Ga naar hoofdinhoud
Salaris

Zzp-tarief loodgieter: wat vraag je per uur in 2026?

Norick Engberts· Specialist techniek10 min lezen
Salarisindicatie voor een Zzp-tarief loodgieter: wat vraag je per uur in 2026? in de techniek

Een landelijk gemeten marktuurtarief bestaat niet voor zzp-loodgieters. Reken je de vaste lasten, verzekeringen, pensioenopbouw en een winstmarge door in je uurtarief, dan kom je met de aannames in dit artikel uit op ongeveer € 40 tot € 70 per uur. Dat ligt boven het cao-loon van een loodgieter in loondienst: in salarisgroep A/2 zonder functiejaren volgt dat sinds 1 juli 2026 uit het wettelijk minimumloon van € 14,99 per uur, ofwel ongeveer € 2.468 bruto per maand, oplopend tot € 3.651 in salarisgroep F/7 na zeven functiejaren. Als zzp'er draag je zelf kosten die een werkgever normaal regelt, en of je voor particulieren of aannemers werkt, spoedwerk aanneemt en in aanneming of in regie werkt, bepaalt mee wat een reëel tarief is.

Welk uurtarief rolt uit de rekenmethode voor een zzp-loodgieter?

Als zzp-loodgieter werk je in een klassiek installatievak met particuliere klussen, spoedopdrachten en losse klanten via mond-tot-mondreclame. Reken je de vaste lasten, verzekeringen, pensioenopbouw en een winstmarge om naar een uurtarief, dan kom je uit tussen ongeveer € 40 en € 70 per uur, afhankelijk van je declarabele uren en het aandeel spoedwerk in je planning.

Uurtarief: starter versus ervaren zzp-loodgieter

Een startende zzp-loodgieter met beperkte vaste lasten en een bescheiden buffer komt via de rekenmethode uit op ongeveer € 40 per uur, genoeg om als nieuwkomer klanten en referenties te winnen. Bouw je een vaste kring particuliere klanten en aannemers op, dan verhoog je dat tarief geleidelijk in stappen van een paar euro per jaar. Een ervaren zzp-loodgieter met een specialisme zoals CV-installatie of gasleidingwerk, hogere kosten, een ruimere buffer en minder declarabele uren komt volgens dezelfde methode uit op ongeveer € 70 per uur, met pieken daarboven bij spoedklussen in het weekend.

Particuliere klant of aannemer: aanneming versus regie

Werk je rechtstreeks voor particulieren, dan onderhandel je je uurtarief zelf en factureer je met 21% btw. Werk je in onderaanneming voor een aannemer of hoofdaannemer, bijvoorbeeld bij nieuwbouw of een renovatieproject, dan geldt de btw-verleggingsregeling: de btw-afdracht verschuift naar je opdrachtgever en jij zet 'btw verlegd' op je factuur. Daarnaast maakt het verschil of je in aanneming werkt, met een vaste prijs voor de hele klus en het risico van meer- of minderwerk voor eigen rekening, of in regie, waarbij je gewoon je uren en materiaal factureert. Regiewerk geeft meer zekerheid over je uurtarief; aanneming kan meer opleveren als je snel en efficiënt werkt, maar drukt je marge zodra een klus tegenvalt.

Uurtarief: verschil per specialisme

Specialisatie werkt door via de tijd die een klus kost: complexere installaties vragen meer voorbereiding en duurder gereedschap, wat het benodigde uurtarief bij een gelijkblijvende jaaromzet opdrijft. Generalistisch sanitairwerk is redelijk voorspelbaar, terwijl duurzame en technisch complexere installaties meer tijd per klus kosten en dus een hoger tarief rechtvaardigen.

Hoe bouw je je uurtarief navolgbaar op?

Vijf blokken bepalen samen een navolgbaar uurtarief: het netto-inkomen dat je wilt overhouden, je vaste bedrijfslasten, verzekeringen, pensioenopbouw en een marge voor niet-declarabele tijd en tegenslag. De rekentool uurtarief van de KVK rekent volgens hetzelfde principe: vul je gewenste netto-inkomen en je declarabele uren in, en je krijgt het bijbehorende tarief terug.

Declarabele uren: hoeveel reken je per jaar?

Een jaar van 52 weken van 38 uur telt 1.976 uur, en daar gaan vakantie en feestdagen nog af. Dit artikel rekent met 1.300 tot 1.500 declarabele uren, omdat rijden tussen kleine particuliere klussen, materiaal halen bij de groothandel en offertes voor badkamers en keukens niet te factureren zijn. Reken met dit lagere aantal uren, anders zet je jezelf structureel te goedkoop weg.

Vaste lasten: gereedschap en verzekeringen

De rekenvoorbeelden hieronder gaan uit van € 10.000 tot € 13.000 vaste kosten per jaar, ruim € 800 tot € 1.080 per maand, voor bedrijfsbus, gereedschap, meetapparatuur, een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB) en boekhouding. Tegen inkomensverlies bij ziekte noemt Rijksoverheid.nl vijf opties: zelf reserveren, een particuliere AOV, een AOV tegen collectieve voorwaarden, een vrijwillige UWV-verzekering of een broodfonds.

Pensioenopbouw: zelf regelen als zzp'er

Een loodgieter in loondienst bouwt automatisch pensioen op via het bedrijfstakpensioenfonds dat bij de cao Technisch Installatiebedrijf hoort. Als zzp'er vervalt die automatische opbouw; regel je pensioen dan zelf, bijvoorbeeld via een lijfrente of een vrijwillige regeling bij een verzekeraar. Reken het als vaste post mee in je tarief, net als je verzekeringen.

Winstmarge: reserveer voor tegenslag

Reserveer daarnaast voor niet-declarabele tijd zoals scholing, acquisitie en die ene offerte die niet doorgaat, en bouw een winstmarge in die een rustige maand of een onverwachte reparatie aan je bus kan opvangen. Zonder die marge werk je in de praktijk break-even zodra er iets misgaat, en dat is geen stabiele basis voor een eenmanszaak die draait op particuliere klussen.

Een rekenvoorbeeld maakt dit concreet: wil je als startende zzp-loodgieter € 38.000 netto per jaar overhouden, dan tel je daar € 10.000 bedrijfskosten voor bus, gereedschap en verzekeringen bij op, plus € 12.000 voor belasting, een bescheiden pensioenopbouw en een kleine buffer. Dat brengt de benodigde omzet op € 60.000. Bij 1.500 declarabele uren per jaar kom je zo uit op een uurtarief van ongeveer € 40.

Voor een ervaren zzp-loodgieter ligt dat anders: wil je € 58.000 netto overhouden, met € 13.000 bedrijfskosten en € 20.000 gereserveerd voor belasting, pensioen en een ruimere buffer, dan is € 91.000 omzet nodig. Bij 1.300 declarabele uren kom je dan uit op ongeveer € 70 per uur, en dat tarief loopt verder op naarmate je buffer of AOV-premie groeit.

  1. Begin met het netto jaarinkomen dat je als zzp-loodgieter wilt overhouden.
  2. Tel je jaarlijkse bedrijfskosten op: bus, gereedschap, verzekeringen en boekhouding.
  3. Reserveer een bedrag voor belasting, pensioenopbouw en een financiële buffer.
  4. Deel de benodigde omzet door je realistische aantal declarabele uren.
  5. Vergelijk de uitkomst met tarieven van vakgenoten in jouw regio en specialisme.

Wat houd je netto over van je uurtarief?

In het eerste rekenvoorbeeld blijft van € 40 per uur netto ruim € 25 per declarabel uur over (€ 38.000 gedeeld door 1.500 uur), in het tweede van € 70 bijna € 45 (€ 58.000 gedeeld door 1.300 uur). Je betaalt zelf inkomstenbelasting in box 1, met zelfstandigenaftrek zodra je het urencriterium haalt.

De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2026 € 1.200 voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, verrekend tegen een vast tarief van 37,56% (Bron: Belastingdienst, zelfstandigenaftrek 2026). Om ervoor in aanmerking te komen, moet je aan het urencriterium van minimaal 1.225 uur per jaar voldoen; daarvoor tellen ook je niet-declarabele uren voor de zaak mee. De volledige regels rond ondernemersaftrek, btw en de KVK-inschrijving lees je in zzp'er worden in de techniek.

Wet DBA: wanneer loop je risico op schijnzelfstandigheid?

Werk je structureel voor één aannemer, dan val je sinds 1 januari 2025 weer onder volledige handhaving op schijnzelfstandigheid. Toenmalig staatssecretaris Idsinga van Fiscaliteit en Belastingdienst zei daarover: "Als je echt een ondernemer bent en zelfstandig werkt kun je dat gewoon blijven doen. Maar de inzet van schijnzelfstandigen leidt wel tot oneerlijke concurrentie en ongelijke arbeidsvoorwaarden" (Bron: Rijksoverheid, handhaving schijnzelfstandigheid).

Bedrijven die zzp'ers inhuren voor werk dat zij niet zelfstandig uitvoeren, kunnen sinds die datum weer een boete en naheffingen krijgen; de volledige toetsingscriteria van de Belastingdienst lees je in zzp'er worden in de techniek. Eigen gereedschap, meerdere opdrachtgevers en een zelf onderhandeld tarief maken die toetsing aanzienlijk gunstiger voor jou.

Techniek Nederland, de branchevereniging voor de installatiebranche, meldt dat controles zich nog onvoldoende richten op sectoren met het hoogste risico: "Ook bedrijven in onze sector krijgen controles, terwijl de tarieven van zzp'ers hier meestal ruim boven € 38,- liggen" (Bron: Techniek Nederland, lobby draagt bij aan nieuwe zzp-wetgeving).

In het jaar dat de volledige handhaving inging, daalde het aantal zzp'ers in Nederland met 62.000, voor het eerst sinds jaren (Bron: CBS, aantal zzp'ers in 2025 gedaald).

Loondienst of zzp: wat levert meer op als loodgieter?

Een loodgieter in loondienst verdient onder de cao Technisch Installatiebedrijf sinds 1 maart 2026 een bruto maandsalaris van ongeveer € 2.468 in salarisgroep A/2 (het minimumuurloon van € 14,99 × 7,6 uur × 260/12) tot € 3.651 in salarisgroep F/7 na zeven functiejaren, en bouwt automatisch pensioen op (Bron: FNV, cao Technisch Installatiebedrijf, artikelen 32 en 33a).

Als zzp-loodgieter kun je met een tarief tussen € 40 en € 70 per uur op papier meer verdienen, maar je betaalt uit dat bedrag zelf je verzekeringen, pensioen en niet-declarabele uren.

Voor de volledige loondienst-cijfers, zie wat een loodgieter in loondienst verdient. De huidige cao Technisch Installatiebedrijf loopt van 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2028 en regelt onder meer 3% loonsverhoging per 1 maart 2026, een eenmalige uitkering van € 132 bruto op 1 november 2026 en een structurele verhoging van € 115 bruto per maand op 1 maart 2027 (Bron: Techniek Nederland, cao Technisch Installatiebedrijf 2026-2028). Zo'n verhoging strijkt een zzp'er niet automatisch op; je moet je eigen tarief jaarlijks bijstellen, wat des te meer speelt als je structureel voor dezelfde aannemer werkt en zo dicht tegen een dienstverband aan zit.

Let bij die vergelijking op het verschil tussen netto en bruto: de € 38.000 tot € 58.000 uit de rekenvoorbeelden is wat overblijft na belasting, pensioen en buffer, terwijl het cao-loon bruto is. Zakt je tarief onder € 40 per uur, of haal je minder dan 1.300 declarabele uren per jaar, dan krimpt dat netto-inkomen snel, want dan draai je zelf op voor pensioen, verzekeringen en de niet-declarabele uren die een werkgever in loondienst al voor je regelt.

Hoe start je als zzp-loodgieter?

Starten als zzp-loodgieter begint met een inschrijving bij de KVK, gevolgd door verzekeringen, gereedschap en je eerste opdrachten. De KVK rekent voor inschrijving in het Handelsregister een eenmalige vergoeding van € 85,15 (Bron: KVK, inschrijfvergoeding), waarna je een btw-nummer krijgt en facturen kunt sturen.

  1. Schrijf je als eenmanszaak in bij de KVK en ontvang je btw-nummer.
  2. Regel een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en overweeg een AOV tegen arbeidsongeschiktheid.
  3. Haal of vernieuw je VCA-certificaat en houd relevante vakdiploma's op orde.
  4. Bepaal een reëel uurtarief op basis van je kostprijs en gewenste netto-inkomen.
  5. Houd je uren bij voor het urencriterium van 1.225 uur per jaar.

Twijfel je tussen loondienst en het zzp-tarief uit dit artikel? Vergelijk dan eerst het cao-loon in wat een loodgieter in loondienst verdient, en lees in zzp of loondienst uitpakt voor monteurs en zzp'er worden in de techniek wat de overstap in de praktijk betekent. Het actuele aanbod aan installatietechnische opdrachten vind je op vacatures.

Werk je liever met een ander uurtarief als referentie? De zzp-tarieven van de tegelzetter, elektromonteur, lasser, schilder en warmtepompmonteur staan in de bijbehorende artikelen.

#Salaris#Loodgieter#ZZP#Uurtarief#Installatietechniek

Was dit artikel nuttig?

Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Portret van Norick Engberts

Norick Engberts

Specialist techniek bij MijnTechCarrière

Bekijk alle artikelen van Norick →

Veelgestelde vragen

Ja, als zzp-loodgieter reken je in de regel 21% btw, ook aan particuliere klanten. Werk je in onderaanneming voor een aannemer bij nieuwbouw of renovatie, dan geldt de btw-verleggingsregeling: de btw-afdracht verschuift naar je opdrachtgever en jij vermeldt 'btw verlegd' op je factuur.

Bij aanneming spreek je een vaste prijs af voor de hele klus en draag je zelf het risico van meer- of minderwerk. Bij regie factureer je je daadwerkelijke uren en materiaalkosten, wat meer zekerheid geeft over je uurtarief maar minder ruimte laat om extra te verdienen op een efficiënt uitgevoerde klus.

Nee, een AOV is niet wettelijk verplicht, maar wel sterk aan te raden: bij ziekte of een blessure heb je anders direct geen inkomen meer. Rijksoverheid.nl noemt als alternatieven zelf geld reserveren, een AOV tegen collectieve voorwaarden, een vrijwillige verzekering bij het UWV of deelname aan een broodfonds.

Minimaal 1.225 uur per jaar, het urencriterium van de Belastingdienst. Declarabele klussen, reistijd, offertes en administratie tellen daarbij allemaal mee, wat voor een fulltime zzp-loodgieter met een vaste particuliere klantenkring goed haalbaar is.

Ja, want structureel voor dezelfde aannemer werken vergroot het risico dat de Belastingdienst dat als verkapt dienstverband bestempelt, vooral wanneer je onder toezicht en met gereedschap van de aannemer werkt. Werk je met eigen gereedschap voor wisselende opdrachtgevers en onderhandel je je tarief zelf, dan sta je aantoonbaar sterker als zelfstandige.

De KVK-inschrijving kost eenmalig € 85,15, waarna vooral gereedschap, een bedrijfsbusje en verzekeringen de grootste opstartkosten vormen. Wat je daarvoor moet aanschaffen, hangt af van wat je al bezit uit je tijd in loondienst.

Lees ook