Een installatiemonteur installeert, onderhoudt en repareert werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties zoals cv-ketels, warmtepompen, ventilatiesystemen en leidingwerk in woningen, kantoren en de industrie. Door de energietransitie is dit een van de meest gevraagde technische beroepen van Nederland: de sector heeft in de periode 2025-2029 volgens KBA Nijmegen, in opdracht van Techniek Nederland, ruim 121.000 nieuwe vakmensen nodig, met monteurs als een van de meest gezochte profielen. In deze gids lees je wat het werk inhoudt, welke richtingen er zijn, welke opleiding en certificaten je nodig hebt en hoe je doorgroeit. Benieuwd wat het oplevert? Bekijk wat een installatiemonteur verdient.
Wat doet een installatiemonteur precies?
Een installatiemonteur installeert, onderhoudt en repareert technische installaties in woningen, utiliteitsgebouwen en de industrie: van cv-ketels en warmtepompen tot leidingwerk, ventilatiesystemen en elektrotechnische bekabeling. Je werkt volgens installatietekeningen en NEN-normen zoals NEN 1010 en NEN 3028, en zorgt dat een installatie veilig en storingsvrij functioneert.
Installatiemonteurs werken bij uiteenlopende werkgevers: kleine installatiebedrijven die particuliere woningen bedienen, grote technische dienstverleners in de utiliteitsbouw en industriële onderhoudsafdelingen van fabrieken of datacenters. Sommige monteurs specialiseren zich in nieuwbouwprojecten, anderen richten zich volledig op service en onderhoud bij bestaande klanten. Die diversiteit maakt het vak breed inzetbaar en zorgt voor veel richtingen om in door te groeien.
Werktuigbouwkundig of elektrotechnisch: de twee hoofdrichtingen
Binnen het beroep bestaan grofweg twee hoofdrichtingen, die in de praktijk steeds vaker samensmelten. De werktuigbouwkundige (W-)installatiemonteur richt zich op verwarming, ventilatie, koeling, gas en sanitair, terwijl de elektrotechnische (E-)installatiemonteur werkt aan bekabeling, groepenkasten, verlichting en besturingstechniek. Welke richting bij jou past, hangt vooral af van of je liever met leidingwerk werkt of met stroom en schakelschema's.
De W-installatiemonteur: klimaat, water en gas
Een W-installatiemonteur legt verwarmings-, ventilatie-, koel- en sanitairinstallaties aan en onderhoudt ze, en werkt daarbij veel met leidingwerk, pompen, kleppen en regeltechniek. Dit vakgebied overlapt sterk met dat van de cv-monteur en de loodgieter, en wie zich verder specialiseert in klimaattechniek komt al snel in het vaarwater van een koeltechnicus terecht. In de praktijk vloeien deze beroepen in elkaar over: veel installatiebedrijven laten hun monteurs op meerdere van deze disciplines inzetbaar zijn.
De E-installatiemonteur: stroom en besturing
Een E-installatiemonteur legt elektrotechnische installaties aan: van de meterkast en groepenkast tot verlichting, stopcontacten en besturingskasten voor machines. Je werkt met tekeningen conform NEN 1010, meet installaties door met een megger of isolatiemeter en verzorgt de eindcontrole voordat een installatie in bedrijf gaat. Dit vakgebied overlapt sterk met dat van de elektromonteur, en in de industrie werken E-installatiemonteurs regelmatig samen met meet- en regeltechnici aan geautomatiseerde systemen. Door de opmars van laadpalen, zonnepanelen en warmtepompen groeit de vraag naar E-monteurs die ook werktuigbouwkundige basiskennis hebben.
Wat zijn de belangrijkste taken van een installatiemonteur?
De dagelijkse werkzaamheden van een installatiemonteur draaien om aanleg, inbedrijfstelling, onderhoud en storingsherstel van werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties. De precieze taken verschillen per specialisatie, werkgever en type project, maar in de praktijk komt het werk steeds op dezelfde kerntaken neer, van tekening tot een geteste en opgeleverde installatie. Dit zijn de belangrijkste onderdelen van het vak:
- Installatietekeningen en werkbonnen interpreteren en materialen voorbereiden
- Leidingen, kabels en installatieonderdelen aanleggen volgens tekening en NEN-norm
- Cv-ketels, warmtepompen, boilers, radiatoren en ventilatie-units monteren en aansluiten
- Elektrotechnische bekabeling en schakelkasten aansluiten en testen
- Installaties inregelen, testen en in bedrijf stellen
- Periodiek onderhoud uitvoeren en storingen diagnosticeren en verhelpen
- Metingen en keuringen uitvoeren, bijvoorbeeld conform NEN 3140 bij elektrotechnische installaties
- Klanten adviseren over verduurzaming, energiebesparing en subsidiemogelijkheden
Met welk gereedschap en welke technologie werkt een installatiemonteur?
Naast handgereedschap zoals pijptangen, buigapparaten en soldeerbranders werkt een installatiemonteur steeds meer met perskoppelingen: leidingen worden met een accu-perstang verbonden in plaats van gesoldeerd of gelast, wat sneller en veiliger is. Voor metingen en keuringen gebruik je manometers, lekdetectieapparatuur en bij elektrotechnisch werk een megger of installatietester.
Ook de voorbereiding is gedigitaliseerd: steeds meer installatiebedrijven werken met BIM-tekeningen (Bouw Informatie Model) en prefab leidingtracés die in de fabriek worden voorgemonteerd, waardoor er op de bouwplaats minder handmatig gezaagd en gelast hoeft te worden. Monteurs die met tablets, digitale werkbonnen en BIM-modellen overweg kunnen, zijn daardoor aantrekkelijker voor grotere technische dienstverleners.
Een doorsnee werkdag: nieuwbouw versus service en onderhoud
Een installatiemonteur in de nieuwbouw begint de dag met de tekening en planning van het project en werkt op locatie samen met een team aan de aanleg van leidingen, kanalen en installaties. Het werk is planmatig: eerst de grote lijnen, dan steeds fijnmaziger tot de installatie wordt getest en opgeleverd, veelal samen met een werkvoorbereider die planning en materialen regelt.
In de service en het onderhoud rijd je juist zelfstandig van klant naar klant om ketels te onderhouden, warmtepompen te plaatsen of storingen te verhelpen. Deze rol vraagt meer zelfstandigheid en klantcontact: je stelt zelf een diagnose, legt de klant uit wat er aan de hand is en lost het probleem het liefst in één bezoek op. Monteurs met storingsdienst hebben daarnaast periodes waarin ze buiten kantooruren bereikbaar zijn voor spoedklussen.
Werkomgeving, veiligheid en certificering: wat kun je verwachten?
Installatiemonteurs werken zowel binnen als buiten: op de bouwplaats, in kruipruimtes, op daken en bij klanten thuis, regelmatig in de nabijheid van elektrische spanning of gasleidingen. Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals veiligheidsschoenen, een helm en werkhandschoenen zijn daarom standaarduitrusting. Veiligheid staat centraal in de opleiding en de dagelijkse praktijk van elke monteur.
De cao Metaal en Techniek legt vast dat veiligheid geen vrijblijvende afspraak is: "De werkgever zorgt dat de werknemer de veiligheidsmiddelen krijgt die hij nodig heeft om veilig te kunnen werken" Bron: cao Metaal en Techniek – Technisch Installatiebedrijf, artikel 8 lid 3. Diezelfde cao verplicht de werknemer omgekeerd om de voorgeschreven beveiligingen ook daadwerkelijk te gebruiken.
VCA en persoonlijke bescherming: wat is verplicht?
Een VCA-certificaat (Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers) is in de praktijk een standaardvereiste voor installatiemonteurs die op bouwplaatsen of industriële locaties werken. Het certificaat toont aan dat je veiligheidsrisico's herkent en weet hoe je veilig werkt met gereedschap, op hoogte en in besloten ruimtes. Werkgevers vragen daarnaast vaak om een NEN 3140-instructie voor monteurs die aan elektrotechnische installaties werken, zodat je bevoegd bent om spanningsloos of onder spanning te werken.
Welke vakbekwaamheid is verplicht bij gasinstallaties?
Werken aan gasgestookte cv-ketels, gassfeerhaarden en warmtapwatertoestellen is wettelijk voorbehouden aan gecertificeerde monteurs. Sinds 1 april 2023 mogen alleen gecertificeerde installatiebedrijven met vakbekwame monteurs dit werk nog uitvoeren, als onderdeel van de landelijke CO-certificeringsregeling die koolmonoxide-ongevallen moet voorkomen. Monteurs tonen hun vakbekwaamheid aan met een theorie- en praktijkexamen; werkgevers verzorgen dit doorgaans zelf voor hun personeel.
Opleiding: welke weg leidt naar installatiemonteur?
De gangbare route naar installatiemonteur loopt via een mbo-opleiding Installatietechniek of Werktuigbouw, van niveau 2 (basisberoepsopleiding) tot niveau 4 (middenkaderfunctionaris). Na een niveau 2- of 3-diploma kun je al aan de slag als tweede monteur, terwijl niveau 4 opleidt tot allround monteur. Ook zij-instromers zonder technische vooropleiding kunnen instromen via een erkend leerbedrijf.
BBL of BOL: welke leerroute past bij jou?
De meeste installatiemonteurs kiezen voor de BBL-route (beroepsbegeleidende leerweg): je werkt minimaal drie tot vier dagen per week bij een erkend leerbedrijf op basis van een arbeidsovereenkomst en volgt daarnaast één tot twee dagen per week les. Wie liever eerst breder theoretisch georiënteerd is, kiest voor BOL met kortere stages. BBL geeft in de praktijk de snelste weg naar een vast dienstverband, omdat je al werkervaring en een netwerk opbouwt tijdens de opleiding. Twijfel je welke route bij jou past? Lees dan BBL of BOL: welke opleidingsroute past bij jou.
Welke vaardigheden heb je nodig als installatiemonteur?
Naast een mbo-diploma en de juiste certificaten vraagt het vak een aantal praktische vaardigheden die je vooral op de werkvloer ontwikkelt, vaak onder begeleiding van een ervaren eerste of allround monteur. Deze vaardigheden bepalen in de praktijk minstens zoveel over je succes als het diploma zelf, en groeien met de jaren mee:
- Technisch inzicht en het kunnen lezen van installatie- en elektratekeningen
- Handvaardigheid met leidingwerk, elektrisch gereedschap en meetapparatuur
- Kennis van veiligheidsvoorschriften en NEN-normen
- Zelfstandig kunnen diagnosticeren en oplossen van storingen
- Klantgerichte communicatie, zeker in de service en het onderhoud
- Flexibiliteit om op wisselende locaties en soms buiten kantooruren te werken
Energietransitie en arbeidsmarkt: een knelpuntberoep
Installatiemonteur is een uitgesproken knelpuntberoep: de vraag naar vakmensen overtreft het aanbod al jaren structureel. Volgens een prognose van KBA Nijmegen in opdracht van Techniek Nederland heeft de technische installatiebranche in de periode 2025-2029 ruim 121.000 nieuwe vakmensen nodig, en installatiemonteurs horen daarbij tot de meest gezochte profielen.
Deze krapte staat niet op zichzelf. UWV constateert in de analyse "Ontwikkeling krapte naar beroep 2024-2030": "Ruim 1,3 miljoen inwoners van Nederland werken in een technisch beroep." Van de 24 onderscheiden technische beroepsgroepen is de arbeidsmarkt voor 16 groepen zeer krap en voor 7 groepen krap, wat de onderhandelingspositie van installatiemonteurs verder versterkt Bron: UWV, Ontwikkeling krapte naar beroep 2024-2030.
De overstap van gas naar warmtepompen, zonneboilers en all-electric woningen versterkt deze vraag verder. Monteurs die naast reguliere installatietechniek ook warmtepompen kunnen plaatsen en onderhouden, zijn extra gewild en kunnen kiezen uit meerdere werkgevers. De krapte speelt door heel Nederland, maar is het grootst in regio's met veel nieuwbouw en renovatieprojecten, zoals de Randstad en grote studentensteden, waar installatiebedrijven structureel boven de cao-minimumschaal moeten betalen om personeel te binden. Voor wie op zoek is naar een nieuwe uitdaging staan er doorlopend openstaande vacatures in de installatietechniek op ons platform.
Welke doorgroeimogelijkheden heb je als installatiemonteur?
Met ervaring groei je door van tweede monteur naar eerste monteur en vervolgens allround of servicemonteur, waarna functies als werkvoorbereider, uitvoerder of teamleider binnen bereik komen. Sommige monteurs kiezen voor een verdere specialisatie in warmtepompen, koeltechniek of meet- en regeltechniek, anderen stappen na enkele jaren over naar planning en calculatie in plaats van praktisch installatiewerk.
Wie na de specialisatierichting kiest voor plannen en coördineren in plaats van zelf monteren, stapt vaak over naar de rol van werkvoorbereider. Met een aanvullende hbo-opleiding Werktuigbouwkunde of Elektrotechniek is ook een stap naar projectleider of technisch specialist mogelijk. Ervaren monteurs beginnen daarnaast regelmatig een eigen installatiebedrijf, vaak eerst als zzp'er naast een vast dienstverband.
Wat verdient een installatiemonteur?
Het salaris van een installatiemonteur wordt bepaald door de cao Metaal en Techniek, onderdeel Technisch Installatiebedrijf. Die cao kent tien salarisgroepen, van A/2 tot en met J/11, met een cao-minimum van ongeveer € 2.468 bruto per maand in salarisgroep A/2, oplopend naarmate je in een hogere salarisgroep en meer functiejaren terechtkomt Bron: FNV, cao Metaal en Techniek – Technisch Installatiebedrijf.
Een tweede monteur start doorgaans in de onderste salarisgroepen, terwijl een ervaren eerste, allround- of servicemonteur na meer functiejaren in een hogere salarisgroep terechtkomt. Werk je als zelfstandige, dan geldt een ander tarief dan in loondienst. Een volledig overzicht van bedragen per niveau, cao-toeslagen en zzp-tarief vind je in ons uitgebreide artikel over wat een installatiemonteur verdient.
Het cao-minimum in salarisgroep A/2 volgt het wettelijk minimumloon. Dat bedraagt sinds 1 juli 2026 € 14,99 bruto per uur voor werknemers van 21 jaar en ouder, tegen € 14,71 per 1 januari 2026. De gedrukte cao-tabel van 1 maart 2026 rust nog op het januaribedrag van € 2.422,25, maar de werkelijke bodem in salarisgroep A/2 ligt sinds 1 juli 2026 op ongeveer € 2.468 bruto per maand.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
Een loodgieter richt zich vooral op water- en sanitairinstallaties, terwijl een installatiemonteur een breder werkgebied heeft met ook verwarming, ventilatie, gas en soms elektrotechniek. In de praktijk overlappen de beroepen sterk en werken monteurs vaak op meerdere van deze disciplines.
VCA is vrijwel altijd vereist voor werk op bouwplaatsen en industriële locaties, en voor elektrotechnisch werk vraagt een werkgever meestal een NEN 3140-instructie. Monteurs die aan gasgestookte toestellen werken, hebben een wettelijk CO-vakbekwaamheidsbewijs nodig, en wie met koudemiddelen werkt heeft een F-gassencertificaat nodig.
Ja, ervaren installatiemonteurs werken steeds vaker als zelfstandige, met een uurtarief dat hoger ligt dan het omgerekende cao-uurloon in loondienst. Daar staat tegenover dat je zelf pensioen, verzekeringen en periodes zonder opdracht moet dekken, waardoor het nettovoordeel kleiner is dan het bruto-uurtarief doet vermoeden.
Via ervaring als eerste en allround monteur groei je door naar functies als werkvoorbereider, uitvoerder of teamleider, waarbij planning en coördinatie een steeds grotere rol spelen. Aanvullende opleiding in projectmanagement of calculatie versnelt deze stap, net als het opbouwen van een specialisatie waarmee je andere monteurs kunt begeleiden.
Ja, juist de overstap naar warmtepompen en all-electric installaties vergroot de vraag naar installatiemonteurs die deze systemen kunnen plaatsen en onderhouden. Bijscholing op duurzame technieken is dan ook een directe investering in je baanzekerheid en salaris.
Bronnen
- ruim 121.000 nieuwe vakmensen(technieknederland.nl)
- Bron: cao Metaal en Techniek – Technisch Installatiebedrijf, artikel 8 lid 3(fnv.nl)
- gecertificeerde installatiebedrijven met vakbekwame monteurs(technieknederland.nl)
- erkend leerbedrijf(s-bb.nl)
- Bron: UWV, Ontwikkeling krapte naar beroep 2024-2030(uwv.nl)
- € 14,99 bruto per uur(rijksoverheid.nl)



