Bij payroll heb je een contract met een payrollbedrijf, maar werk je elke dag bij een ander bedrijf: de inlener. Sinds 2020 heb je als payrollkracht dezelfde arbeidsvoorwaarden als je collega's in vaste dienst. Hieronder lees je wat dat in de praktijk betekent, van ketenregeling tot pensioen.
Wat is payroll precies?
Payroll is een vorm van uitzenden waarbij het bedrijf waar je werkt jou zelf heeft gevonden. Het payrollbedrijf neemt alleen het werkgeverschap over. Artikel 7:692 van het Burgerlijk Wetboek omschrijft het zo: de overeenkomst is niet tot stand gekomen om vraag en aanbod samen te brengen.
Daarnaast staat in artikel 7:692 dat het payrollbedrijf „alleen met toestemming van de derde bevoegd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen”. De derde is de inlener. Je werkt dus exclusief voor dat ene bedrijf, en het payrollbedrijf mag je niet zomaar bij een andere klant plaatsen.
Die afbakening is belangrijk, want voor payroll gelden strengere regels dan voor gewoon uitzendwerk. Wat uitzenden en detacheren inhouden, lees je in detacheren of uitzenden in de techniek en in onze uitleg over het technisch uitzendbureau.
Welke arbeidsvoorwaarden krijg je als payrollkracht?
Je hebt recht op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als collega's die rechtstreeks in dienst zijn van de inlener. Dat staat in artikel 8a van de Waadi, de wet die het ter beschikking stellen van arbeidskrachten regelt. De regel geldt sinds 1 januari 2020, toen de Wet arbeidsmarkt in balans inging.
De wettekst van artikel 8a lid 1 spreekt van een „recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies”. Van dat artikel mag volgens lid 7 niet ten nadele van de payrollkracht worden afgeweken. Een contract dat minder geeft, is op dat punt dus in strijd met de wet.
De Rijksoverheid noemt als voorbeelden van wat je gelijk moet krijgen:
- een eventuele 13e maand
- vakantiedagen
- verlofregelingen
- scholingsregelingen
- de ketenregeling van het bedrijf
- dezelfde doorbetaling van loon bij ziekte als je collega's
Valt de inlener onder een cao, zoals de cao Metalektro of de cao voor de technische installatiebranche, dan krijg je dus ook de loonschalen en toeslagen uit die cao. Welke vakantiedagen daarbij horen, lees je in vakantiedagen in de techniek.
Wat als de inlener geen vergelijkbare collega's heeft?
Heeft de inlener niemand in dienst in een gelijke of gelijkwaardige functie, dan kijk je naar de sector. Volgens artikel 8a lid 2 van de Waadi heb je dan recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in vergelijkbare functies in de bedrijfstak waarin de inlener werkt.
De Rijksoverheid vat het samen: als het bedrijf geen personeel in dienst heeft, gelden vergelijkbare arbeidsvoorwaarden van de sector. De inlener moet zijn arbeidsvoorwaarden bovendien vooraf bekendmaken aan het payrollbedrijf, nog voordat je begint. Zo kan het payrollbedrijf je contract daarop afstemmen.
Geldt de ketenregeling van het bedrijf voor jou?
Ja. Voor een payrollkracht geldt artikel 7:691 niet, staat in artikel 7:692a van het Burgerlijk Wetboek. Dat artikel geeft uitzendbureaus extra ruimte voor tijdelijke contracten. Bij payroll telt de gewone ketenregeling daarom vanaf je eerste werkdag mee, net als bij de collega's van de inlener.
De Rijksoverheid zegt het zo: bij een payrollovereenkomst geldt de cao voor uitzendkrachten niet meer, en je hebt daardoor geen fasecontracten meer. Hoeveel tijdelijke contracten je mag krijgen voordat je recht hebt op een vast contract, lees je in ketenregeling in de techniek.
Ook het uitzendbeding uit artikel 7:691 lid 2 is niet van toepassing. Met dat beding eindigt een uitzendcontract vanzelf zodra de inlener de opdracht stopt. Bij payroll kan dat dus niet, en loopt je contract met het payrollbedrijf gewoon door tot de afgesproken einddatum.
Krijg je loon als er geen werk is of als je ziek bent?
In principe wel. Een gewone werkgever mag volgens artikel 7:628 lid 5 in de eerste zes maanden schriftelijk afspreken dat je geen loon krijgt als er geen werk is. Volgens artikel 7:692a van het Burgerlijk Wetboek geldt die uitzondering niet zomaar bij payroll. Een uitzendbureau mag volgens artikel 7:691 lid 7 zelfs 26 weken afwijken.
Voor payroll staat in artikel 7:692a lid 2 één uitzondering. Het payrollbedrijf mag de eerste zes maanden alleen afwijken als dat in jouw functie bij de inlener bestendig gebruik is, of als de cao van de inlener daarin voorziet. Krijgen je collega's in vaste dienst wel loon, dan jij ook.
Bij ziekte heb je volgens de Rijksoverheid recht op dezelfde loondoorbetaling als je collega's bij de inlener. Hoeveel dat is en hoe lang, lees je in loondoorbetaling bij ziekte.
Hoe zit het met pensioen als payrollkracht?
Sinds 2021 heb je als payrollkracht recht op een adequate pensioenregeling, schrijft de Rijksoverheid. Het payrollbedrijf kan dat op twee manieren regelen. Je gaat mee in de pensioenregeling van de inlener, of het payrollbedrijf treft een eigen regeling die aan wettelijke minimumeisen voldoet. Dat staat in artikel 8a lid 4 tot en met 6 van de Waadi.
Kiest het payrollbedrijf een eigen regeling, dan gelden volgens de Rijksoverheid drie voorwaarden. Je bouwt vanaf je eerste werkdag pensioen op. De regeling dekt ook een nabestaandenpensioen. En de werkgeverspremie is minstens even hoog als de normpremie. Over die premie schrijft de Rijksoverheid: „De werkgever mag deze premie niet aan u doorberekenen.”
De normpremie staat in artikel 1a:1 van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Per 1 januari 2026 is dat 15,2% van de pensioengrondslag. Er mag geen wachttijd of drempelperiode zijn. Werkt de inlener met een bedrijfstakpensioenfonds, zoals PMT in de metaal, dan is meedoen in die regeling de eenvoudigste route.
Wat gebeurt er met scholingsfondsen en andere fondsen?
Is de inlener aangesloten bij een fonds waar het payrollbedrijf zich niet bij kan aansluiten? Dan moet het payrollbedrijf volgens artikel 8a lid 3 van de Waadi een geldbedrag van dezelfde hoogte voor jou reserveren. De Rijksoverheid noemt fondsen voor scholing als voorbeeld. Dat geld wordt aan jou uitbetaald.
De reservering wordt volgens artikel 8a lid 3 „op verzoek, maar ten minste eenmaal per jaar, aan de arbeidskracht uitbetaald”. Eindigt je plaatsing, dan krijg je wat nog openstaat uitbetaald. Bijdragen die het payrollbedrijf zelf aan een fonds met hetzelfde doel betaalt, mogen daarvan worden afgetrokken.
Voor afspraken die de inlener met derden heeft gemaakt, zoals een collectieve verzekering of een fietsenplan, is volgens de Rijksoverheid geen uitgewerkt toetsingskader. Het is aan het payrollbedrijf en jou om daar goede afspraken over te maken. Vraag er dus zelf naar bij je eerste gesprek.
Welke andere regels beschermen een payrollkracht?
Een aantal regels voor uitzendkrachten geldt ook voor jou. Je mag volgens de Rijksoverheid niet worden ingezet bij een bedrijf waar gestaakt wordt of dat bezet is. En het payrollbedrijf mag je geen geld of andere tegenprestatie vragen voor je werk bij de inlener.
Twijfel je of je contract klopt, leg dan je loonstrook naast de cao of de arbeidsvoorwaarden van de inlener. Komen je loon, toeslagen of vakantiedagen lager uit dan die van collega's in dezelfde functie, dan kun je dat bij het payrollbedrijf aankaarten met artikel 8a van de Waadi als basis.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
Nee. Volgens artikel 8a van de Waadi heb je recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in een gelijke of gelijkwaardige functie bij de inlener. Daar valt ook het loon onder. Van die regel mag niet ten nadele van jou worden afgeweken.
Nee. Volgens de Rijksoverheid geldt bij een payrollovereenkomst de cao voor uitzendkrachten niet meer. Je valt onder de arbeidsvoorwaarden van de inlener, inclusief de ketenregeling. Daardoor heb je ook geen fasecontracten zoals bij uitzendwerk.
Als het payrollbedrijf een eigen pensioenregeling gebruikt wel. Die moet opbouw vanaf de eerste werkdag regelen, met een nabestaandenpensioen en een werkgeverspremie van minstens de normpremie. Per 1 januari 2026 is dat 15,2% van de pensioengrondslag. Anders doe je mee in de regeling van de inlener.
Bij uitzenden zoekt het uitzendbureau werk voor jou en kan het je bij verschillende klanten plaatsen. Bij payroll heeft de inlener jou zelf gevonden en doet het payrollbedrijf alleen het werkgeverschap. Het payrollbedrijf mag je alleen met toestemming van de inlener elders inzetten.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek(wetten.overheid.nl)
- Waadi(wetten.overheid.nl)
- Wet arbeidsmarkt in balans(rijksoverheid.nl)
- Rijksoverheid(rijksoverheid.nl)
- Burgerlijk Wetboek(wetten.overheid.nl)
- artikel 7:691 lid 2(wetten.overheid.nl)
- artikel 7:628 lid 5(wetten.overheid.nl)
- Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs(wetten.overheid.nl)



