Ga naar hoofdinhoud
Salaris

Zzp-tarief lasser: wat vraag je per uur in 2026?

Norick Engberts· Specialist techniek10 min lezen
Salarisindicatie voor een Zzp-tarief lasser: wat vraag je per uur in 2026? in de techniek

Als zzp-lasser bepaal je zelf je tarief, maar het procescodepakket dat je beheerst (111, 131, 135, 141 of 142) en de lasmethodekwalificaties die je onder je eigen naam laat opstellen bepalen mee wat je kostprijs is. Dit artikel laat zien hoe die procescodes doorwerken in je uurtarief, wat een WPQR inhoudt en wanneer werken op een scheepswerf onder de Wet DBA valt.

Wat kost lascertificering een zzp-lasser structureel?

Als zzp-lasser betaal je je certificering zelf. Voor je lasserskwalificatie volgens de internationale lasnorm NEN-EN-ISO 9606 betaal je als zelfstandige de volledige rekening, en werk je onder je eigen lasmethodes, dan komt daar per lasproces een lasmethodekwalificatie bovenop, die het testwerkstuk, de keuring en het laboratoriumonderzoek omvat.

Lasmethodekwalificatie (WPQR): wat toont dit precies aan?

Bij een lasmethodekwalificatie last een ervaren lasser een testwerkstuk, dat eerst visueel en daarna destructief in een laboratorium wordt onderzocht. Zijn alle testresultaten positief, dan volgt een Welding Procedure Qualification Record (WPQR). "Als alle resultaten positief zijn, ontvangt u van ons een Welding Procedure Qualification Record (WPQR)", meldt het NIL over deze lasmethodekwalificatie Bron: NIL, lasmethodekwalificatie. Een WPQR is een kwalificatie van het bedrijf per lasmethode, niet van één lasser: werk je als zzp-lasser onder je eigen lasmethodes, dan betaal je die kwalificatie zelf, naast je persoonlijke lasserskwalificatie.

Welke procescodes moet je als zzp-lasser beheersen?

Lasprocessen worden onderling onderscheiden met internationale procescodes: 111 voor lassen met beklede elektrode, 131 voor MIG- en 135 voor MAG-lassen, en 141 en 142 voor TIG-lassen met en zonder toevoegmateriaal. "Het eerste cijfer vertelt de hoofdgroep, de rest verfijnt het tot het concrete proces", meldt het NIL over deze indeling Bron: NIL, indeling en benaming van lasprocessen. Beheers je meerdere procescodes, dan breid je je opdrachtenpakket in de maakindustrie en scheepsbouw uit, maar elke extra procescode vraagt een eigen lasmethodekwalificatie.

Binnen één procescode is de kwalificatie bovendien niet automatisch dekkend voor elk werk: "je als lasser een specifiek werkstuk last in een bepaalde positie en met een specifiek toevoegmateriaal", meldt het NIL over hoe een lasserskwalificatie is opgebouwd Bron: NIL, lasserskwalificatie. Wissel je van positie (bijvoorbeeld van plaatwerk naar pijplassen) of van toevoegmateriaal, dan controleer je eerst of dat werk binnen het geldigheidsbereik van je kwalificatie valt; wie breed inzetbaar wil zijn, betaalt zo voor meer kwalificaties.

Werken op locatie in de procesindustrie of scheepsbouw: wat verandert er in je tarief?

Werk je als zzp-lasser op locatie bij een opdrachtgever in de procesindustrie of scheepsbouw, dan reken je naast je uurtarief ook reistijd en veiligheidsinstructies mee, en bij werk aan drukapparatuur een PED-kwalificatie. Vast werk in je eigen werkplaats kent die extra kosten niet, waardoor een reëel uurtarief voor locatiewerk hoger uitvalt dan voor werkplaatswerk.

Werk je aan drukapparatuur, dan is een aanvullende kwalificatie vereist: de Pressure Equipment Directive (PED), de Europese richtlijn voor drukapparatuur, is sinds 19 juli 2016 volledig van kracht en de kwalificatieplicht geldt vanaf risicocategorie II Bron: NIL, Pressure Equipment Directive. "Je zegt hiermee dat je bedrijf staat voor kwaliteit en veiligheid", stelt het NIL over het nut van een lasmethodekwalificatie voor een opdrachtgever Bron: NIL, lasmethodekwalificatie.

VCA-certificaat: wanneer heb je dat als zzp-lasser nodig?

Naast je lasserskwalificatie en WPQR's kan een opdrachtgever in de procesindustrie of scheepsbouw ook om een geldig VCA-certificaat vragen, bijvoorbeeld voor werk in een risicovolle omgeving zoals een fabriek, installatie of onderhoudslocatie. Als zzp-lasser zonder personeel gaat het daarbij om een persoonlijk VCA-diploma (VCA-B of VOL-VCA), niet om het bedrijfscertificaat dat bedrijven met personeel behalen. "Jij bepaalt zelf of je voor je bedrijf een VCA-certificaat wilt hebben, je opdrachtgever bepaalt of je een VCA-certificaat moet hebben", meldt SSVV, de schemabeheerder van VCA Bron: SSVV, VCA.

Richt je later een eigen bedrijf op met personeel, dan geldt voor dat bedrijfscertificaat een geldigheidsduur van drie jaar, mits het bedrijf aan de eisen blijft voldoen Bron: SSVV, VCA. Zolang je alleen als zzp'er werkt, blijft het bij het persoonlijke VCA-diploma, en is het de opdrachtgever die per klus bepaalt of je dat nodig hebt.

Hoe reken je certificeringskosten mee in je uurtarief als zzp-lasser?

Elke extra procescode die je onder je eigen lasmethodes uitvoert vraagt een eigen WPQR, en die certificeringskost verwerk je net zo goed in je uurtarief als je bedrijfskosten en pensioenreservering. De rekentool uurtarief van de KVK geeft de rekenkern; tel de kosten van je lasmethodekwalificaties op bij je kostenpost voordat je het resultaat aanhoudt.

Dit artikel rekent met 1.300 tot 1.500 declarabele uren per jaar, omdat van de ongeveer 260 werkdagen in een jaar (52 weken van vijf dagen) weken afgaan aan vakantie en ziekte, en een deel van je tijd opgaat aan reizen, offertes en administratie. Reken je met een hoger aantal, dan reken je jezelf te goedkoop.

Pensioenopbouw bij PMT: wat verandert er als je zzp-lasser wordt?

Een lasser in loondienst bouwt via de werkgever pensioen op bij Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT), dat volgens eigen opgave €91,7 miljard belegd vermogen beheert Bron: PMT, over PMT. Als zzp-lasser heb je geen werkgever die die opbouw voor je regelt, dus spaar je zelf, bijvoorbeeld via een lijfrente, anders bouw je naast je AOW niets op voor later.

Een rekenvoorbeeld maakt dit concreet, als uitkomst van deze methode en niet als een algemeen marktgegeven. Wil je €48.000 netto per jaar overhouden, reken je €10.000 bedrijfskosten voor materieel, certificering en boekhouding, en zet je €12.000 opzij voor belasting, pensioen en een buffer, dan moet je onderneming ongeveer €70.000 omzet draaien. Bij 1.400 declarabele uren per jaar levert dat een uurtarief op van ongeveer €50.

  1. Stel eerst vast welk netto jaarinkomen je als zzp-lasser wilt overhouden.
  2. Tel de kosten van je lasserskwalificatie en je WPQR's per procescode op.
  3. Zet apart geld opzij voor belasting, je eigen pensioen en een buffer.
  4. Deel de benodigde omzet door je declarabele uren, lager bij veel locatiewerk.
  5. Vergelijk de uitkomst met je procescodepakket en het type opdrachtgever.

Wat houd je netto over van je uurtarief als zzp-lasser?

In het rekenvoorbeeld hierboven blijft van €50 per uur netto ruim €34 per declarabel uur over (€48.000 gedeeld door 1.400 uur), nadat bedrijfskosten, belasting, pensioen en een buffer zijn afgetrokken. Werk je vooral op locatie, dan tellen reistijd en veiligheidsinstructies als niet-declarabele uren mee, wat je netto per gewerkt uur verder drukt.

Voor een zzp-lasser is de zelfstandigenaftrek een bescheiden tegemoetkoming: €1.200 in 2026 voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, verrekend tegen 37,56% Bron: Belastingdienst, zelfstandigenaftrek 2026. De aftrek geldt zodra je het urencriterium van 1.225 uur haalt, inclusief reistijd naar de scheepswerf of procesinstallatie.

Wat betekent de Wet DBA voor een zzp-lasser die op locatie werkt?

Draai je als zzp-lasser maandenlang mee in dezelfde ploegendienst op een scheepswerf, met lasapparatuur van de werf en onder toezicht van de voorman, dan lijkt dat al snel op een verkapt dienstverband. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid, ook in de metaal en de scheepsbouw.

"Als je echt een ondernemer bent en zelfstandig werkt kun je dat gewoon blijven doen. Maar de inzet van schijnzelfstandigen leidt wel tot oneerlijke concurrentie en ongelijke arbeidsvoorwaarden", aldus toenmalig staatssecretaris Idsinga van Fiscaliteit en Belastingdienst Bron: Rijksoverheid, handhaving schijnzelfstandigheid. Een metaalbedrijf of scheepswerf dat lassers structureel als zzp'er inzet terwijl de relatie feitelijk op loondienst lijkt, loopt risico op een naheffing van de loonheffingen Bron: Rijksoverheid, aanpak schijnzelfstandigheid. Werk je met je eigen lasapparatuur en WPQR's, voor meerdere metaalbedrijven of werven tegelijk en tegen een zelfstandig onderhandeld tarief per procescode, dan sta je aanmerkelijk sterker in die toetsing; het volledige stappenplan staat in zzp'er worden in de techniek: KVK, verzekeringen en je uurtarief.

Cao Metaalbewerkingsbedrijf of zzp: wat levert meer op als lasser?

Een harde uurloonvergelijking met de cao Metaalbewerkingsbedrijf is lastig te maken: die cao publiceert maandsalarissen per salaris-functiegroep en functiejaren op basis van een 38-urige werkweek, geen uurtarief per beroep, en de functietitel 'lasser' komt in de cao zelf niet voor. Wel staat vast hoe de cao zich beweegt.

De huidige cao loopt van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028 en bevat een loonsverhoging van 3% per 1 maart 2026, een eenmalig bedrag van €132 bruto op 1 november 2026 en een structurele verhoging van €115 bruto per maand per 1 maart 2027 Bron: Metaalunie, cao-akkoord metaalbewerkingsbedrijf. Werkgeversfederatie FWT telt "circa 27.500 ondernemingen met circa 330.000 werknemers" en noemt het daarmee de grootste cao in de marktsector van Nederland FWT. Een zzp-tarief van €50 per uur is daardoor niet één op één te vergelijken met een cao-maandloon: uit dat tarief betaal je zelf bedrijfskosten, certificering, belasting en pensioen, zoals het rekenvoorbeeld hierboven laat zien.

Wie twijfelt tussen zzp en loondienst, staat niet alleen: het aantal zzp'ers in Nederland daalde in 2025 voor het eerst sinds jaren, met 62.000, en in het eerste kwartaal van 2025 stapten 59.000 zzp'ers over naar een hoofdbaan als werknemer Bron: CBS, aantal zzp'ers in 2025 gedaald. Vergelijk je tarief ook met dat van een zzp-loodgieter, zzp-warmtepompmonteur of zzp-elektromonteur.

Hoe start je als zzp-lasser?

Voor een zzp-lasser is de KVK-inschrijving de makkelijkste stap; de echte voorbereidingstijd zit in het behalen van je lasserskwalificatie volgens NEN-EN-ISO 9606 en, als je onder je eigen lasmethodes werkt, de bijbehorende WPQR's. De eenmalige KVK-vergoeding van €85,15 Bron: KVK, inschrijfvergoeding regel je in een middag; certificering kost weken tot maanden.

Voor werk aan drukapparatuur vanaf PED-categorie II is een geaccrediteerde lasserskwalificatie verplicht. Een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB) en een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) zijn niet verplicht; de Rijksoverheid zet de mogelijkheden om je als zelfstandige te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid op een rij. "Als certificatie instelling is het NIL geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie voor de EN-ISO/IEC 17024, de norm voor internationale persoonscertificatie", verklaart het NIL over zijn accreditatiestatus Bron: NIL, lasserskwalificatie. Kosten en niveaus van een lasdiploma lees je in lasdiploma halen bij het NIL, en de eerste stappen zonder diploma in lasser worden zonder diploma of ervaring. Regel je AOV en KVK-inschrijving liever stap voor stap, volg dan het bredere stappenplan in zzp'er worden in de techniek.

#Salaris#Lasser#ZZP#Uurtarief#Metaaltechniek

Was dit artikel nuttig?

Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Portret van Norick Engberts

Norick Engberts

Specialist techniek bij MijnTechCarrière

Bekijk alle artikelen van Norick →

Veelgestelde vragen

Ja, als zzp-lasser breng je in de regel 21% btw in rekening, ook aan bedrijven die je inhuren. Werk je in onderaanneming in de bouw, scheepsbouw of metaalconstructie, dan kan de verleggingsregeling gelden: de btw-afdracht verschuift dan naar je opdrachtgever en jij zet 'btw verlegd' op je factuur.

Een WPQR toont aan dat een specifiek lasproces bij jouw bedrijf betrouwbaar en volgens de norm uitgevoerd wordt, na visuele en destructieve tests op een testwerkstuk. Het is een kwalificatie van het bedrijf per lasmethode: werk je als zzp-lasser onder je eigen lasmethodes, dan betaal je elke WPQR zelf, naast je persoonlijke lasserskwalificatie.

Op locatie bij een opdrachtgever in de procesindustrie of scheepsbouw reken je extra reistijd, veiligheidsinstructies en bij werk aan drukapparatuur een PED-kwalificatie mee, kosten die bij vast werk in je eigen werkplaats wegvallen. Een reëel uurtarief voor locatiewerk ligt daardoor hoger dan voor werkplaatswerk met dezelfde certificering.

Dat kan, maar structureel voor één scheepswerf of metaalbedrijf werken vergroot het risico dat de Belastingdienst de relatie als verkapt dienstverband beoordeelt, vooral als je met hun lasapparatuur en onder hun ploegendienst werkt. Werk je met een eigen lasmethodekwalificatie voor meerdere opdrachtgevers tegelijk, dan sta je aantoonbaar sterker als zelfstandige.

Niet via een werkgever: een lasser in loondienst bouwt pensioen op bij Pensioenfonds Metaal en Techniek via de werkgever. Als zzp-lasser heb je geen werkgever en regel je je pensioenopbouw dus zelf, bijvoorbeeld via een lijfrente, anders bouw je naast je AOW niets op voor later.

Dat bepaalt de opdrachtgever, niet jijzelf: SSVV, de schemabeheerder van VCA, stelt expliciet dat jij zelf beslist of je voor je bedrijf een VCA-certificaat wilt, maar dat de opdrachtgever bepaalt of het moet. Als zzp-lasser zonder personeel gaat het om een persoonlijk VCA-diploma (VCA-B of VOL-VCA); pas als je zelf personeel aanneemt, komt het bedrijfscertificaat (drie jaar geldig) in beeld.

Lees ook