Een zzp-tegelzetter rekent in 2026 gemiddeld tussen de 40 en 70 euro per uur exclusief btw, met uitschieters tot boven de 70 euro bij specialistisch werk in de Randstad. Dat is fors meer dan het bruto uurloon van 14 tot 22 euro dat een tegelzetter in loondienst verdient, maar het is geen appels-met-appels vergelijking: als zelfstandige betaal je zelf je pensioen, verzekeringen, materiaal en niet-declarabele uren. In dit artikel reken je uit wat er na aftrek van kosten en belasting daadwerkelijk overblijft, en hoe dat zich verhoudt tot wat een tegelzetter in loondienst verdient. Wie de overstap overweegt, leest eerst best hoe je tegelzetter wordt en welke stappen daarbij horen.
Uurtarief zzp-tegelzetter: de bandbreedtes
Het gangbare uurtarief van een zzp-tegelzetter ligt in 2026 tussen de 40 en 70 euro exclusief btw, afhankelijk van ervaring, specialisatie en regio. Startende zelfstandigen die net de overstap uit loondienst hebben gemaakt, rekenen vaak nog aan de onderkant van die bandbreedte, rond de 40 tot 50 euro, simpelweg omdat een portfolio en klantenkring nog moeten groeien. Ervaren vakmannen met een sterke reputatie en wachtlijst vragen 55 tot 65 euro, en specialisten die zich toeleggen op luxe badkamers, grote formaattegels of mozaïekwerk overschrijden de 70 euro per uur bij particuliere opdrachtgevers in de Randstad.
Deze cijfers zijn consistent met de bandbreedte van 40 tot 65 euro die ook in het loondienst-salarisoverzicht van het vak wordt genoemd, met pieken boven de 70 euro voor exclusieve projecten. Het verschil met loondienst is dat je als zzp'er dat tarief zelf stelt en dus ook zelf verantwoordelijk bent voor het vullen van je agenda. Wie voor het eerst een tarief moet bepalen, doet er goed aan de praktische opstartstappen in zzp'er worden in de techniek door te nemen, van KVK-inschrijving tot verzekeringen en tariefopbouw.
Specialisatie is de belangrijkste hefboom voor een hoger uurtarief. Generalisten die standaard vloer- en wandtegels leggen in nieuwbouwprojecten zitten vaak op 40 tot 50 euro, omdat dat werk relatief voorspelbaar is en er meer aanbieders zijn. Zzp'ers die zich specialiseren in grote formaattegels (60x120 cm of groter), natuursteen, mozaïek of waterdichte afwerkingen in badkamers en zwembaden kunnen 60 tot 75 euro rekenen, omdat die klussen meer precisie en een hoger risico op fouten kennen.
- Standaard vloer- en wandtegels (nieuwbouw): 40-50 euro per uur
- Badkamerrenovaties en maatwerk: 50-60 euro per uur
- Grote formaattegels en natuursteen: 55-65 euro per uur
- Mozaïek, historische restauratie en luxe interieurs: 65-75+ euro per uur
M2-tarieven: werken per vierkante meter
Veel zzp-tegelzetters factureren niet per uur maar per vierkante meter, met tarieven die doorgaans tussen de 35 en 65 euro per m2 liggen exclusief materiaal en btw. Eenvoudige rechte vloertegels in een grote, vrije ruimte zitten aan de onderkant, rond de 35 tot 45 euro per m2, omdat de leg snel gaat en er weinig versnijdingen nodig zijn. Complexe patronen, diagonaal leggen, kleine badkamers met veel hoeken en het combineren van meerdere tegelformaten duwen het tarief richting 50 tot 65 euro per m2.
Het voordeel van werken per m2 is voorspelbaarheid voor de klant en een prikkel voor de tegelzetter om efficiënt te werken. Het risico is dat onvoorziene complicaties — een oneffen ondergrond die eerst geëgaliseerd moet worden, of een klant die halverwege het tegelformaat wijzigt — niet automatisch worden gecompenseerd. Ervaren zzp'ers rekenen dat risico daarom vooraf in, of werken met een basis m2-tarief plus een uurtarief voor extra werkzaamheden zoals egaliseren en waterdicht maken.
Bruto uurtarief versus wat je netto overhoudt
Van een bruto uurtarief van 50 euro houdt een zzp-tegelzetter netto meestal 25 tot 35 euro per uur over, nadat kosten en belasting zijn afgetrokken. Dat is een fors lager bedrag dan het factuurtarief doet vermoeden, en de reden waarom veel starters de overstap naar zzp verkeerd inschatten. Drie grote kostenposten drukken het bruto tarief naar een netto resultaat: bedrijfskosten, belasting en niet-declarabele uren.
Bedrijfskosten voor gereedschap, transport, werkkleding en verzekeringen tellen structureel op tot enkele honderden euro's per maand. Een auto of bus met gereedschap, natte zaag, slijptol en verbruiksmateriaal zoals lijm en voegmiddel moeten uit het tarief worden betaald. Daarnaast is een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor de meeste zzp'ers verstandig: de overheid biedt zelf geen automatische dekking bij ziekte, maar wijst zelfstandigen op opties als een private AOV, een collectieve verzekering via een brancheorganisatie, vrijwillige verzekering bij het UWV of deelname aan een broodfonds (Rijksoverheid: verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid). Een AOV kost afhankelijk van leeftijd en dekking al snel 150 tot 300 euro per maand, wat op jaarbasis flink drukt op het netto resultaat.
Belasting neemt het grootste deel van het bruto inkomen weg, al biedt de zelfstandigenaftrek nog altijd een fiscaal voordeel voor ondernemers die aan het urencriterium voldoen. In 2026 bedraagt de zelfstandigenaftrek 1.200 euro voor wie nog geen AOW-leeftijd heeft bereikt, tegen een belastingvoordeel van circa 37,56%, goed voor een aftrek van ruim 450 euro op de uiteindelijke belasting (Belastingdienst: zelfstandigenaftrek 2026). Dat is aanzienlijk minder dan een paar jaar geleden, toen de aftrek nog boven de 2.000 euro lag, en het onderstreept dat je als zzp-tegelzetter een reële belastingdruk van 30 tot 40% op je winst moet aanhouden voor de inkomstenbelasting.
Niet-declarabele uren zijn de stille winstvreter in het uurtarief van elke zelfstandige. Offertes opstellen, materiaal ophalen bij de groothandel, klantcontact onderhouden, facturen versturen en de administratie bijhouden kosten al snel vijf tot tien uur per week die je niet kunt factureren. Wie 40 uur beschikbaar is maar effectief 32 uur declarabel werkt, verdient in de praktijk 20% minder dan het uurtarief suggereert. De best verdienende zzp-tegelzetters houden dit bewust bij en verwerken die tijd impliciet in een net iets hoger uurtarief.
Een zzp-tegelzetter die 50 euro per uur factureert en gemiddeld 30 declarabele uren per week draait, haalt op jaarbasis een omzet van ruwweg 70.000 euro na aftrek van vakantieweken en onbetaalde ziektedagen. Trek daar 15.000 tot 20.000 euro bedrijfskosten vanaf voor materiaal, transport, verzekeringen en gereedschap, en er resteert een winst van 50.000 tot 55.000 euro. Na de zelfstandigenaftrek en inkomstenbelasting blijft daarvan netto meestal 32.000 tot 38.000 euro per jaar over, oftewel 2.700 tot 3.100 euro per maand — vergelijkbaar met, maar niet per definitie hoger dan, het maandinkomen van een ervaren tegelzetter in loondienst.
Vergelijking met loondienst: wat levert meer op?
Een medior tegelzetter in loondienst met een bruto maandsalaris van 3.200 euro zit qua nettoresultaat dicht bij een zzp'er die 50 tot 55 euro per uur factureert bij een volle agenda, maar de zekerheid ligt bij loondienst. In loondienst krijg je automatisch vakantiegeld, doorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw via de werkgever geregeld, terwijl een zzp'er die kosten zelf uit het uurtarief moet halen. Bekijk voor een volledig beeld ook wat een tegelzetter in loondienst per maand verdient, inclusief cao-toeslagen en secundaire arbeidsvoorwaarden.
Tegelzetters vallen in loondienst doorgaans onder de cao Afbouw, die per 1 februari 2026 een loonsverhoging van 3,5% plus 30 euro per maand kent, met een extra verhoging van de vergoedingen en toeslagen van 4,5% (FNV: nieuwe cao Afbouw 2026). Die structurele stijging maakt loondienst een steeds serieuzer alternatief voor wie twijfelt over de risico's van zelfstandig ondernemerschap. Zzp'ers profiteren niet automatisch van cao-verhogingen; zij moeten hun tarief zelf jaarlijks bijstellen om gelijke tred te houden met de markt. De bredere afweging tussen beide routes, los van het tegelzettersvak, komt uitgebreid terug in zzp of loondienst als monteur: wat levert meer op?.
Wie beide routes serieus overweegt, doet er goed aan het aanbod aan vacatures voor vakmensen in de afbouw en bouw te bekijken om te zien wat werkgevers momenteel bieden, en dat te vergelijken met wat een volle zzp-agenda realistisch oplevert.
Starten als zzp-tegelzetter: praktische stappen
Starten als zzp-tegelzetter begint met een inschrijving bij de KVK, gevolgd door het regelen van verzekeringen, materiaal en je eerste opdrachten. De KVK rekent voor de inschrijving in het Handelsregister een eenmalige vergoeding van 85,15 euro, die fiscaal aftrekbaar is als ondernemerskosten (KVK: inschrijfvergoeding). Na inschrijving krijg je een btw-nummer en kun je facturen sturen.
- Schrijf je in bij de KVK als eenmanszaak (85,15 euro eenmalig) en ontvang je btw-nummer.
- Regel een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) en overweeg een AOV tegen arbeidsongeschiktheid.
- Stel een reëel uurtarief of m2-tarief vast op basis van je kostprijs, gewenste netto-inkomen en marktprijzen in je regio.
- Bouw een klantenkring op via referenties, aannemers en online zichtbaarheid, of oriënteer je eerst op de banenscan om te zien welke richting binnen het vak het beste bij je past.
- Houd urenregistratie bij voor het urencriterium (1.225 uur per jaar) om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek.
Risico's en onzekerheden van zzp-werk
Het grootste risico van zzp-werk is inkomensonzekerheid: geen opdrachten betekent geen inkomen, en dat verschil met loondienst wordt onderschat door starters. Seizoensinvloeden spelen ook mee — in de bouw en afbouw liggen de eerste maanden van het jaar en de zomervakantie vaak wat rustiger, terwijl het najaar en de periode voor de feestdagen drukker zijn met opleveringen. Een zzp'er die geen buffer aanhoudt voor rustige periodes, loopt het risico op cashflow-problemen precies wanneer de belastingaanslag binnenkomt.
Late betalingen door klanten of aannemers, afhankelijkheid van een klein aantal grote opdrachtgevers en het ontbreken van automatische pensioenopbouw zijn andere factoren die het zzp-bestaan minder zeker maken dan loondienst. Wie deze risico's serieus afweegt tegen het hogere uurtarief, komt vaak tot de conclusie dat de eerste jaren als zzp'er het verstandigst zijn te combineren met een goed gevulde opdrachtenpijplijn en een financiële buffer van minimaal drie maanden vaste lasten.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.
Norick Engberts
Specialist techniek bij MijnTechCarrière
Veelgestelde vragen
Ja, een particuliere klant betaalt een zzp-tegelzetter direct 40 tot 70 euro per uur, terwijl een aannemer met personeel in loondienst dat uurtarief intern verrekent in een projectprijs. Voor de klant is het verschil vaak minder groot dan het lijkt, omdat een aannemersbedrijf overheadkosten zoals bedrijfsvoering en marge bovenop het loon van de monteur rekent.
Je moet minimaal 1.225 uur per jaar besteden aan je onderneming om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek. Dat komt neer op gemiddeld ruim 23 uur per week, inclusief niet-declarabele tijd zoals offertes maken en administratie.
Ja, veel tegelzetters starten hun zzp-praktijk naast een deeltijdbaan of in de avonduren en weekenden om eerst een klantenkring op te bouwen. Let wel op dat dit gecombineerd met een volledige baan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek lastiger haalbaar maakt, en dat sommige werkgevers een concurrentie- of nevenwerkzaamhedenbeding in het contract hebben staan. Vraag daarom vooraf na of bijklussen als zelfstandige is toegestaan, zodat je niet achteraf voor verrassingen komt te staan.
De directe opstartkosten zijn beperkt: de KVK-inschrijving kost 85,15 euro eenmalig, waarna vooral gereedschap, een bedrijfsbusje en verzekeringen de grootste initiële investering vormen. Reken voor een basisuitrusting met natte zaag, slijptol en handgereedschap al snel op enkele duizenden euro's, afhankelijk van hoeveel je al bezit uit je tijd in loondienst.
Op dit moment is een AOV nog niet wettelijk verplicht, maar wel sterk aan te raden omdat je bij ziekte of een blessure anders geen inkomen hebt. De overheid werkt aan een basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen, maar zolang die nog niet is ingevoerd, moet je zelf kiezen tussen een private AOV, een collectieve regeling of deelname aan een broodfonds.



