootte als die van een installatiemonteur: beide vakgebieden vallen doorgaans onder dezelfde cao en dezelfde functieschalen, met kleine verschillen door specialisatie en branche.
Wat is het uurloon van een elektromonteur?
Omgerekend komt het maandsalaris neer op een bruto uurloon van ongeveer € 16 tot € 26, afhankelijk van niveau en ervaring. Wie via een uitzend- of detacheringsbureau werkt of veel overuren maakt, ligt daar in de praktijk vaak boven. Zelfstandige elektromonteurs (zzp) rekenen doorgaans hogere uurtarieven om eigen pensioen, verzekeringen en niet-declarabele uren te dekken, maar zij lopen ook meer risico bij een terugval in opdrachten.
Welke factoren bepalen je salaris?
Het salaris van een elektromonteur wordt bepaald door een combinatie van niveau, ervaring, branche, regio en toeslagen. Elke stap in deze lijst kan een paar honderd euro per maand schelen, en de effecten stapelen zich op naarmate je langer in het vak zit.
- Niveau: tweede, eerste of allround monteur
- Ervaring en behaalde certificaten (NEN 3140, NEN 3840, besturingstechniek)
- Branche: industrie en infra betalen vaak beter dan woningbouw
- Regio: in de Randstad liggen lonen gemiddeld iets hoger
- Toeslagen: ploegendienst, overwerk, consignatie- en storingsdiensten
Salaris per functieniveau
De loopbaan van een elektromonteur kent een duidelijke opbouw, van tweede monteur tot leidinggevende functies. Onderstaande schaal geeft een realistisch beeld van wat je in elk stadium mag verwachten bij een fulltime dienstverband.
- Tweede monteur / starter (0-2 jaar): € 2.500 – € 2.900 bruto per maand — je werkt onder begeleiding aan standaard installatiewerk
- Eerste monteur (2-5 jaar): € 3.000 – € 3.500 bruto per maand — je werkt zelfstandig en pakt complexere storingen en installaties op
- Allround / servicemonteur (5-10 jaar): € 3.500 – € 3.900 bruto per maand — je bent breed inzetbaar en vaak het aanspreekpunt op de bouwplaats of bij de klant
- Specialist hoogspanning of besturingstechniek (10+ jaar): € 3.900 – € 4.400 bruto per maand — je beheerst een schaars specialisme met hoge vraag
- Werkvoorbereider, uitvoerder of ploegleider: € 4.000 – € 4.800 bruto per maand — je combineert vakkennis met planning en aansturing van een team
Cao en arbeidsvoorwaarden elektromonteur
De meeste elektromonteurs vallen onder de cao Metaal & Techniek (Technisch Installatiebedrijf). Die cao bepaalt de salarisschalen per functiegroep, het aantal vakantiedagen en de opbouw van pensioen via het Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT). Cao-lonen stijgen doorgaans jaarlijks mee met inflatie en cao-onderhandelingen: in de sector industrie lagen de cao-lonen in 2025 gemiddeld 5,7 procent hoger dan een jaar eerder, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Reken bij het vergelijken van vacatures dus niet alleen het brutosalaris mee, maar ook de cao-afspraken over toeslagen en pensioenopbouw.
Naast pensioen en vakantiedagen regelt de cao vaak ook een opleidingsbudget, een vergoeding voor werkkleding en veiligheidsschoenen, en soms een vaste eindejaarsuitkering. Sommige werkgevers bieden bovenop de cao een servicebus met eigen gereedschap, een telefoon of een leaseauto voor monteurs die veel op locatie werken. Vraag bij een sollicitatiegesprek altijd naar het volledige arbeidsvoorwaardenpakket, niet alleen naar het kale bruto maandsalaris.
Toeslagen en extra's
Het brutosalaris vertelt niet het hele verhaal. Veel elektromonteurs ontvangen ploegentoeslagen, een reiskostenvergoeding, een servicebus, pensioenopbouw via PMT en een opleidingsbudget. Deze toeslagen kunnen bij structureel onregelmatig werk honderden euro's per maand extra opleveren.
Ploegendienst
Wie in ploegendienst werkt, ontvangt doorgaans een toeslag van 10 tot 35 procent op het uurloon, afhankelijk van het dienstrooster. Een vroege of late dienst levert meestal een lagere toeslag op dan een nachtdienst, waarbij percentages richting de bovenkant van de bandbreedte gebruikelijk zijn.
Consignatie en storingsdienst
Consignatiediensten houden in dat je buiten je reguliere uren beschikbaar moet zijn voor storingen en spoedklussen, en daar staat een aparte vergoeding tegenover, los van het uurloon dat je krijgt zodra je daadwerkelijk wordt opgeroepen. Dit type toeslag komt veel voor bij elektromonteurs die op industrieel terrein of in de utiliteit werken, en is vergelijkbaar met wat een storingsmonteur aan beschikbaarheidsvergoeding ontvangt.
Specialisaties die beter betalen
Specialisatie is de snelste route naar een hoger salaris als elektromonteur. Wie een schaars certificaat haalt, is minder makkelijk vervangbaar en heeft meer onderhandelingsruimte bij een nieuwe baan of loononderhandeling.
Hoogspanning en besturingstechniek
Monteurs die zich specialiseren in hoogspanningswerk of besturingstechniek (PLC's, schakelkasten) verdienen doorgaans aan de bovenkant van de bandbreedte, omdat deze kennis schaars is en veel voorkomt in de industrie. Vergelijkbare specialistische paden zie je terug bij een paneelbouwer, waar kennis van schakelkasten en besturingstechniek eveneens direct doorwerkt in het loon.
Laadinfra en verduurzaming
Door de energietransitie groeit de vraag naar elektromonteurs die laadpalen, zonnepanelen en warmtepompen kunnen aansluiten. Dit is relatief nieuw werk waar bedrijven vaak een meerprijs voor betalen aan monteurs met de juiste papieren, vergelijkbaar met het loon van een laadpaalmonteur.
Regionale verschillen
In de Randstad liggen de lonen van elektromonteurs gemiddeld iets hoger dan in de rest van Nederland. Dit hangt samen met hogere kosten voor werkgevers en een grotere concentratie van industrie, datacenters en grootschalige bouwprojecten in en rond de grote steden. In landelijke gebieden is het basissalaris soms iets lager, maar compenseren werkgevers dit vaker met reiskostenvergoeding of extra secundaire voorwaarden om personeel te binden in een krappe arbeidsmarkt.
Ook binnen een regio kunnen de verschillen groot zijn. Een elektromonteur bij een groot industrieel bedrijf of op een havenlocatie verdient doorgaans meer dan een collega bij een klein installatiebedrijf in de woningbouw, ook al zitten beide vestigingen in dezelfde provincie. Vergelijk daarom niet alleen op regio, maar ook op sector en bedrijfsgrootte wanneer je vacatures naast elkaar legt.
Zzp of loondienst: wat levert meer op?
In loondienst heb je zekerheid: een vaste cao-schaal, doorbetaling bij ziekte, pensioenopbouw via PMT en recht op WW bij ontslag. Als zzp'er reken je een hoger bruto uurtarief, maar draag je zelf de kosten voor pensioen, verzekeringen en periodes zonder opdrachten. Voor de meeste elektromonteurs die net starten of nog geen breed netwerk hebben, is loondienst financieel het minst risicovolle pad; ervaren specialisten met een vast klantennetwerk kunnen als zzp'er wel een hoger netto-inkomen realiseren.
Een belangrijk verschil zit ook in de continuïteit van opdrachten. Loondienst geeft een voorspelbaar inkomen ongeacht drukte, terwijl een zzp'er in rustige periodes zonder facturabele uren zit. Wie overweegt de overstap te maken, doet er goed aan eerst een aantal maanden bij te houden hoeveel uur daadwerkelijk declarabel is, inclusief tijd voor administratie, materiaalinkoop en acquisitie, voordat een tarief wordt vastgesteld.
Opleiding en instroom in het vak
De weg naar een baan als elektromonteur loopt meestal via een mbo-opleiding elektrotechniek op niveau 2, 3 of 4, gevolgd via de BOL- of BBL-route. Bij BBL werk je vier dagen bij een erkend leerbedrijf en volg je een dag per week onderwijs, wat in de praktijk al een leerlingensalaris oplevert naast het diploma. BBL of BOL legt uit welke leerroute het beste past bij jouw situatie, ook als je via zij-instroom de overstap naar de techniek overweegt.
Naast het diploma bepalen aanvullende certificaten hoe snel je doorgroeit en welk salaris daarbij hoort. NEN 3140 (veilig werken aan elektrische installaties) en NEN 3840 (hoogspanning) zijn in veel functies verplicht, en werkgevers vergoeden de bijscholing hiervoor doorgaans volledig. Een compleet overzicht van veelgevraagde certificaten in de techniek staat in welke certificaten heb je nodig in de techniek.
Salarisonderhandeling als elektromonteur
Een goede voorbereiding is de sleutel tot een succesvolle salarisonderhandeling. Breng eerst de actuele bandbreedte voor jouw niveau, regio en branche in kaart en vergelijk die met je huidige salaris. Verzamel vervolgens concrete voorbeelden van momenten waarop je boven je functieniveau hebt gepresteerd, zoals een storing die je zelfstandig hebt opgelost, een project dat je hebt afgerond zonder toezicht, of een certificaat dat je onlangs hebt behaald.
Kies bovendien het juiste moment: vlak na een geslaagd project, bij een functioneringsgesprek, of wanneer je een concreet tegenbod van een andere werkgever hebt. Vraag niet alleen naar een hoger basissalaris, maar ook naar secundaire voorwaarden zoals een opleidingsbudget, extra vakantiedagen of een leaseauto. Werkgevers die niet kunnen schuiven met het basissalaris bieden op die punten vaak wel ruimte.
Hoe ga je meer verdienen als elektromonteur?
Er zijn concrete stappen die direct invloed hebben op je salaris als elektromonteur, van doorgroeien in functie tot het kiezen van de juiste branche.
- Groei door van tweede naar eerste en daarna allround monteur
- Behaal certificaten in een schaars specialisme (hoogspanning, besturingstechniek, laadinfra)
- Kies een goedbetalende branche, zoals industrie, offshore of olie & chemie
- Overweeg ploegendienst of consignatie voor extra toeslagen
- Stap door naar werkvoorbereider, servicetechnicus of uitvoerder
Twijfel je nog welke stap het beste bij jouw situatie past? Bekijk de actuele vacatures voor elektromonteurs om te zien welk salaris en welke arbeidsvoorwaarden bedrijven op dit moment bieden.
Vooruitzichten voor elektromonteurs
De vooruitzichten voor elektromonteurs blijven sterk. De technische installatiebranche kampt structureel met een krappe arbeidsmarkt, zo meldt Techniek Nederland, en dat tekort aan vakmensen groeit eerder dan dat het afneemt door de energietransitie en verduurzamingsopgave. Beroepen in de energie- en installatietechniek horen bovendien bij de sectoren met de meeste kansrijke functies, blijkt uit de arbeidsmarktinformatie van UWV. Voor elektromonteurs betekent dit dat salarissen de komende jaren naar verwachting verder blijven stijgen, vooral voor wie zich specialiseert in hoogspanning, besturingstechniek of duurzame installaties.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
De salarissen liggen dicht bij elkaar, maar elektromonteurs met schaarse certificeringen (zoals hoogspanning of besturingstechniek) verdienen vaak iets meer door de hoge vraag naar die specialismen. Beide beroepen vallen doorgaans onder dezelfde cao en kennen vergelijkbare doorgroeipaden.
De meeste elektromonteurs vallen onder de cao Metaal & Techniek (Technisch Installatiebedrijf). Die cao bepaalt onder andere de salarisschalen, toeslagen en het aantal vakantiedagen, en regelt de pensioenopbouw via PMT.
Een zzp-elektromonteur rekent doorgaans een hoger bruto uurtarief dan een collega in loondienst, om eigen pensioen, verzekeringen en niet-declarabele uren te dekken. Netto hangt het inkomen sterk af van de bezettingsgraad en het aantal opdrachten per jaar, waardoor het lastiger te generaliseren is dan een vast maandsalaris.
Certificaten als NEN 3140 en NEN 3840 zijn een basisvereiste voor veilig werken aan elektrische installaties, maar leveren op zichzelf geen directe loonsprong op. Aanvullende specialisaties in hoogspanning, besturingstechniek of laadinfra maken je wel schaarser en versterken je positie bij een salarisonderhandeling of nieuwe baan.
Ja, een veelgebruikte route is van tweede monteur naar eerste monteur, allround monteur en uiteindelijk werkvoorbereider, servicetechnicus of uitvoerder. Elke stap brengt meer verantwoordelijkheid en planningstaken met zich mee, en een hoger salaris dat daarbij past.
Bronnen
- CBS(cbs.nl)
- Techniek Nederland(technieknederland.nl)
- UWV(uwv.nl)


