Een steigerbouwer monteert, controleert en demonteert steigers en andere hulpconstructies op bouwplaatsen, in de zware industrie en offshore. Werkt hij in loondienst bij een bouw- of infraonderneming, dan valt hij onder de cao Bouw & Infra 2025-2027 en bepaalt zijn functiegroep het garantieloon. Dit artikel laat per functiegroep, toeslag en certificaat zien wat een steigerbouwer verdient.
Wat verdient een steigerbouwer bruto per maand volgens de cao?
Per 1 januari 2026 verdient een steigerbouwer minimaal 18,95 tot 23,78 euro bruto per uur, van hulpsteigerbouwer tot voorman (Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2). Omgerekend via de rekenwijze van Technisch Bureau Bouw & Infra (uurloon x 8 x 261 werkbare dagen, gedeeld door 12), komt dat neer op 3.297 tot 4.138 euro bruto per maand.
Dit garantieloon is een minimum: een werkgever mag altijd meer betalen, bijvoorbeeld voor ervaring, specialisatie of schaarste. Wil je eerst weten wat het werk van een steigerbouwer precies inhoudt? Lees dan wat een steigerbouwer dagelijks doet.
Garantieloon per functiegroep: van hulpsteigerbouwer tot voorman
De cao Bouw & Infra deelt bouwplaatswerknemers in vijf functiegroepen in, van A tot en met E, met een oplopend garantieloon per uur. Voor steigerbouwers loopt dit van hulpsteigerbouwer (functiegroep A) via monteur steigers III, II en I tot voorman (functiegroep E). Maandbedragen hieronder: uurloon x 8 x 261 dagen, gedeeld door 12. Bron: cao Bouw & Infra, bijlage 1.2.
- Functiegroep A (hulpsteigerbouwer): garantieloon van 18,95 euro per uur per 1 januari 2026, oplopend naar 19,23 euro per 1 januari 2027, ofwel ongeveer 3.297 tot 3.346 euro bruto per maand fulltime. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2.
- Functiegroep B (monteur steigers III, met Steigerbouw A-certificaat): 20,02 euro per uur per 1 januari 2026, oplopend naar 20,32 euro per 1 januari 2027, ofwel ongeveer 3.483 tot 3.536 euro bruto per maand. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2.
- Functiegroep C (monteur steigers II, met minimaal een jaar ervaring): 21,24 euro per uur per 1 januari 2026, oplopend naar 21,56 euro per 1 januari 2027, ofwel ongeveer 3.696 tot 3.751 euro bruto per maand. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2.
- Functiegroep D (monteur steigers I, met Steigerbouw B-certificaat en leiding over maximaal drie collega's): 22,68 euro per uur per 1 januari 2026, oplopend naar 23,02 euro per 1 januari 2027, ofwel ongeveer 3.946 tot 4.005 euro bruto per maand. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2.
- Functiegroep E (voorman, met minimaal tien jaar werkervaring): 23,78 euro per uur per 1 januari 2026, oplopend naar 24,14 euro per 1 januari 2027, ofwel ongeveer 4.138 tot 4.200 euro bruto per maand. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2.
Een betonvlechter werkt onder dezelfde cao Bouw & Infra en dezelfde functiegroepen A tot en met E: bij gelijke inschaling verdient hij exact hetzelfde garantieloon als een steigerbouwer. Het verschil zit in het werk zelf, niet in de beloning. Bekijk het volledige salarisoverzicht van een betonvlechter.
Wat verdient een steigerbouwer van 16 tot en met 20 jaar?
Voor bouwplaatswerknemers onder de 21 jaar geldt niet tabel 4.2, maar de aparte jeugdstaffel van tabel 4.3. Een 16-jarige hulpsteigerbouwer zonder bbl-diploma verdient per 1 januari 2026 minimaal 7,97 euro bruto per uur, oplopend tot 14,37 euro bij 20 jaar. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.3
Volgt de jongere een bbl-opleiding, dan gelden de hogere bedragen uit tabel 4.4.2 in plaats van de standaardstaffel; wie op zijn 21e een bbl-3-diploma heeft afgerond, stroomt direct door naar het volledige garantieloon uit tabel 4.2.
Onder welke cao valt een steigerbouwer?
Een steigerbouwer in loondienst valt onder de cao Bouw & Infra 2025-2027, niet onder een cao die 'Bouwnijverheid' heet: die naam bestaat niet meer als aparte cao. Artikel 10.2.2 van de cao noemt steigerbouw expliciet als gedekte bouw- en infra-activiteit. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 10.2.2.
Artikel 10.2.2 bepaalt welke activiteiten onder de werkingssfeer vallen: "steigerbouw: monteren/construeren en demonteren van steigerelementen; steigerbouw, industriële: steigerbouw ten behoeve van het onderhoud aan industriële fabrieksinstallaties." Steigerbouw voor gewone bouwprojecten en voor industrieel onderhoud vallen dus beide onder deze cao. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 10.2.2.
Artikel 10.3.1 van de cao Bouw & Infra somt ruim twintig bedrijfstakken op waarvoor de cao niet geldt, zoals baggerwerken, isolatiebedrijf, dakbedekkingen, loodgieters- en fittersbedrijf en het verhuren van mobiele kranen. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, artikel 10.3.1. Het is een uitsluitingslijst, geen beschrijving van wat wél onder de cao valt: steigerbouw komt in die opsomming nergens voor. Artikel 10.2.2 noemt steigerbouw juist expliciet als werkzaamheid die wél onder de cao valt. Een steigerbouwbedrijf dat zelf steigers monteert en demonteert valt dus gewoon onder de cao Bouw & Infra, ook als het incidenteel materieel verhuurt.
De naam 'Bouwnijverheid' leeft overigens nog voort in bpfBOUW, het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouw, dat los staat van de huidige cao-naam. Aan werkgeverskant hebben onder meer Bouwend Nederland en de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB), de branchevereniging voor steigerbouwbedrijven, deze cao mede afgesloten; namens de werknemers onderhandelden FNV en CNV.
Hoeveel loonsverhoging krijgt een steigerbouwer in 2025-2027?
Steigerbouwers krijgen via de cao Bouw & Infra 2025-2027 in totaal 10 procent loonsverhoging over de hele looptijd: 3,5 procent per 1 mei 2025, 1 procent per 1 juli 2025, 4 procent per 1 januari 2026 en 1,5 procent per 1 januari 2027. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 4.12.
Hans Crombeen, bestuurder bij FNV Bouwen en Wonen (de vakbond die namens bouwplaatswerknemers onderhandelde), noemt dit resultaat boven de inflatie: "Ik ben blij dat we een loonsverhoging hebben kunnen afspreken boven de inflatie: 10% over de looptijd." Bron: FNV, overeenstemming over nieuwe cao Bouw en Infra.
Welke toeslagen komen bovenop het garantieloon?
Bovenop het garantieloon kent de cao Bouw & Infra een vaste vakantietoeslag van 8 procent en een overwerktoeslag van 25 tot 100 procent, afhankelijk van het tijdstip. Werk je in ploegendienst, dan komt daar nog 10 tot 15 procent ploegendiensttoeslag bij. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 4.13 en tabel 5.8.
Artikel 4.13.1 van de cao bepaalt: "De werknemer heeft recht op een vakantietoeslag van 8% van het vast overeengekomen loon of het salaris." Deze toeslag telt mee als vast onderdeel van het inkomen van een steigerbouwer, naast het maandelijkse garantieloon. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 4.13.
- Vakantietoeslag: 8 procent van het vast overeengekomen loon, uitbetaald als vaste jaarlijkse toeslag. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 4.13.
- Overwerktoeslag: 25 procent voor de eerste drie overuren op een dag, 50 procent voor overige overuren doordeweeks en 100 procent in het weekend of op een feestdag. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 5.7.1.
- Ploegendiensttoeslag: 10 procent bij tweeploegendienst en 15 procent bij drieploegendienst, gangbaar bij onderhoudsstops in de industrie. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 5.8.
- Toeslag bijzondere uren: kan oplopen tot 100 procent op zondag tussen 07.00 en 19.00 uur, bovenop het garantie-uurloon. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 5.3.
- Leermeester- en voormantoeslag: voor de functie van voorman steigerbouw geldt een eigen toeslagbedrag, los van de algemene leermeestertoeslag voor andere bouwplaatswerknemers. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 5.6.
Wat regelt de pensioenregeling van bpfBOUW voor een steigerbouwer?
Werkgevers in de bouw- en infrasector zijn verplicht aangesloten bij bpfBOUW, het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouwnijverheid, en een steigerbouwer in loondienst bouwt daar verplicht pensioen op. De pensioenpremie bedraagt voor 2025 en 2026 25,93 procent van de pensioengrondslag, waarvan werkgever en werknemer elk een deel betalen.
Tot het grenspercentage van 22,2 procent betaalt de werkgever 65,6 procent van de premie en de werknemer 34,4 procent; boven die grens verdelen werkgever en werknemer de premie fifty-fifty. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, artikel 4.16
Per 1 januari 2026 verandert de pensioenregeling zelf ook: de tot dan toe opgebouwde pensioenaanspraken worden dan 'ingevaren' in een nieuwe Solidaire Premieregeling, waarbij een steigerbouwer vanaf die datum zijn eigen persoonlijke pensioenvermogen opbouwt in plaats van het oude middelloonstelsel. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, artikel 4.16.2
Bestaat er een zwaarwerkregeling voor een steigerbouwer?
Steigerbouw is fysiek zwaar werk op hoogte, en daarvoor bestaat binnen de cao BTER Bouw & Infra een aparte RVU-zwaarwerkregeling, waarmee bouwplaatswerknemers eerder kunnen stoppen met werken. Cao-partijen hebben afgesproken deze regeling voor onbepaalde tijd te verlengen. De uitkering wordt bovendien verhoogd.
De hoogte van de uitkering gaat per 1 januari 2026 omhoog met 250 euro bruto per maand, bovenop de reguliere cao-loonsverhoging. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, artikel 10.17.3
Welk steigerbouw-certificaat heb je nodig voor een hogere loonschaal?
Voor promotie binnen de steigerbouw zijn twee vakcertificaten bepalend: het Steigerbouw A-certificaat voor monteur steigers III (functiegroep B) en het Steigerbouw B-certificaat voor monteur steigers I (functiegroep D). Beide certificaten zijn vastgelegd in de functielijst van de cao Bouw & Infra. Bron: cao Bouw & Infra, bijlage 1.2.
Monteur steigers II (functiegroep C) heeft nog geen certificaat nodig, maar wel minimaal een jaar praktijkervaring. De stap naar monteur steigers I met Steigerbouw B levert het grootste verschil op binnen de eerste jaren: van functiegroep C naar D betekent 1,44 euro per uur meer garantieloon per 1 januari 2026. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2.
Werkgevers in de industrie en offshore vragen daarnaast vaak een VCA-certificaat (bewijs van basiskennis veiligheid, gezondheid en milieu) als aanvullende toegangseis, los van de cao-loonschalen zelf. Dit is een branchepraktijk en geen cao-verplichting. Een vergelijkbaar patroon zie je bij hoe certificering het loon van een isolatiemonteur beïnvloedt: extra vakcertificaten leiden ook daar tot een hogere loonschaal.
Verdient een steigerbouwer in de industrie of offshore anders dan in de bouw?
Voor industriële steigerbouw en offshore-onderhoud geldt dezelfde cao Bouw & Infra en dezelfde garantieloontabel als voor steigerbouw in de reguliere bouw: artikel 10.2.2 noemt steigerbouw, industriële expliciet als gedekte activiteit. Het verschil zit vooral in toeslagen voor ploegendienst, bijzondere uren en overwerk, die in de industrie vaker voorkomen. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 10.2.2.
Een los, niet-onderbouwd percentage voor 'industrie betaalt meer' bestaat niet in de cao zelf: het daadwerkelijke verschil ontstaat door de toeslagen hierboven en door individuele afspraken tussen werkgever en werknemer. Twijfel je tussen loondienst en een overstap naar de industrie? Bekijk dan passende vacatures via de gratis Banenscan.
Hoe zit het met salaris als zzp-steigerbouwer?
Als zzp-steigerbouwer val je niet onder de cao Bouw & Infra, want die geldt alleen voor werknemers in loondienst. Je bepaalt zelf je uurtarief en verrekent daarin pensioen, verzekeringen en periodes zonder opdracht, kosten die een werknemer wel vergoed of opgebouwd krijgt via de cao.
Voor de administratieve kant gelden dezelfde algemene regels als voor andere zelfstandigen in de techniek: een inschrijving bij KVK, de Kamer van Koophandel, en meestal een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Onafhankelijk gepubliceerde tariefcijfers specifiek voor zzp-steigerbouwers zijn niet beschikbaar, dus vermeldt dit artikel daar bewust geen bedrag over.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
Een startende steigerbouwer zonder ervaring valt in functiegroep A van de cao Bouw & Infra en verdient een garantieloon van 18,95 euro per uur per 1 januari 2026, ongeveer 3.297 euro bruto per maand fulltime. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2.
Een steigerbouwer in loondienst valt onder de cao Bouw & Infra 2025-2027, niet onder de vroegere cao Bouwnijverheid. Artikel 10.2.2 noemt steigerbouw expliciet als gedekte bouw- en infra-activiteit, inclusief industriële steigerbouw voor onderhoud aan fabrieksinstallaties. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 10.2.2.
Steigerbouwers krijgen via de cao Bouw & Infra in totaal 10 procent structurele loonsverhoging over de looptijd van 27 maanden: 3,5 procent in mei 2025, 1 procent in juli 2025, 4 procent in januari 2026 en 1,5 procent in januari 2027. Bron: cao Bouw & Infra, artikel 4.12.
Nee. Artikel 10.3.1 somt ruim twintig bedrijfstakken op waarvoor de cao niet geldt, zoals baggerwerken, isolatiebedrijf en het verhuren van mobiele kranen — steigerbouw staat niet op die uitsluitingslijst. Artikel 10.2.2 noemt steigerbouw juist expliciet als gedekte werkzaamheid, dus een steigerbouwbedrijf dat steigers monteert en demonteert valt gewoon onder de cao. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, artikel 10.3.1.
Werkt een steigerbouwer in tweeploegendienst, dan geldt een toeslag van 10 procent op het garantieloon; bij drieploegendienst is dat 15 procent. Deze toeslag komt vaak voor bij onderhoudsstops in de petrochemische industrie. Bron: cao Bouw & Infra, tabel 5.8.
Bronnen
- Bron: cao Bouw & Infra, tabel 4.2(tbbouwinfra.nl)
- Bron: cao Bouw & Infra, bijlage 1.2(tbbouwinfra.nl)
- Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, artikel 10.3.1(fnv.nl)
- Bron: FNV, overeenstemming over nieuwe cao Bouw en Infra(fnv.nl)
- KVK(kvk.nl)



