Ga naar hoofdinhoud
Salaris

Wat verdient een installatiemonteur in 2026?

Norick Engberts· Specialist techniek10 min lezen
Salarisindicatie voor een installatiemonteur in de techniek

Een installatiemonteur verdient in 2026 gemiddeld tussen € 2.500 en € 3.900 bruto per maand, met een instap rond € 2.500 als tweede monteur en een groei naar bijna € 3.900 als ervaren allround- of servicemonteur. De installatiebranche kampt met structurele krapte, wat het loon van technisch personeel verder opdrijft. In dit artikel lees je het bruto- en netto-inkomen per niveau, het uurloon, de cao-toeslagen, regionale verschillen en concrete stappen om hoger op de loonschaal te komen. Wil je eerst weten wat het werk precies inhoudt? Lees dan wat een installatiemonteur dagelijks doet.

Bruto maandsalaris installatiemonteur in 2026

In 2026 verdient een installatiemonteur grofweg tussen € 2.500 en € 3.900 bruto per maand bij een fulltime dienstverband van 36 tot 40 uur per week. Een tweede monteur of starter zit rond € 2.500 tot € 2.900, een eerste monteur tussen € 3.000 en € 3.500, en een allround- of servicemonteur groeit door naar € 3.900 of hoger. Deze bandbreedte is breed omdat het vak veel verschillende werkplekken kent, van een klein installatiebedrijf tot een groot utiliteits- of industrieproject.

De spreiding wordt ook veroorzaakt door het type opdrachtgever: monteurs die voor woningcorporaties of particulieren werken, zitten vaak dichter bij het onderste deel van de schaal, terwijl monteurs bij grote technische dienstverleners in de procesindustrie of datacenterbouw structureel hoger inschalen. Wie meerdere jaren bij dezelfde werkgever blijft, klimt via periodieken geleidelijk door de cao-trede, maar een overstap naar een ander bedrijf levert in de praktijk vaak een grotere loonsprong op dan wachten op de jaarlijkse verhoging.

Dit zijn brutobedragen; netto houd je, afhankelijk van toeslagen, pensioenpremie en belastingschijf, ruwweg € 2.000 tot € 2.850 per maand over. De meeste installatiemonteurs vallen onder de cao Technisch Installatiebedrijf van Metaal & Techniek, die vanaf 1 februari 2026 werkt met nieuwe salaristabellen en het loon per functieschaal en ervaringsjaar vastlegt.

Wat is het uurloon van een installatiemonteur?

Omgerekend ligt het bruto uurloon van een installatiemonteur tussen ongeveer € 16 en € 26. Wie via detachering werkt of veel overuren draait, komt in de praktijk vaak boven deze bandbreedte uit. Freelance of interim-installatiemonteurs - een kleinere groep dan zzp'ers in bijvoorbeeld de bouw - rekenen doorgaans tussen € 40 en € 60 per uur, omdat zij zelf pensioen, verzekeringen en niet-declarabele uren moeten dekken.

Het uurloon is ook een handig ijkpunt bij parttime werk of bijbanen naast een opleiding: een BBL-student die in de avonduren of het weekend meedraait bij een installatiebedrijf, wordt doorgaans uitbetaald op basis van het leerlingschaaluurloon, dat lager ligt dan het uurloon van een volwaardig tweede monteur. Zodra het diploma binnen is en de functie wijzigt naar tweede monteur, springt het uurloon direct naar de reguliere cao-schaal.

Welke factoren bepalen je salaris?

Het salaris van een installatiemonteur wordt bepaald door een combinatie van niveau, specialisatie, branche, regio en toeslagen. Ervaring en diploma bepalen de basisschaal, maar wie een schaars specialisme beheerst, onderhandelt vanuit een sterkere positie.

  • Niveau: tweede, eerste of allround monteur
  • Specialisatie: kennis van warmtepompen en andere duurzame technieken is schaars en gewild
  • Branche: industrie en utiliteit betalen vaak beter dan reguliere woningbouw
  • Regio: in de Randstad liggen lonen gemiddeld iets hoger door concurrentie om personeel
  • Toeslagen voor overwerk, ploegendienst en storingsdiensten
  • Certificaten zoals VCA, NEN 3140 of een F-gassencertificaat verhogen je inzetbaarheid en dus je loon

Salaris per niveau: van tweede monteur tot allround

De loopbaan van een installatiemonteur kent een duidelijke opbouw, van leerling tot allround vakman of leidinggevende functie.

  1. Leerling / BBL-monteur: een leerlingenloon, wettelijk lager vastgesteld, terwijl je de praktijk leert bij een erkend leerbedrijf
  2. Tweede monteur / starter (0-2 jaar): € 2.500 - € 2.900 bruto per maand - je werkt onder begeleiding aan standaardklussen
  3. Eerste monteur (2-6 jaar): € 3.000 - € 3.500 bruto per maand - je werkt zelfstandig en begeleidt eventueel een tweede monteur
  4. Allround- of servicemonteur (6+ jaar): € 3.900 of hoger bruto per maand - je lost storingen zelfstandig op en hebt vaak een specialisatie
  5. Werkvoorbereider of uitvoerder: doorgroei richting plannings- en coördinatietaken, met een salaris dat vaak boven dat van een allround monteur uitkomt - zie ook wat een werkvoorbereider verdient

Cao en arbeidsvoorwaarden installatiemonteur

De meeste installatiemonteurs vallen onder de cao Metaal & Techniek, onderdeel Technisch Installatiebedrijf, die door Techniek Nederland namens werkgevers wordt afgesloten met FNV en CNV. Deze cao regelt niet alleen het basissalaris per schaal en trede, maar ook toeslagen, werktijden, overwerk, vakantiedagen en pensioenopbouw via een bedrijfstakpensioenfonds. Volgens FNV loopt de huidige cao van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028.

Naast het basissalaris kennen veel installatiebedrijven een reiskostenvergoeding, gereedschaps- of telefoonvergoeding, en een pensioenregeling waarbij de werkgever het grootste deel van de premie betaalt. Sommige bedrijven bieden daarnaast een dertiende maand of winstuitkering, afhankelijk van de cao-afspraken en de bedrijfsresultaten.

De cao regelt ook het aantal vakantiedagen en ADV-dagen (arbeidsduurverkorting), die bovenop de wettelijke vakantiedagen komen. Bij ziekte krijg je een groot deel van je loon doorbetaald, en bij ontslag geldt de reguliere ontslagbescherming uit het arbeidsrecht. Voor monteurs die richting hun pensioen lopen, biedt de cao bovendien een generatiepact en een regeling voor vervroegd uittreden, waarmee je eerder kunt stoppen met werken tegen een gedeeltelijke uitkering.

Overwerk, ploegendienst en storingsdienst: wat leveren toeslagen op?

Toeslagen kunnen het maandinkomen van een installatiemonteur flink verhogen. Overwerk wordt doorgaans uitbetaald tegen 125 tot 200 procent van het uurloon, afhankelijk van het tijdstip. Ploegendienst - bijvoorbeeld bij grote utiliteits- of industrieprojecten - levert vaak 15 tot 20 procent toeslag op voor avonduren en 25 tot 35 procent voor nachtdiensten. De exacte percentages verschillen per werkgever en cao-afspraak.

Storingsdienst en piketvergoeding

Storingsdienst is een vaste bron van extra inkomen voor allround en servicemonteurs. Wie bereikbaarheidsdienst draait - de zogeheten piketdienst - ontvangt hiervoor meestal een vaste weekvergoeding, aangevuld met uitbetaling van daadwerkelijk gewerkte storingsuren tegen een verhoogd tarief. Monteurs die veel storingsdiensten draaien, zoals een storingsmonteur, verdienen daardoor structureel meer dan collega's die alleen reguliere dagdiensten werken.

Specialisatie loont: warmtepompen, koeltechniek en meet- en regeltechniek

Specialiseren in een schaars vakgebied is een van de snelste manieren om boven de gemiddelde bandbreedte uit te komen. De energietransitie zorgt voor grote vraag naar monteurs die duurzame installaties kunnen plaatsen en onderhouden.

Warmtepompen en duurzame techniek

Monteurs die naast cv-installaties ook warmtepompen kunnen plaatsen en onderhouden, zijn schaars en kunnen daardoor een hoger salaris bedingen dan een generalist. Ook kennis van zonnestroomsystemen is waardevol: het loon van een zonnepanelenmonteur ligt in eenzelfde orde van grootte, en de combinatie van beide specialismen maakt je extra breed inzetbaar.

Koeltechniek en meet- en regeltechniek

Ook koeltechniek en meet- en regeltechniek zijn specialisaties die goed betalen. Een koeltechnicus werkt vaak met vergelijkbare installaties als een installatiemonteur, maar dan gericht op koeling en klimaatbeheersing, terwijl een meet- en regeltechnicus zich toelegt op sturing en automatisering van installaties. Beide vakgebieden liggen dicht bij het werk van een installatiemonteur en bieden een logische doorgroeirichting.

Regionaal salarisverschil in Nederland

Salarissen van installatiemonteurs verschillen per regio, vooral door de concurrentie om personeel. In de Randstad - Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag - liggen lonen gemiddeld hoger dan in landelijke gebieden, mede door hogere kosten van levensonderhoud en meer grote utiliteitsprojecten. In regio's met minder installatiebedrijven, zoals delen van Zeeland, Groningen of Limburg, is het loonverschil bij cao-functies kleiner omdat schalen landelijk worden vastgesteld, maar secundaire voorwaarden zoals reiskostenvergoeding kunnen daar juist ruimhartiger zijn.

Ook de nabijheid van grote infrastructuur- en datacenterprojecten speelt mee: in regio's waar veel nieuwbouw, renovatie of verduurzaming van utiliteitsgebouwen plaatsvindt, groeit de vraag naar allround monteurs sneller dan het aanbod, wat werkgevers dwingt om boven de cao-minimumschaal te betalen. Wie flexibel is in reisafstand of bereid is tijdelijk elders te werken, kan daardoor vaak een betere arbeidsvoorwaarde bedingen dan een monteur die alleen lokaal solliciteert.

Zzp en detachering vs. loondienst

De meeste installatiemonteurs werken in loondienst, maar detachering en zzp-constructies komen steeds vaker voor. In loondienst profiteer je van cao-zekerheid: een vaste schaal, doorbetaling bij ziekte, pensioenopbouw en ontslagbescherming. Bij detachering via een technisch uitzend- of detacheringsbureau verdien je vaak iets meer per uur, maar mis je soms de vaste dienstverbandzekerheid. Als zzp'er reken je een hoger uurtarief - meestal tussen € 40 en € 60 - maar draag je zelf het risico van periodes zonder opdracht, arbeidsongeschiktheid en pensioenopbouw.

Bij een gemiddelde bezettingsgraad van 80 procent en een uurtarief van € 45 kan een zelfstandige installatiemonteur op jaarbasis een bruto-omzet van rond € 65.000 tot € 75.000 realiseren. Daar gaan echter kosten voor verzekeringen, pensioenopbouw, gereedschap en niet-declarabele uren voor administratie en acquisitie vanaf, waardoor het netto voordeel ten opzichte van loondienst kleiner is dan het bruto-uurtarief doet vermoeden. Voor monteurs die zekerheid en een vast team belangrijker vinden dan een hoger bruto-inkomen, blijft loondienst met een cao-schaal vaak de logische keuze.

Bijscholing en certificaten die lonen

Gerichte bijscholing is een directe route naar een hoger salaris. Certificaten als VCA (veiligheid), NEN 3140 (elektrische installaties) en een F-gassencertificaat (koudemiddelen) zijn in veel installatiebedrijven een vereiste voor bepaalde werkzaamheden en verhogen je waarde als monteur. Een opleiding richting warmtepomptechniek, zonnestroomsystemen of meet- en regeltechniek vergroot je inzetbaarheid nog verder en kan leiden tot een hogere loonschaal of doorstroom naar een specialistische functie.

Salarisonderhandeling als installatiemonteur

Wie zijn loon wil verhogen, doet er goed aan gericht te onderhandelen in plaats van te wachten op een automatische periodiek. Breng eerst de actuele bandbreedte voor jouw niveau en regio in kaart en vergelijk die met je huidige salaris. Bereid concrete voorbeelden voor van storingen die je zelfstandig hebt opgelost, projecten die je hebt getrokken of extra certificaten die je hebt gehaald. Vraag naast een hoger basissalaris ook naar secundaire voorwaarden zoals een opleidingsbudget, extra vakantiedagen of een hogere reiskostenvergoeding - concessies die een werkgever soms makkelijker geeft dan een directe loonsverhoging.

Zo ga je meer verdienen als installatiemonteur

  1. Groei door van tweede naar eerste en daarna allround of servicemonteur
  2. Specialiseer je in warmtepompen, koeltechniek of meet- en regeltechniek
  3. Haal certificaten zoals VCA, NEN 3140 of een F-gassencertificaat
  4. Kies een goedbetalende branche zoals utiliteit of industrie
  5. Stap door naar servicetechnicus, werkvoorbereider of uitvoerder
  6. Overweeg detachering of zzp zodra je voldoende ervaring en een eigen netwerk hebt opgebouwd

Op zoek naar een nieuwe uitdaging? Bekijk de actuele vacatures voor installatiemonteurs op MijnTechCarrière en ontdek welke functie het beste bij jouw niveau en salariswens past.

Vooruitzichten en loonontwikkeling

De vooruitzichten voor installatiemonteurs blijven in 2026 gunstig. Volgens een prognose van Techniek Nederland groeit de vraag naar personeel in de installatiebranche sneller dan de instroom van nieuwe vakmensen, wat de onderhandelingspositie van monteurs versterkt. Dat vertaalt zich ook in de cijfers: cao-lonen stegen volgens het CBS in het eerste kwartaal van 2026 met 4,5 procent ten opzichte van een jaar eerder, wat ook voor de installatiesector een structurele loonstijging betekent. Voor installatiemonteurs die hun vak breed inzetbaar houden en zich blijven specialiseren, blijft het salarisperspectief de komende jaren positief.

Veelgestelde vragen

Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over het salaris van een installatiemonteur.

#Salaris#Installatiemonteur#Loon#Installatietechniek

Was dit artikel nuttig?

Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Portret van Norick Engberts

Norick Engberts

Specialist techniek bij MijnTechCarrière

Bekijk alle artikelen van Norick

Veelgestelde vragen

De meeste installatiemonteurs vallen onder de cao Metaal & Techniek, onderdeel Technisch Installatiebedrijf, die salarisschalen, toeslagen en arbeidsvoorwaarden vastlegt. De huidige cao loopt van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028.

Ja. Monteurs die warmtepompen en andere duurzame installaties kunnen plaatsen en onderhouden, zijn extra gewild door de energietransitie en kunnen daardoor een hoger salaris bedingen dan een generalist.

Een zelfstandige installatiemonteur rekent doorgaans een uurtarief tussen € 40 en € 60, afhankelijk van specialisatie en regio. Bruto ligt dit hoger dan in loondienst, maar je betaalt zelf pensioen, verzekeringen en gemiste opdrachtperiodes.

Storingsdienst wordt meestal vergoed met een vaste weekvergoeding voor beschikbaarheid, plus een verhoogd uurtarief voor daadwerkelijk gewerkte storingsuren. De exacte hoogte verschilt per werkgever en cao-afspraak, dus check altijd je eigen arbeidsvoorwaarden.

VCA, NEN 3140 en een F-gassencertificaat behoren tot de meest gevraagde certificaten in de installatiebranche. Ze zijn vaak een vereiste voor specifieke werkzaamheden en vergroten je onderhandelingspositie bij een salarisgesprek.

Bronnen

  1. cao Technisch Installatiebedrijf(technieknederland.nl)
  2. FNV(fnv.nl)
  3. Techniek Nederland(technieknederland.nl)
  4. CBS(cbs.nl)

Lees ook