Ga naar hoofdinhoud
Arbeidsvoorwaarden

Ondernemingsraad in de techniek: rechten en invloed

Norick Engberts· Specialist techniek8 min lezen
Ondernemingsraad in de techniek: rechten en invloed aan het werk in een technische omgeving

Een ondernemingsraad, kortweg or, is een groep gekozen collega's die namens het personeel meepraat met de directie. In de techniek beslist de or mee over roosters, beloningssystemen en veiligheid, en adviseert de or bij een reorganisatie of verhuizing. Toch heeft lang niet elk technisch bedrijf er een. Hieronder lees je wanneer een or verplicht is, wat die mag en wat een zetel jou oplevert.

Wanneer moet een technisch bedrijf een ondernemingsraad hebben?

Een bedrijf waar in de regel ten minste 50 mensen werken, moet een ondernemingsraad instellen. Dat staat in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden, de WOR. Het maakt niet uit of het een installatiebedrijf, een metaalbedrijf of een bouwer is. De plicht ligt bij de ondernemer, niet bij het personeel.

‘In de regel’ betekent volgens de SER „dat er over het hele jaar genomen in de meeste perioden meer dan vijftig mensen werken”. Een paar drukke maanden met extra krachten maken een bedrijf dus nog niet or-plichtig. Ook een kleiner bedrijf kan een or moeten hebben, als de cao dat voorschrijft.

Hoe groter het bedrijf, hoe meer leden. Artikel 6 van de WOR geeft de verdeling:

  • minder dan 50 personen: 3 leden
  • 50 tot 100 personen: 5 leden
  • 100 tot 200 personen: 7 leden
  • 200 tot 400 personen: 9 leden
  • 400 tot 600 personen: 11 leden
  • 600 tot 1000 personen: 13 leden; 1000 tot 2000 personen: 15 leden; daarna per duizendtal 2 leden meer, tot ten hoogste 25 leden

Hoeveel bouw- en technische bedrijven hebben echt een or?

Lang niet allemaal. Het nalevingsonderzoek uit 2023 van het ministerie van Sociale Zaken telde dat 69% van de or-plichtige vestigingen een or heeft. In de bouw is dat maar 51 tot 52%. In de sector industrie en landbouw ligt het hoger, op 77 tot 78%. Bij de overheid is het 93 tot 94%.

Er is geen toezichthouder die dit controleert. De Kamerbrief bij het onderzoek zegt het zo: „er geen instantie is die controleert of er een or is ingesteld en dat er geen sancties bestaan”. Werknemers of een vakbond kunnen wel naar de kantonrechter stappen om de werkgever te verplichten. Volgens de brief komt dat zelden voor.

Werkgevers zonder or noemen vooral een gebrek aan behoefte bij het personeel (63%) en te weinig kandidaten (35%), volgens dezelfde Kamerbrief. Werknemers zien dat anders: in eerder NEA-onderzoek onder werknemers wist 42% niet waarom er geen or was. Een kwart van de bestaande or's heeft vacatures.

Waarover moet de directie de or om advies vragen?

Bij grote bedrijfsbeslissingen heeft de or adviesrecht. Artikel 25 van de WOR noemt onder meer een verkoop of fusie, het sluiten van een vestiging, een reorganisatie, een verhuizing, het groepsgewijs inlenen van personeel, een grote investering en het invoeren van een belangrijke technologische voorziening. De directie moet het advies vragen voordat het besluit valt.

Dat moet op tijd. Volgens artikel 25 moet het advies worden gevraagd „op een zodanig tijdstip, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit”. De directie geeft daarbij de redenen en de gevolgen voor het personeel. Een besluit dat al vaststaat en alleen nog wordt aangekondigd, voldoet daar niet aan.

Volgt de directie het advies niet, dan moet ze een maand wachten met uitvoeren. In die maand kan de or volgens artikel 26 van de WOR in beroep gaan bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. Hoe een reorganisatie voor jou als werknemer uitpakt, lees je in ontslag bij een reorganisatie.

Waarvoor heeft de directie instemming van de or nodig?

Voor regelingen die je dagelijkse werk raken, heeft de or instemmingsrecht. Zonder ja van de or kan de directie die niet invoeren of wijzigen. Artikel 27 van de WOR noemt dertien onderwerpen, van roosters en vakantie tot pensioen, beloning, veiligheid, verzuim, opleiding en het controleren van personeel. Hieronder staan de belangrijkste voor technici.

  • een arbeids- en rusttijdenregeling of een vakantieregeling
  • een belonings- of functiewaarderingssysteem
  • een regeling over arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim of re-integratie
  • een regeling over personeelsopleiding en personeelsbeoordeling
  • een regeling over het verwerken en beschermen van persoonsgegevens van personeel
  • voorzieningen voor „waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties” van personeel

Neemt de directie zo'n besluit toch zonder instemming, dan is het nietig als de or daar binnen een maand schriftelijk een beroep op doet, volgens artikel 27. De directie kan wel de kantonrechter om toestemming vragen. Die geeft dat alleen als de weigering van de or onredelijk is, of als zwaarwegende bedrijfsredenen het besluit vereisen.

Wat mag de or als de cao al veel regelt?

Minder dan je denkt, want wat de cao inhoudelijk regelt, valt buiten het instemmingsrecht. Dat staat in artikel 27 lid 3 van de WOR. Werk je onder een bedrijfstak-cao, zoals die voor de Metaal en Techniek of Bouw en Infra, dan liggen het loongebouw en de toeslagen al vast.

Hetzelfde geldt voor pensioen bij een verplicht bedrijfstakpensioenfonds zoals PMT of bpfBOUW, volgens artikel 27. De ruimte voor de or zit in wat de cao openlaat: hoe roosters er in jouw bedrijf uitzien, hoe het verzuimbeleid werkt en hoe functies worden ingedeeld. Meer over dat laatste lees je in bezwaar tegen je functie-indeling.

Hoe vaak overlegt de or met de directie?

De or en de directie bespreken ten minste twee keer per jaar de algemene gang van zaken. Dat staat in artikel 24 van de WOR. De directie vertelt dan welke besluiten eraan komen die onder het advies- of instemmingsrecht vallen. Ze spreken daarbij af wanneer en hoe de or erbij wordt betrokken.

Volgens het nalevingsonderzoek overleggen ondernemers met een or in 93% van de gevallen met die or over arbeidsomstandigheden en gezondheid. Werkgevers geven de kwaliteit van het overleg met de or gemiddeld een 7,1. In de bedrijven zonder or gebeurt dat overleg volgens de Kamerbrief misschien wel, maar niet op de manier die de wet voorschrijft.

Wie mag stemmen en wie mag zich kandidaat stellen?

Iedereen die ten minste 3 maanden in het bedrijf werkt, mag stemmen en mag zich kandidaat stellen. Dat staat in artikel 6 van de WOR. Je hoeft dus geen vast contract te hebben. De verkiezing gebeurt volgens artikel 9 met een geheime schriftelijke stemming, aan de hand van een of meer kandidatenlijsten.

Een lijst kan volgens artikel 9 worden ingediend door een vakbond met leden in het bedrijf, of door een collega of groep collega's die zelf kiesgerechtigd is. Daarvoor hoef je geen vakbondslid te zijn. Ben je wel lid, dan kun je je contributie deels terugkrijgen; dat lees je in vakbondscontributie terugvragen.

Hoeveel tijd krijg je als or-lid?

Or-werk doe je in werktijd en met behoud van loon. Artikel 18 van de WOR zegt dat de directie en de or samen vaststellen hoeveel uren en dagen nodig zijn. Er geldt wel een ondergrens: ten minste 60 uur per jaar voor overleg en ten minste 5 dagen per jaar voor scholing.

Zit je als or-lid ook in een commissie van de or, dan stijgt het minimum voor scholing naar 8 dagen per jaar, volgens artikel 18. Houdt de directie zich daar niet aan, dan kan elk or-lid de kantonrechter vragen om de werkgever te verplichten. Die scholing kies je zelf, zolang het om scholing gaat die je voor je or-taak nodig vindt.

Ben je als or-lid beschermd tegen ontslag?

Ja. Je werkgever kan je niet opzeggen zolang je lid bent van de or of een commissie ervan. Dat staat in artikel 7:670 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek. Dezelfde bescherming geldt voor leden van een personeelsvertegenwoordiging. Ze is bedoeld om te voorkomen dat je om je or-werk wordt weggestuurd.

De bescherming begint al eerder en loopt langer door. Volgens lid 10 van artikel 7:670 geldt ze ook voor kandidaten op een verkiezingslijst en voor wie korter dan 2 jaar geleden or-lid was.

Wat geldt als je bedrijf minder dan 50 werknemers heeft?

Bij 10 tot 50 werknemers is een or niet verplicht, maar wel toegestaan. De ondernemer kan in plaats daarvan een personeelsvertegenwoordiging instellen, een pvt van ten minste drie gekozen collega's. Vraagt de meerderheid van het personeel erom, dan moet de ondernemer dat doen, volgens artikel 35c van de WOR.

Een pvt heeft minder bevoegdheden dan een or. De instemming beperkt zich volgens artikel 35c tot een arbeids- en rusttijdenregeling, arbeidsomstandigheden en verzuim, en de klokkenluidersprocedure. Heeft een bedrijf met meer dan 10 werknemers geen or en geen pvt, dan moet de ondernemer volgens de SER minstens twee keer per kalenderjaar een personeelsvergadering houden.

Werk je in ploegen of met wisselende diensten, dan raakt instemming over roosters je direct. Welke grenzen de wet zelf al stelt, lees je in de Arbeidstijdenwet in de techniek.

#Ondernemingsraad#Medezeggenschap#WOR#Arbeidsrecht

Was dit artikel nuttig?

Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Portret van Norick Engberts

Norick Engberts

Specialist techniek bij MijnTechCarrière

Bekijk alle artikelen van Norick →

Veelgestelde vragen

Nee. Bij in de regel ten minste 50 werkzame personen is een or verplicht volgens artikel 2 van de WOR. Er is geen boete, maar werknemers of een vakbond kunnen de kantonrechter vragen de werkgever te verplichten binnen een bepaalde termijn een or in te stellen.

Een uitzendkracht telt volgens artikel 1 van de WOR mee als werkzaam in het bedrijf van de inlener zodra die er ten minste 15 maanden werkt. Vanaf dan gelden voor het stemmen en de kandidaatstelling dezelfde regels als voor collega's in loondienst.

Nee. Artikel 18 van de WOR zegt dat or-werk in werktijd gebeurt en met behoud van loon. Wel moet je werkgever het werk dan anders verdelen. Sommige cao's regelen vervanging van or-leden; volgens de Kamerbrief van december 2023 deden zes cao's dat.

Niet als je cao de lonen regelt. Lonen staan dan in de cao en wat de cao inhoudelijk regelt, valt buiten het instemmingsrecht van de or. Bij een bedrijf zonder cao kan de or wel instemmingsrecht hebben over het beloningssysteem. Dat staat in artikel 27 lid 1 en lid 3 van de WOR.

Bronnen

  1. Wet op de ondernemingsraden(wetten.overheid.nl)
  2. SER(ser.nl)
  3. WOR(wetten.overheid.nl)
  4. nalevingsonderzoek uit 2023(rijksoverheid.nl)
  5. Kamerbrief bij het onderzoek(rijksoverheid.nl)
  6. WOR(wetten.overheid.nl)
  7. WOR(wetten.overheid.nl)
  8. WOR(wetten.overheid.nl)
  9. WOR(wetten.overheid.nl)
  10. artikel 9(wetten.overheid.nl)
  11. WOR(wetten.overheid.nl)
  12. Burgerlijk Wetboek(wetten.overheid.nl)
  13. WOR(wetten.overheid.nl)

Lees ook