Ga naar hoofdinhoud
Salaris

Bruto naar netto in de techniek: wat houd je over in 2026?

Norick Engberts· Specialist techniek10 min lezen
Salarisindicatie voor een Bruto naar netto in de techniek: wat houd je over in 2026? in de techniek

Van een bruto technisch salaris houd je in 2026 netto tussen de 73 en 95 procent over, afhankelijk van je inkomen. Een starter met € 2.300 bruto per maand houdt netto ongeveer € 2.180 over. Een leidinggevende met € 5.200 bruto houdt netto rond de € 3.770 over. Het verschil komt door de progressieve belastingschijven en de heffingskortingen uit wat je in de techniek verdient, die bij een lager inkomen relatief zwaarder wegen.

Netto per salarisbandbreedte: dit houd je over in 2026

Per salarisbandbreedte in de techniek houd je in 2026 netto tussen de 73 en 95 procent van je brutoloon over, oplopend van bijna € 2.200 voor een starter tot ruim € 3.750 voor een leidinggevende. Onderstaande bedragen zijn een indicatieve jaarberekening op basis van de belastingschijven en heffingskortingen voor 2026 Bron: Belastingdienst, tarieven box 1.

De berekening gaat uit van een alleenstaande zonder toeslagpartner. Vakantiegeld en de werknemersbijdrage pensioenpremie zijn er nog niet in verwerkt, dus in de praktijk houd je iets minder over dan hieronder staat.

  1. Starter (0–2 jaar), bruto €2.000–€2.600: bij €2.300 bruto per maand houd je netto ongeveer €2.180 over — bijna 95 procent van het brutoloon, omdat de heffingskortingen bij dit inkomen nog nauwelijks afbouwen.
  2. Ervaren medewerker (3–7 jaar), bruto €2.600–€3.400: bij €3.000 bruto houd je netto circa €2.610 over, zo'n 87 procent van het brutoloon.
  3. Specialist / senior (8–15 jaar), bruto €3.400–€4.500: bij €4.000 bruto houd je netto ongeveer €3.180 over, ruim 79 procent, doordat een deel van het inkomen in de tweede belastingschijf (37,56%) valt.
  4. Leidinggevende / manager (15+ jaar), bruto €4.200–€6.000: bij €5.200 bruto houd je netto ongeveer €3.770 over — ruim 27 procent gaat naar belasting en premies, tegenover amper 5 procent bij een starter.

Hoeveel je uiteindelijk netto overhoudt, hangt mede af van de pensioenregeling in jouw cao. Cao-afspraken over pensioenpremie verlagen het hier berekende nettobedrag meestal met nog eens enkele procenten, afhankelijk van het pensioenfonds waarbij je werkgever is aangesloten.

Het startersvoorbeeld van € 2.300 bruto per maand in dit overzicht ligt ruim boven het wettelijk minimumloon: dat bedraagt sinds 1 juli 2026 € 14,99 per uur voor werknemers van 21 jaar en ouder Bron: Rijksoverheid, bedragen minimumloon 2026. Een starterssalaris in de techniek zit daardoor structureel boven de wettelijke ondergrens, ook al blijft het netto rendement — door de heffingskortingen — verhoudingsgewijs het hoogst van alle bandbreedtes.

Belastingschijven 2026: hoe werken de tarieven van box 1?

In 2026 kent box 1 van de inkomstenbelasting drie schijven: 35,75 procent tot € 38.883, 37,56 procent tot € 78.426 en 49,5 procent daarboven Bron: Belastingdienst, box 1 tarieven. Deze schijven zijn niet cumulatief: alleen het deel van je loon boven een schijfgrens wordt tegen het hogere tarief belast.

Voor de meeste technici in loondienst blijft het volledige inkomen binnen de eerste schijf: bruto € 38.883 per jaar komt overeen met ongeveer € 3.240 per maand. Pas bij een salaris boven die grens — zoals bij specialisten en leidinggevenden, of bij de best betaalde technische beroepen van 2026 — telt een deel van het inkomen mee tegen 37,56 procent.

Het tarief van de eerste schijf bestaat uit inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen samen Bron: Belastingdienst, box 1 tarieven. Dat verklaart waarom het nettopercentage bij hogere salarissen sneller daalt dan bij lagere: een groter deel van elke extra bruto euro gaat naar het hogere tarief.

Heffingskortingen: waarom een lager inkomen relatief meer overhoudt?

Heffingskortingen zorgen dat een lager inkomen verhoudingsgewijs meer nettoloon overhoudt, omdat ze een vast bedrag aftrekken van een kleinere belastingaanslag. Bij een starterssalaris compenseren de kortingen bijna de volledige verschuldigde belasting. Bij een hoger inkomen bouwen de kortingen juist af, waardoor het nettovoordeel kleiner wordt.

Algemene heffingskorting: wat levert die op?

De algemene heffingskorting bedraagt in 2026 maximaal € 3.115 en geldt voor iedereen met een belastbaar inkomen Bron: Belastingdienst, algemene heffingskorting. Vanaf een inkomen van € 29.737 bouwt de korting af met 6,398 procent per euro extra inkomen, tot nihil bij € 78.427.

Voor werknemers die dit jaar de AOW-leeftijd bereiken, geldt een andere opbouw. "Als u in 2026 de AOW-leeftijd bereikt, hebt u te maken met een aangepast belastingtarief. Dit beïnvloedt ook uw algemene heffingskorting in 2026", meldt de Belastingdienst Bron: Belastingdienst, algemene heffingskorting. Voor de meeste technici in loondienst, die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, geldt gewoon het volledige tarief.

Arbeidskorting: wat levert die op?

De arbeidskorting loopt in 2026 op tot maximaal € 5.685 bij een arbeidsinkomen van € 45.592, opgebouwd via vier oplopende schijven vanaf het eerste verdiende inkomen Bron: Belastingdienst, arbeidskorting. Boven dat inkomen bouwt de korting weer af met 6,51 procent per euro, tot nihil bij € 132.921.

"Heeft uw werkgever een hogere arbeidskorting berekend? En is uw arbeidsinkomen niet hoger dan € 45.593? Dan nemen wij de arbeidskorting van uw werkgever over in uw belastingaangifte 2026", schrijft de Belastingdienst over deze korting Bron: Belastingdienst, arbeidskorting. Dat verklaart waarom een salarisstijging in de lagere inkomens relatief het meeste extra nettoloon oplevert.

Wil je precies weten wat een BBL-leerjaar oplevert naast je opleiding? Bekijk dan het volledige overzicht van het BBL-salaris per leeftijd. Bij zo'n laag jaarinkomen zijn de heffingskortingen vaak hoger dan de verschuldigde belasting zelf.

Rekenvoorbeeld: van €3.000 bruto naar netto in vier stappen

Een bruto maandsalaris van € 3.000 levert in 2026 netto ongeveer € 2.612 per maand op, oftewel 87 procent van het brutoloon. Dit rekenvoorbeeld laat precies zien hoe de belastingschijf en de twee heffingskortingen samen tot dat bedrag leiden, stap voor stap vanaf het bruto jaarinkomen.

  1. Bepaal het bruto jaarinkomen: €3.000 × 12 maanden = €36.000.
  2. Bereken de verschuldigde belasting: bij €36.000 valt het volledige inkomen in de eerste schijf, dus 35,75% × €36.000 = €12.870.
  3. Trek de heffingskortingen af: de algemene heffingskorting bouwt bij dit inkomen al iets af (€2.714) en de arbeidskorting bedraagt €5.498, samen €8.212 aan korting.
  4. Bereken het netto jaarinkomen: €36.000 − (€12.870 − €8.212) = €31.342, oftewel €2.612 netto per maand.

Voor een specialist met € 4.500 bruto per maand loopt dezelfde berekening anders, omdat een deel van het inkomen in de tweede schijf valt.

  1. Bruto jaarinkomen: €4.500 × 12 = €54.000.
  2. Belasting: €38.883 × 35,75% = €13.901 in de eerste schijf, plus (€54.000 − €38.883) × 37,56% = €5.678 in de tweede schijf; samen €19.579.
  3. Heffingskortingen: de algemene heffingskorting bouwt af naar €1.562, de arbeidskorting naar €5.138; samen €6.700 aan korting.
  4. Netto jaarinkomen: €54.000 − (€19.579 − €6.700) = €41.121, oftewel €3.427 netto per maand — ruim 76 procent van het brutoloon.

Toeslagen: hoe een hoger nettoloon je zorgtoeslag kan wegnemen?

Toeslagen zoals zorgtoeslag dalen of vervallen zodra je jaarinkomen boven een vaste grens komt. Een hoger brutoloon levert daardoor soms minder extra besteedbaar inkomen op dan het lijkt. Een alleenstaande heeft in 2026 nog recht op zorgtoeslag tot een jaarinkomen van € 40.857 Bron: Belastingdienst, inkomensgrens zorgtoeslag.

Een ervaren technicus met € 36.000 bruto per jaar ontvangt daardoor nog (deels) zorgtoeslag. Een specialist met € 48.000 bruto per jaar is die toeslag volledig kwijt. Bij een salarisstap over die grens heen loont het dus om ook naar het effect op je toeslagen te kijken, niet alleen naar het brutobedrag. Hetzelfde mechanisme geldt voor huurtoeslag, die eveneens van je verzamelinkomen afhangt.

Toeslagpartner: welke inkomensgrens geldt er?

Met een toeslagpartner geldt voor zorgtoeslag een gezamenlijke inkomensgrens van € 51.142 in plaats van € 40.857 Bron: Belastingdienst, inkomensgrens zorgtoeslag. Die grens verschuift dus wel, maar verdubbelt niet zomaar. Twee technici die allebei rond het modale inkomen verdienen, komen daardoor samen sneller boven die gecombineerde grens dan wanneer elk apart zou worden getoetst.

Overuren en toeslagen: hoger bruto, maar ook hogere belasting?

Overuren en onregelmatigheidstoeslagen worden fiscaal gewoon bij je reguliere loon opgeteld. Ze worden dus belast tegen hetzelfde tarief als de rest van je inkomen, niet apart of lager. Voor de meeste technici is dat 35,75 procent; voor specialisten en leidinggevenden in de tweede schijf 37,56 procent.

Bij een ploegentoeslag van 20 tot 40 procent bovenop het basissalaris blijft, ook na belasting, nog altijd een aanzienlijk deel netto over. Van elke extra bruto euro aan toeslag blijft in de eerste schijf ongeveer 62 tot 64 cent netto over, en in de tweede schijf zo'n 60 tot 62 cent, op basis van de tarieven uit de vorige paragraaf Bron: Belastingdienst, box 1 tarieven.

Een monteur met een uurloon van € 18 die 8 overuren per maand tegen anderhalvvoud laat uitbetalen, ontvangt daarvoor € 216 bruto extra (8 × € 18 × 1,5). Valt dat bedrag volledig in de eerste schijf, dan houdt hij daar netto ongeveer € 135 tot € 140 van over, na het effect van de heffingskortingen.

Pensioenpremie: de inhouding die niet in de belastingschijven zit

Naast loonheffing trekt je werkgever ook de werknemersbijdrage pensioenpremie af van je brutoloon, voordat de rest netto wordt uitbetaald. Deze premie verschilt per pensioenfonds en cao, maar ligt in de techniek doorgaans op enkele procenten van het pensioengevend salaris. Ze verlaagt daardoor zowel je nettoloon als je belastbaar inkomen.

De netto-effecten die in dit artikel zijn berekend, houden nog geen rekening met deze inhouding. Reken dus op een iets lager bedrag op je loonstrook dan de indicatieve cijfers hierboven. De zorgverzekeringswet kent voor werknemers in loondienst geen aparte inhouding op het nettoloon: de werkgever draagt die bijdrage af zonder dat dit op je loonstrook verschijnt.

Dat pensioenpremie het belastbaar inkomen verlaagt, is geen gunst van de werkgever maar een wettelijke regel: aanspraken ingevolge een pensioenregeling behoren volgens de wet niet tot het loon waarover loonheffing wordt berekend (Wet op de loonbelasting 1964, artikel 11, lid 1, onderdeel c). Daarom werkt de pensioenpremie door in de basis waarover de schijven en heffingskortingen hierboven zijn berekend, en niet als een aparte aftrekpost achteraf op je aangifte.

Conclusie: waarom reken je je eigen netto salaris beter na?

Reken je eigen netto salaris na, want de percentages in dit artikel zijn gemiddeldes: een toeslagpartner verschuift je zorgtoeslaggrens, een ploegentoeslag valt soms in een hogere belastingschijf, en de pensioenpremie die je werkgever inhoudt is in deze berekeningen nog niet verwerkt. Jouw persoonlijke nettobedrag kan daardoor een paar procent afwijken van de cijfers hierboven.

Het verschil tussen bruto en netto in de techniek loopt in 2026 uiteen van amper 5 procent bij een starterssalaris tot ruim 27 procent bij een leidinggevende functie. Dat komt puur door de progressieve belastingschijven en de afbouw van heffingskortingen bij een hoger inkomen.

Wie een nieuwe baan overweegt of onderhandelt over een loonsverhoging, kijkt daarom niet alleen naar het brutobedrag. Ook het effect op je belastingschijf, je heffingskortingen en eventuele toeslagen telt mee. Gebruik de gratis Banenscan om te ontdekken welke vacatures aansluiten op jouw salarisambities, of bekijk direct de openstaande technische vacatures.

#salaris#belasting#techniek#heffingskorting#2026

Was dit artikel nuttig?

Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Portret van Norick Engberts

Norick Engberts

Specialist techniek bij MijnTechCarrière

Bekijk alle artikelen van Norick

Veelgestelde vragen

Ja, vakantiegeld (doorgaans 8% van je jaarloon) telt volledig mee als belastbaar inkomen en wordt meestal in mei apart uitbetaald tegen het bijzonder tarief. Dat tarief is gebaseerd op je jaarinkomen van het voorgaande jaar en kan daardoor tijdelijk afwijken van je reguliere maandtarief. Bij de jaarlijkse belastingaangifte wordt het uiteindelijk verrekend tegen de daadwerkelijke schijf.

Nee, je kunt de loonheffingskorting maar bij één werkgever tegelijk laten verrekenen. Kies je daarvoor je hoofdbaan, dan houdt je bijbaan het volledige tarief in zonder korting. Dat geeft in de maandelijkse loonstrook een lager nettobedrag dan je op basis van je totale jaarinkomen zou verwachten, maar bij de jaarlijkse aangifte wordt dit gecorrigeerd.

Bij een periodieke loonsverhoging houd je meestal zo'n 60 tot 65 procent van het brutobedrag netto over, omdat de verhoging in dezelfde of een hogere belastingschijf valt en de heffingskortingen bij een hoger inkomen verder afbouwen. Een verhoging die je net over de grens van € 38.883 jaarinkomen tilt, wordt voor het deel daarboven tegen 37,56 procent belast in plaats van 35,75 procent.

Nee, een zzp'er betaalt geen loonheffing maar doet jaarlijks aangifte inkomstenbelasting, met recht op ondernemersaftrekposten zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Daardoor kan het effectieve belastingtarief voor een zzp'er met een vergelijkbaar inkomen lager uitvallen dan voor een werknemer in loondienst. Een zzp'er mist wel werkgeversvoorzieningen zoals doorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw.

Het loon waarover je loonheffing betaalt is meestal iets lager dan je brutoloon, omdat de werknemersbijdrage pensioenpremie er al vanaf is getrokken. Zie je op je loonstrook een lager bedrag dan je oorspronkelijke bruto maandsalaris vóórdat de belasting wordt berekend, dan komt dat vrijwel altijd door deze pensioeninhouding.

Lees ook