Ga naar hoofdinhoud
Opleiding

Wat kost omscholen naar de techniek en wie betaalt dat?

Norick Engberts· Specialist techniek9 min lezen
Wat kost omscholen naar de techniek en wie betaalt dat? aan het werk in een technische omgeving

Omscholen naar een technisch beroep kost via de BBL-route meestal maar een paar honderd euro cursusgeld per jaar, terwijl een voltijdse BOL-opleiding zo'n € 1.458 lesgeld per jaar kost — en in beide gevallen springen werkgevers, sectorfondsen of het UWV vaak (deels) bij. Wie precies de rekening betaalt, hangt af van jouw situatie: werk je en leer je tegelijk zoals bij zij-instromen in de techniek, dan draagt je leerbedrijf een flink deel van de kosten. Ben je werkzoekend, dan kan het UWV scholing vergoeden. Dit artikel zet de kosten per route op een rij, inclusief de subsidies die in 2026 beschikbaar zijn.

Wat kost omscholen naar de techniek per opleidingsroute?

De kosten verschillen sterk per route: een BBL-traject kost je enkele honderden euro's cursusgeld per jaar plus eventueel reiskosten, een voltijdse BOL-opleiding kost het wettelijke lesgeld van circa € 1.458 per jaar zonder dat je salaris ontvangt, en een EVC-traject kost gemiddeld enkele honderden tot ruim duizend euro per traject maar bespaart vaak maanden studietijd. Welke route het voordeligst is, hangt dus niet alleen af van de prijs op papier, maar ook van wat je ernaast verdient of juist misloopt terwijl je omschoolt. Reken bij een traject van twee jaar altijd het cursus- of lesgeld twee keer mee, plus de kosten voor werkkleding, gereedschap en eventuele reisafstand naar het leerbedrijf of de schoollocatie.

Bij een BBL-opleiding werk je vier dagen per week bij een erkend leerbedrijf en ga je één dag naar school, waardoor je alleen cursusgeld aan de school betaalt en geen lesgeld. Volgens Rijksoverheid.nl bedraagt het cursusgeld voor bbl-niveau 1 en 2 € 303 en voor niveau 3 en 4 € 735 per jaar, terwijl je tegelijk een leerlingsalaris ontvangt van je werkgever. Over een volledige tweejarige opleiding tel je dit bedrag dus twee keer, wat neerkomt op € 606 tot € 1.470 in totaal — en dan nog vaak zonder dat je er zelf iets van merkt, omdat veel leerbedrijven dit cursusgeld rechtstreeks aan de school betalen bovenop je salaris. Hoeveel je tijdens de opleiding verdient, hangt af van je leeftijd en leerjaar; een compleet overzicht vind je in het artikel over bbl-salaris per leeftijd.

Bij een voltijdse BOL-opleiding betaal je het wettelijke lesgeld van circa € 1.458 per jaar aan DUO, maar ontvang je geen salaris omdat je geen leerwerkplek hebt maar stages loopt. Het echte prijsverschil met BBL zit 'm dus niet alleen in het les- versus cursusgeld, maar vooral in de gemiste inkomsten: waar je bij BBL tijdens de opleiding al een leerlingsalaris ontvangt, moet je bij BOL de studieperiode overbruggen met spaargeld, studiefinanciering of een bijbaan naast je stage. Dat maakt BOL financieel zwaarder dan BBL, al biedt het wel een voller lesprogramma en meer ruimte om je te oriënteren voordat je een specialisatie kiest. Voor de meeste zij-instromers met een hypotheek of gezin is BBL daardoor de gangbaardere keuze; het volledige verschil tussen beide routes staat uitgewerkt in BBL of BOL in de techniek.

Een EVC-traject (Erkenning van Verworven Competenties) kost, afhankelijk van de aanbieder, enkele honderden tot ruim duizend euro, maar kan je opleidingsduur met maanden verkorten omdat eerder opgedane werkervaring wordt erkend als onderdeel van je diploma. Een assessor beoordeelt tijdens dit traject je praktijkervaring aan de hand van portfolio's, praktijkopdrachten en gesprekken, en stelt vast welke onderdelen van het mbo-examen je al beheerst. In de installatiebranche vergoedt sectorfonds Wij Techniek tot € 1.400 per volledig afgerond EVC-traject, waardoor de kosten voor de werknemer vaak nagenoeg verdwijnen. Hoe zo'n traject in zijn werk gaat en wat je ervoor moet aanleveren, lees je in het artikel over het EVC-traject naar een mbo-diploma.

Welke subsidies zijn er in 2026 voor omscholen naar de techniek?

In 2026 draait subsidie voor omscholen vooral om twee sporen: de SLIM-subsidie voor werkgevers en sectorfondsen die rechtstreeks aan werkgevers en werknemers uitkeren, nu het centrale STAP-budget voor particulieren is stopgezet. Dat betekent dat je voor financiering vaker afhankelijk bent van je (toekomstige) werkgever of van de branche waarin je instroomt dan van een regeling die je zelf rechtstreeks als particulier aanvraagt. Informeer daarom bij elke sollicitatie of stage-intake actief naar welke scholingsbudgetten een werkgever al gebruikt, want lang niet elk bedrijf communiceert dit uit zichzelf.

De SLIM-subsidie vergoedt mkb-werkgevers een deel van de kosten om leren en ontwikkelen op de werkvloer te stimuleren, bijvoorbeeld voor een opleidings- en ontwikkelplan, loopbaanadvies voor personeel of het opzetten van een leerwerktraject (de 'derde leerweg'). Volgens Rijksoverheid.nl kunnen mkb-bedrijven en samenwerkingsverbanden de subsidie in 2026 in twee aanvraagperiodes aanvragen. Vraag bij een sollicitatie gerust na of een werkgever deze subsidie gebruikt om jouw omscholingstraject (mede) te financieren — voor jou als kandidaat maakt dat de instap goedkoper, ook al vraag je de subsidie niet zelf aan.

Sectorfondsen zoals Wij Techniek in de installatiebranche keren directe vergoedingen uit aan werkgevers en werknemers voor opleiding en begeleiding van zij-instromers. Concreet gaat het volgens Techniek Nederland om een vergoeding van € 1.400 voor een EVC-traject, € 700 per halfjaar voor de begeleiding van een leerling-werknemer, een persoonlijk ontwikkelvoucher van € 1.500 en een opleidingsbudget van € 1.000 per bedrijf plus € 100 per medewerker. Andere technische branches kennen vergelijkbare, maar niet identieke fondsen: de metaalsector regelt scholing via afspraken in de cao, en de bouw via het eigen O&O-fonds van Bouwend Nederland. Informeer dus altijd bij het O&O-fonds van de specifieke branche waarin je wilt instromen, want de bedragen en voorwaarden lopen uiteen.

Omscholen met behoud van je WW-uitkering: wat betaalt het UWV?

Met toestemming van het UWV kun je tijdens je WW-uitkering een opleiding volgen zonder dat je je uitkering verliest, mits de opleiding via het UWV is ingekocht en nodig is om weer aan het werk te komen. Volgens UWV vergoedt het UWV in dat geval ook leermiddelen en reiskosten, en kun je tijdelijk vrijstelling van de sollicitatieplicht krijgen zodat je je volledig op de opleiding kunt richten. Kies je voor een opleiding die niet via het UWV is goedgekeurd, dan blijft de sollicitatieplicht gewoon gelden en moet je aangeboden werk accepteren, ook als dat je opleiding onderbreekt. Vraag toestemming altijd vooraf aan via een werkmapbericht in Mijn UWV — achteraf goedkeuring krijgen lukt in de praktijk zelden. Het volledige aanvraagproces, inclusief welke opleidingen in aanmerking komen en hoe lang de vrijstelling duurt, staat beschreven in omscholen met behoud van WW.

Is een BBL-opleiding echt gratis?

Een BBL-opleiding is niet volledig gratis, maar in de praktijk betaal je vaak weinig tot niets zelf. Het cursusgeld ligt met € 303 tot € 735 per jaar al veel lager dan het lesgeld van een BOL-opleiding, en veel leerbedrijven betalen dit bedrag bovenop je salaris ook nog rechtstreeks aan school via een derdenmachtiging. Ben je jonger dan 18 op 1 augustus van het schooljaar, dan hoef je zelfs helemaal geen cursusgeld te betalen. De kostenposten die overblijven zijn meestal klein en persoonlijk: werkkleding, eigen gereedschap, vakliteratuur en reiskosten naar het leerbedrijf. Ook die worden in veel cao's in de techniek geheel of gedeeltelijk vergoed, dus vraag hier tijdens je sollicitatiegesprek expliciet naar voordat je een leerwerkovereenkomst tekent.

Wie betaalt uiteindelijk de rekening: jij, je werkgever of de overheid?

In de meeste gevallen delen drie partijen de rekening: jijzelf via een beperkte eigen bijdrage, je (toekomstige) werkgever via cursusgeld of salaris tijdens een BBL-traject, en de overheid of een sectorfonds via subsidie. Wie welk deel betaalt, verschilt per situatie, en het loont daarom om je eigen omstandigheden goed in kaart te brengen voordat je een route kiest.

  • Werkend en omscholend via je huidige werkgever: die betaalt vaak cursusgeld en kan gebruikmaken van de SLIM-subsidie of een sectorfonds om jouw ontwikkeling te financieren.
  • Werkzoekend met een WW-uitkering: het UWV kan scholing vergoeden en je uitkering laten doorlopen, zolang de opleiding vooraf is goedgekeurd en via het UWV is ingekocht.
  • 40-plusser die overstapt vanuit een ander vakgebied: extra begeleiding en een realistische planning zijn dan minstens zo belangrijk als geld; lees daarover omscholen naar techniek op je 40e of 50e.
  • Instromer zonder enig diploma: sommige technische functies vragen geen vooropleiding en betalen je meteen een startsalaris terwijl je op de werkvloer leert, zie technische banen zonder diploma.

Hoe kies je de goedkoopste route naar een technisch beroep?

De goedkoopste route is voor de meeste mensen BBL, omdat je tijdens het leren al verdient en het cursusgeld laag is — tenzij een WW-uitkering, een lopende sectorsubsidie of een specifieke werkgeversregeling een andere route juist voordeliger maakt. Ga daarom eerst na welke financiering al voor jou beschikbaar is voordat je een keuze maakt: check bij een uitkering wat het UWV vergoedt, vraag bij een sollicitatiegesprek expliciet naar cursusgeldvergoeding en sectorfondsen, en vergelijk pas daarna de netto-kosten van BBL, BOL en EVC voor jouw specifieke situatie en leeftijd. Reken ook door wat de overstap je op de langere termijn oplevert: eenmaal gediplomeerd verdien je de gemaakte kosten doorgaans snel terug, omdat de vraag naar technische vakmensen groot blijft en salarissen na een paar jaar ervaring flink kunnen stijgen. Gebruik de gratis Banenscan om te ontdekken welk technisch beroep en welke instaproute het beste bij jouw achtergrond passen.

#omscholing#subsidies#BBL#opleiding#financiering

Was dit artikel nuttig?

Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Norick Engberts

Specialist techniek bij MijnTechCarrière

Veelgestelde vragen

In principe ben jij als student verantwoordelijk voor het cursusgeld, maar in de praktijk betalen veel leerbedrijven dit bedrag via een derdenmachtiging rechtstreeks aan de school. Vraag dit expliciet na voordat je een leerwerkovereenkomst tekent, want als je werkgever het niet regelt, verhaalt de school het bedrag alsnog op jou.

Nee, sectorfondsen zoals Wij Techniek zijn gekoppeld aan een arbeidsovereenkomst binnen de branche, dus zzp'ers vallen daarbuiten. Als zelfstandige kun je scholingskosten meestal wel als bedrijfskosten opvoeren bij de Belastingdienst, en soms via een samenwerkingsverband alsnog aanspraak maken op de SLIM-subsidie.

Ja, elke branche heeft een eigen opleidingsfonds met eigen bedragen en voorwaarden. De installatiebranche kent Wij Techniek, de metaalsector regelt scholing via afspraken in de cao Metaal en Techniek, en de bouw kent weer andere regelingen via het eigen O&O-fonds. Informeer daarom altijd bij de sector waarin je wilt instromen.

Ja, als je een bijstandsuitkering ontvangt, kan de gemeente vergelijkbare scholingsbudgetten en re-integratietrajecten aanbieden als het UWV doet bij een WW-uitkering. De voorwaarden en het beschikbare budget verschillen per gemeente, dus vraag dit na bij je klantmanager werk en inkomen.

Ja, een BBL-contract is een gewoon arbeidscontract, dus een bijbaan of extra uren zijn in principe toegestaan zolang je lesuren en praktijkuren niet in het gedrang komen. Overleg dit wel met je leerbedrijf, want sommige cao's of leerwerkovereenkomsten stellen een maximum aan het aantal uren per week.

Lees ook