De ketenregeling bepaalt hoe vaak en hoe lang een werkgever je achter elkaar een tijdelijk contract mag geven voordat je automatisch een vast contract hebt. De hoofdregel staat in de wet en is kort: meer dan 36 maanden of meer dan drie contracten, en het laatste contract geldt als vast. De technische cao's voegen daar eigen regels aan toe, vooral over uitzendwerk, bbl en werken na de AOW-leeftijd. Bron: BW art. 7:668a.
Wat is de ketenregeling precies?
Een keten bestaat uit tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever die elkaar opvolgen met pauzes van hooguit zes maanden. Duurt die keten langer dan 36 maanden, of volgen meer dan drie tijdelijke contracten elkaar op, dan geldt het laatste contract vanaf die dag als vast. Je hoeft daar niets voor te doen. Bron: BW art. 7:668a.
De wet zegt het letterlijk zo: „meer dan drie voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden, geldt de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd.” Een pauze van meer dan zes maanden breekt de keten. Daarna begint de telling opnieuw bij nul.
Die pauze van zes maanden verandert. Op 8 juli 2026 is de Wet meer zekerheid flexwerkers vastgesteld: vanaf 1 januari 2028 breekt pas een pauze van meer dan 36 maanden de keten. Het maximum van drie tijdelijke contracten en 36 maanden blijft. Voor scholieren en studenten die gemiddeld hooguit zestien uur per week werken, blijft een pauze van zes maanden genoeg. Bron: Staatsblad 2026, 205 en Staatsblad 2026, 206.
- Langer dan 36 maanden achter elkaar tijdelijk, pauzes meegerekend: vast vanaf de dag na die 36 maanden
- Een vierde tijdelijk contract binnen de keten: dat vierde contract is vast
- Een pauze van meer dan zes maanden: de keten begint opnieuw
Telt een wisseling van werkgever mee voor de keten?
Ja, soms. Volgt een nieuwe werkgever de oude redelijkerwijs op voor hetzelfde werk, dan telt de wet die contracten samen. Dat heet opvolgend werkgeverschap. Het klassieke voorbeeld is eerst via een uitzendbureau bij een bedrijf werken en daarna rechtstreeks bij datzelfde bedrijf in dienst gaan. Bron: BW art. 7:668a, lid 2.
Een cao mag van die regel afwijken, ook in het nadeel van de werknemer. De technische cao's doen dat ook, en precies daar zit het verschil per sector. Hoe uitzenden en detacheren zich tot elkaar verhouden, lees je in detacheren of uitzenden in de techniek.
Metaal en Techniek: wat regelt artikel 13?
In het Metaalbewerkingsbedrijf herhaalt artikel 13 de wettelijke regel: maximaal drie tijdelijke contracten die samen niet langer dan 36 maanden duren. Daarnaast telt eerder uitzendwerk bij dezelfde werkgever als één tijdelijk contract, maar alleen als de onderbrekingen door ziekte van de uitzendkracht kwamen. Bron: cao Metaalbewerkingsbedrijf 2026-2028, art. 13 lid 3 en 5.
De cao legt het gevolg uit: „De arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever is dan dus de tweede tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de werknemer.” De hele periode van uitzenden plus direct dienstverband mag dan niet langer dan 36 maanden duren. In het Technisch Installatiebedrijf staat dezelfde tekst in artikel 13.
Voor tijdelijke contracten die vooral om je opleiding draaien, verwijst artikel 13 lid 6 naar de wettelijke uitzondering. Dan geldt de ketenregeling niet. Wat dat voor bbl'ers betekent, staat in bbl-baan in de techniek.
Bouw & Infra: welke uitzonderingen kent de cao?
De cao Bouw & Infra volgt de wettelijke 36 maanden en drie contracten in paragraaf 1.3.4. Voor een paar bouwplaatsfuncties die door het weer maximaal negen maanden per jaar kunnen werken, mag de pauze tussen contracten maar drie maanden zijn in plaats van zes. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, par. 1.3.4.
Het gaat om asfaltwerker (functie 15), balkman (functie 87), machinist met diploma (functie 122) en wegmarkeerder I, II en III. Bij hen breekt een winterstop van vier maanden de keten dus niet. Dat sluit aan bij lid 13 van het wetsartikel, dat dit voor seizoenswerk toestaat.
Bouw & Infra heeft nog een eigen regel in paragraaf 1.3.5. Kan de werkgever je tijdelijke contract verlengen zonder dat het vast wordt, en gebeurt dat niet, dan mag de werkgever voor hetzelfde werk geen uitzend- of payrollkracht inlenen. Dat verbod vervalt als je aantoonbaar disfunctioneerde. Bron: cao Bouw & Infra, par. 1.3.5.
MvT en Metalektro: hoe tellen uitzendperiodes?
In de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf tellen periodes als uitzendkracht bij dezelfde werkgever altijd samen als één tijdelijk contract, ook zonder ziekte. Artikel 16 lid 5 noemt dat uitdrukkelijk een afwijking van de wet. Voor bbl-studenten geldt helemaal geen maximum aantal tijdelijke contracten. Bron: cao MvT 2025-2027, art. 16 en 18.
Metalektro heeft een vergelijkbare regel in paragraaf 1.2.1: opeenvolgende contracten met een uitzendbureau gelden onder voorwaarden als één tijdelijk contract. Een van die voorwaarden is dat je als uitzendkracht direct voorafgaand bij dezelfde werkgever werkte en in die periode ziek bent geweest. Bron: cao Metalektro 2026, par. 1.2.1 en 1.2.2.
Werk je na je AOW-leeftijd: welke regels gelden dan?
Na de AOW-leeftijd is de keten ruimer: maximaal zes tijdelijke contracten in maximaal 48 maanden. Alleen contracten die na het bereiken van die leeftijd zijn gesloten, tellen mee. Dat staat in lid 12 van het wetsartikel. Bouw & Infra en MvT nemen die regel letterlijk over. Bron: BW art. 7:668a, lid 12.
De cao MvT voegt er in artikel 19 lid 2 aan toe dat er „een periode van langer dan 6 maanden tussen twee arbeidsovereenkomsten” moet zitten om een nieuwe keten te starten. In het Metaalbewerkingsbedrijf verwijst artikel 15 voor gepensioneerde werknemers naar de wettelijke regels. Bron: cao MvT, art. 19.
Einde van een tijdelijk contract: waar heb je recht op?
Duurt je tijdelijke contract zes maanden of langer, dan moet de werkgever je uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk laten weten of je mag blijven. Bij voortzetting hoort de werkgever ook de voorwaarden te noemen. Blijft die melding helemaal uit, dan krijg je een vergoeding van één maandloon. Te laat betekent een vergoeding naar rato. Bron: BW art. 7:668.
Verlengt de werkgever je contract niet, dan heb je recht op een transitievergoeding. Dat volgt uit artikel 7:673 lid 1 onder a, dat ook het niet voortzetten van een tijdelijk contract op initiatief van de werkgever noemt. Bron: BW art. 7:673. Hoe je die vergoeding uitrekent, staat in transitievergoeding berekenen.
Begin je bij een nieuwe werkgever, dan geldt bij een contract van zes maanden of korter geen proeftijd. Wat er bij langere contracten mag, lees je in ons stuk over de proeftijd in de techniek. Zoek je direct een baan met uitzicht op vast, start dan de Banenscan.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
Ja, als je tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever elkaar met pauzes van hooguit zes maanden opvolgen en samen langer dan 36 maanden duren. Het laatste contract geldt dan vanaf de dag na die 36 maanden als vast. Je werkgever hoeft daar niets voor te tekenen.
Dat hangt af van je cao. In de cao MvT telt uitzendwerk bij dezelfde werkgever als één tijdelijk contract. In het Metaalbewerkingsbedrijf en het Technisch Installatiebedrijf geldt dat alleen als de onderbrekingen door ziekte kwamen. Metalektro stelt vergelijkbare voorwaarden.
De wet laat de keten breken bij een pauze van meer dan zes maanden. Voor seizoensfuncties in Bouw & Infra, zoals asfaltwerker en wegmarkeerder, is dat al na meer dan drie maanden. Bouw & Infra verbiedt wel om je werk in de tussentijd door een uitzendkracht te laten doen. Vanaf 1 januari 2028 breekt de keten pas na een pauze van meer dan 36 maanden.
Nee. De wet sluit contracten in verband met de beroepsbegeleidende leerweg uit van de ketenregeling, in lid 10 van artikel 7:668a. De cao MvT zegt het ook expliciet: voor bbl-studenten geldt geen maximum aantal tijdelijke contracten zolang het contract bij de opleiding hoort.
Bronnen
- Bron: BW art. 7:668a(wetten.overheid.nl)
- Bron: Staatsblad 2026, 205(zoek.officielebekendmakingen.nl)
- Staatsblad 2026, 206(zoek.officielebekendmakingen.nl)
- Bron: cao Metaalbewerkingsbedrijf 2026-2028, art. 13 lid 3 en 5(fnv.nl)
- Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, par. 1.3.4(fnv.nl)
- Bron: cao MvT 2025-2027, art. 16 en 18(mvtcao.nl)
- Bron: cao Metalektro 2026, par. 1.2.1 en 1.2.2(caometalektro.nl)
- Bron: BW art. 7:668(wetten.overheid.nl)
- Bron: BW art. 7:673(wetten.overheid.nl)



