Een fietsenmaker verdient in 2026 minimaal tussen de € 2.728 en € 3.476 bruto per maand, afhankelijk van zijn functiegroep binnen de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf (artikel 45, salaristabel). Fietsenmakers vallen via de werkingssfeerbepaling van artikel 1 onder deze cao, niet onder een aparte cao Rijwielhandel en Fietsenmakers. In dit artikel lees je precies wat je in elke functiegroep verdient, welke toeslagen je krijgt en hoe je kunt doorgroeien. Wil je eerst weten wat het vak inhoudt? Lees dan wat een fietsenmaker doet.
Wat verdient een fietsenmaker in 2026?
Een fietsenmaker verdient in 2026 minimaal tussen de € 2.728 en € 3.476 bruto per maand op basis van een 38-urige werkweek, afhankelijk van zijn functiegroep binnen de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf (artikel 45, salaristabel). Een assistent-fietstechnicus verdient aan de onderkant van deze bandbreedte, een ervaren eerste fietstechnicus of specialist aan de bovenkant.
Onder welke cao valt een fietsenmaker?
Fietsenmakers vallen niet onder een aparte cao Rijwielhandel en Fietsenmakers — die cao bestaat niet onder die naam. Artikel 1 van de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf omschrijft welke voertuigen onder de werkingssfeer vallen: „tweewielers: motorrijwielen, bromfietsen, fietsen, transportfietsen, invalidewagens en carriers (driewielers)” (artikel 1). Niet je functietitel bepaalt dus welke cao geldt, maar deze werkingssfeerbepaling.
Werk je bij een fietsenwinkel, rijwielhandel, fietsenmakerij of tweewielerspecialist, dan val je via deze bepaling onder de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf. Deze cao regelt niet alleen salarissen, maar ook vakantiedagen, toeslagen en de functie-indeling via het Handboek Functie-indeling (mvtcao.nl).
Waarom heeft de cao een aparte indeling voor de tweewielerkant van het vak?
Het Handboek Functie-indeling kent 31 functiefamilies, waarvan familie 20 gaat over onderhoud en reparatie van tweewielers. Deze familie splitst zich in drie varianten: 20A voor de fiets, 20B voor de scooter en 20C voor de motorfiets Bron: Handboek Functie-indeling, 6e editie. Als fietsenmaker word je dus binnen je eigen variant beoordeeld, niet binnen dezelfde niveaubladen als een scootermonteur.
Die scheiding zit 'm niet in de loonschaal — fiets-, scooter- en motorfietstechnici delen dezelfde functiegroepen B tot en met F — maar in de niveaukarakteristieken waarop je functie wordt beoordeeld: complexiteit, zelfstandigheid, afbreukrisico en fysieke aspecten. Een fietstechnicus die uitsluitend spaakt, remmen en e-bike-aandrijvingen onderhoudt, wordt dus op andere praktijkvoorbeelden ingeschaald dan een collega die scooters of motoren repareert, ook al vallen beiden onder dezelfde cao en dezelfde salaristabel.
Mag je als fietsenmaker zelf kiezen wanneer je je zomervakantie opneemt?
Niet altijd. De cao bepaalt dat een aaneengesloten vakantie in principe tussen 30 april en 1 oktober wordt opgenomen en minimaal 21 kalenderdagen duurt, maar verzet het bedrijfsbelang zich daartegen, dan mag de werkgever dit inkorten tot minimaal 14 dagen (artikel 67). Voor een fietsenwinkel valt dat venster samen met het hoogseizoen.
Daarnaast mag een werkgever per jaar maximaal drie collectieve vakantiedagen vaststellen na overleg met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, en moet je individuele vakantiedagen minstens twee werkdagen van tevoren aanvragen (artikel 68). In de tweewielerbranche wordt die ruimte doorgaans gebruikt om de bezetting rond het voor- en naseizoen op peil te houden.
Wat betekent het als je in het hoogseizoen tijdelijk meer uren draait?
Veel fietsenwinkels zetten in het voor- en naseizoen parttimers of scholieren extra in, of laten vaste deeltijders tijdelijk meer uren draaien. De cao maakt daarbij onderscheid tussen meeruren en overuren: pas als de arbeidstijd van 38 uur per week wordt overschreden, is er sprake van overwerk met bijbehorende overwerktoeslag (artikel 22 lid 5).
- Werk je 32 uur per week en vraagt je werkgever je tijdelijk 40 uur te draaien, dan zijn de eerste 6 extra uren meeruren en pas de laatste 2 uur echte overuren, want die overschrijden de 38-urige werkweek.
- Over meeruren bouw je gewoon vakantie-uren, vakantiebijslag en pensioen op, en gelden de cao-toeslagen die normaal van toepassing zijn (artikel 56).
- Pas boven de 38 uur per week krijg je de aparte overwerktoeslag uit artikel 54, ongeacht je oorspronkelijke contracturen.
Veel fietsenwinkels kiezen daarnaast voor de flexibele-werktijd-variant van de arbeidsduurverkorting (ADV): je werkt dan in een gewone week minimaal 30 en maximaal 42,5 uur, met een maximum van 8,5 uur per dag, zodat de bezetting in het hoogseizoen kan meebewegen zonder dat er meteen overwerktoeslag wordt uitbetaald (artikel 25 lid 2). Deze vorm van ADV wordt gekozen in overleg met het medezeggenschapsorgaan of de werknemersdelegatie.
Wat verdient een startende fietsenmaker (assistent fietstechnicus)?
Een startende fietsenmaker wordt volgens het Handboek Functie-indeling ingedeeld als assistent fietstechnicus in functiegroep B (Handboek Functie-indeling, mvtcao.nl). Vanaf 1 februari 2026 verdient hij daarmee minimaal € 2.728 bruto per maand, oplopend tot € 2.915 na vier functiejaren in dezelfde groep (artikel 45, salaristabel).
Wat verdient een fietsenmaker met ervaring (fietstechnicus)?
Een fietsenmaker met een afgeronde vakopleiding en enkele jaren ervaring valt in functiegroep E, de reguliere fietstechnicus-functie (Handboek Functie-indeling). Dat levert minimaal € 2.937 bruto per maand op, oplopend tot € 3.279 na zes functiejaren in dezelfde groep (artikel 45, salaristabel). Deze functiegroep omvat zelfstandige diagnose, reparatie en onderhoud van fietsen en e-bikes.
Wat verdient een eerste fietstechnicus of specialist?
Een eerste fietstechnicus of specialist in complexe e-bike-diagnostiek valt in functiegroep F, de hoogste schaal binnen deze functiefamilie (Handboek Functie-indeling). Dat komt neer op minimaal € 3.059 bruto per maand, oplopend tot € 3.476 na zeven functiejaren (artikel 45, salaristabel). Deze functiegroep geldt voor wie complexe storingen oplost en collega's begeleidt.
Hoeveel verdient een fietsenmaker van 16 tot 20 jaar?
Werknemers tot 21 jaar krijgen een percentage van het volwassen maandloon: 50% op 16 en 17 jaar, 65% op 18 jaar, 75% op 19 jaar en 90% op 20 jaar (artikel 45, staffel leeftijd). Vanaf 21 jaar en nul functiejaren geldt het volledige cao-loon van de eigen functiegroep.
- 16/17 jaar: 50% van het volwassen loon — assistent fietstechnicus (groep B): € 1.364 bruto per maand (artikel 45, salaristabel)
- 18 jaar: 65% — groep B: € 1.773 bruto per maand
- 19 jaar: 75% — groep B: € 2.046 bruto per maand
- 20 jaar: 90% — groep B: € 2.455 bruto per maand
- 21 jaar en ouder: 100% — het volledige cao-loon uit de salaristabel van artikel 45
Welke toeslagen krijg je voor onregelmatige uren?
Fietsenmakers die avonden, zaterdagen of zondagen werken, krijgen vaste cao-toeslagen bovenop het uurloon. Overwerk levert 28,5% op voor de eerste twee uur en 47% daarna, werken op een zaterdag die geen feestdag is levert eveneens 47% op, en zondagswerk of een feestdag levert 85% op (artikel 54).
Werk je structureel in ploegendienst, dan geldt een aparte, vaste opslag. De cao stelt hierover letterlijk: „De werknemer die in ploegendienst werkt krijgt een toeslag van 14% van zijn maandsalaris of van zijn vierwekensalaris.” (artikel 59) Deze toeslag komt bovenop het gewone maandloon en geldt ongeacht het aantal onregelmatige uren binnen die dienst.
Wat krijg je aan vakantiegeld en reiskostenvergoeding?
Elke fietsenmaker bouwt jaarlijks 8% vakantiebijslag op over het bruto loon dat hij sinds 1 juli heeft verdiend, uitbetaald vóór 30 juni van het volgende jaar (artikel 73). Reiskosten voor werk op locatie worden vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten boven je normale woon-werkafstand (artikel 60), niet via een vast percentage.
Kun je als oudere fietsenmaker minder gaan werken met behoud van pensioenopbouw?
Wie het fysiek zware werkplaatswerk, met pieken in het voor- en naseizoen, richting het pensioen wil afbouwen, kan gebruikmaken van het Generatiepact. Je werkt dan nog een deel van je oorspronkelijke uren tegen een deel van je salaris, terwijl de pensioenopbouw op 100 procent blijft doorlopen Bron: cao MvT 2025-2027, Generatiepact.
- 80 procent van je uren werken, tegen 90 procent salaris, met 100 procent pensioenopbouw.
- 70 procent van je uren werken, tegen 85 procent salaris, met 100 procent pensioenopbouw.
- 60 procent van je uren werken, tegen 80 procent salaris, met 100 procent pensioenopbouw — de meest vergaande variant.
- Voor elke variant moet je minstens 22,8 uur per week blijven werken bij dezelfde werkgever.
Voor fietsenmakers in een zwaar beroep gold tot en met december 2025 daarnaast een regeling om tot 36 maanden voor de AOW-leeftijd vervroegd uit te treden (RVU); cao-partijen werken sindsdien aan een opvolgende 'zwaar-werk-regeling', waarover zij communiceren via mvtrvu.nl (artikel 94). Pensioenopbouw loopt voor fietsenmakers, net als voor automonteurs, via het Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT).
Zzp versus loondienst: wat levert meer op als fietsenmaker?
Steeds meer ervaren fietsenmakers overwegen zelfstandig ondernemerschap naast of in plaats van loondienst. Een zzp-uurtarief ligt doorgaans hoger dan een bruto uurloon in loondienst, maar daar staan kosten voor btw-afdracht, verzekeringen, gereedschap en zelf geregelde pensioenopbouw tegenover. Reken deze kosten altijd door voordat je een uurtarief vergelijkt met een cao-salaris.
Voor starters en junior fietsenmakers is loondienst bijna altijd de betere keuze: je leert het vak binnen een vaste functiegroep, bouwt ervaring op en draagt geen ondernemersrisico. Pas met jaren werkervaring, een vast klantenbestand en voldoende financiële buffer wordt zelfstandigheid een reële optie.
Hoe verdien je meer als fietsenmaker?
Doorgroei binnen de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf verloopt via functiegroep, niet via losse regelingen. Er zijn concrete stappen waarmee je structureel meer kunt verdienen, van vakopleidingen tot specialisatie in e-bikes en het accepteren van ploegendienst of overwerk, en het bijhouden van certificeringen van fabrikanten als Bosch, Shimano en Yamaha.
- Volg een MBO-opleiding Tweewieler Techniek: dit geeft toegang tot een hogere functiegroep en het bijbehorende cao-loon
- Haal een technische opleiding bij een fabrikant zoals Bosch, Shimano Steps of Yamaha: e-bike-diagnostiek hoort bij de hogere functiegroepen E en F
- Groei door naar eerste fietstechnicus: deze functie is ingedeeld in functiegroep F, de hoogste schaal binnen deze functiefamilie
- Werk je structureel in ploegendienst of doe je overwerk: dat levert een vaste toeslag van 14% tot 85% op, afhankelijk van het moment
- Wissel van werkgever bij een salarisplafond: nieuwe werkgevers moeten minimaal het cao-bedrag van jouw functiegroep betalen
- Gebruik de gratis banenscan om je profiel te matchen met actuele technische vacatures
Hoe krap is de arbeidsmarkt voor fietsenmakers rond de seizoenspiek?
Fietsenwinkels die in het voorjaar extra fietstechnici zoeken, concurreren met de rest van de techniek om schaars personeel. UWV meldt eind 2025 letterlijk: „Ruim 1,3 miljoen inwoners van Nederland werken in een technisch beroep. Van de 24 onderscheiden technische beroepsgroepen geldt voor 16 een zeer krappe arbeidsmarkt en voor 7 een krappe arbeidsmarkt” Bron: UWV, Arbeidsmarktprognose techniek.
Dat cijfer gaat over de technische arbeidsmarkt in brede zin, niet over fietstechnici specifiek, maar het verklaart wel waarom fietsenwinkels rond de seizoenswissel vaak al maanden van tevoren op zoek gaan naar extra vakmensen: krapte in aanpalende technische beroepen zet ook de instroom van tweewielertechnici onder druk. Voor een fietstechnicus met een erkend e-bike-certificaat levert dat in de praktijk vaak een sterkere onderhandelingspositie op dan het cao-minimum alleen.
Hoe verhoudt het fietsenmakersalaris zich tot vergelijkbare beroepen?
Het salaris van een fietsenmaker ligt in dezelfde orde van grootte als dat van een bandenmonteur of automonteur: beide beroepen kennen een functiegroep-systematiek met salaristabellen op basis van ervaring en vakdiploma's, niet op basis van leeftijd alleen. Bekijk ook wat een monteur gemiddeld verdient als breder referentiepunt.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
Fietsenmakers vallen via de werkingssfeerbepaling van artikel 1 onder de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf. Deze cao definieert "tweewielers" expliciet als onder meer fietsen, transportfietsen en invalidewagens. Een aparte cao Rijwielhandel en Fietsenmakers bestaat niet onder die naam.
Een assistent fietstechnicus in functiegroep B verdient bruto circa € 2.728 per maand. Netto komt dat, afhankelijk van leeftijd en heffingskortingen, doorgaans neer op ongeveer € 2.150 tot € 2.300 per maand exclusief eventuele toeslagen.
Een erkende e-bike-opleiding van bijvoorbeeld Bosch, Shimano of Yamaha kan bijdragen aan een hogere functiegroep-indeling, omdat complexe e-bike-diagnostiek onderdeel is van de taken in functiegroep E en F. Een vast bedrag van 150 tot 300 euro per maand, zoals soms wordt beweerd, is nergens in de cao of het functiehandboek terug te vinden.
Ja, overwerk levert 28,5% tot 47% toeslag op, zaterdagwerk 47%, en zondagswerk of een feestdag 85% (artikel 54). Structurele ploegendienst levert daarnaast een vaste toeslag van 14% van je maandsalaris op (artikel 59).
Dat hangt sterk af van klantenbestand, locatie en bedrijfsvoering. Een zzp-uurtarief ligt doorgaans hoger dan een bruto uurloon in loondienst, maar daar staan kosten voor btw, verzekeringen en zelf geregelde pensioenopbouw tegenover, waardoor het netto verschil vaak kleiner is dan het lijkt.
Bronnen
- artikel 45, salaristabel(fnv.nl)
- mvtcao.nl(mvtcao.nl)
- Bron: cao MvT 2025-2027, Generatiepact(mvtcao.nl)
- Bron: UWV, Arbeidsmarktprognose techniek(uwv.nl)



