Ga naar hoofdinhoud
Salaris

Loonheffingskorting techniek: zo pas je hem goed toe

Norick Engberts· Specialist techniek8 min lezen
Salarisindicatie voor een Loonheffingskorting techniek: zo pas je hem goed toe in de techniek

Loonheffingskorting bepaalt hoeveel belasting je werkgever elke maand inhoudt, en als technicus met meer dan één baan kan het hier misgaan. De korting mag maar op één inkomen worden toegepast. Hieronder lees je wat dat voor een bijbaan, uitzendwerk of een baanwissel betekent, en hoe je een nabetaling voorkomt.

Wat is loonheffingskorting en wat levert het op?

Loonheffingskorting is een korting op de belasting die je werkgever van je loon inhoudt. Volgens de Belastingdienst is het „een verzamelnaam voor verschillende soorten kortingen”. Twee onderdelen kom je steeds tegen: de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Bij elk onderdeel hoort een eigen bedrag per jaar.

De hoogste algemene heffingskorting is in 2026 €3.115 voor mensen onder de AOW-leeftijd. Dat bedrag geldt tot een verzamelinkomen van €29.736. Daarboven daalt het met 6,398% van het inkomen boven die grens, en vanaf €78.427 is de korting €0.

De arbeidskorting hangt af van wat je met werk verdient. In 2026 is de maximale arbeidskorting €5.685 voor mensen onder de AOW-leeftijd. Je bereikt dat maximum bij een arbeidsinkomen van €45.592, en daarboven loopt de korting weer af tot €0 vanaf €132.921.

Dat dit voor jou telt, merk je vooral als je meer dan één betaalde klus hebt. Combineer je een vaste baan met uitzendwerk, een bijbaan of een tweede deeltijdbaan? Dan kan het misgaan met deze korting. In dit artikel lees je hoe je dat voorkomt.

Hoe pas je loonheffingskorting toe als je één baan hebt?

Met één werkgever is het simpel: je geeft één keer door dat je werkgever de korting toepast. Dat doe je met het formulier „Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen”, als je werkgever geen eigen formulier heeft. Bij vraag 2a geef je aan of de korting wordt toegepast.

Ook bij een pensioenfonds of een uitkeringsinstantie regel je het toepassen of stoppen van de korting. Ben je student, dan gebruik je de studenten- en scholierenregeling-versie van hetzelfde formulier. Dat geldt bijvoorbeeld voor een student-monteur die naast een BBL-opleiding of in de zomer werkt.

De korting is persoonsgebonden. Heb je een fiscale partner, dan verandert dat het bedrag van je loonheffingskorting niet. Je partner heeft een eigen korting en wat die doet, beïnvloedt de jouwe dus niet.

Wat geldt er voor twee banen of een bijbaan?

De regel is kort en hard. De Belastingdienst schrijft: „U mag de loonheffingskorting maar op 1 inkomen toepassen.” Heb je twee banen, dan kies je dus één werkgever die de korting toepast. Bij de andere werkgever laat je de korting stoppen. Dat staat op de pagina over toepassen of stoppen.

Die regel staat ook in de wet. Volgens artikel 23 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 kun je de korting bij loon van meer dan één werkgever in dezelfde periode maar tegenover één werkgever geldend maken. Voor een bijbaan geldt hetzelfde. Ook als je er maar een paar uur per week werkt, telt het als een tweede inkomen. Welke werkgever de korting toepast, spreek je zelf met je werkgevers af.

Of een bijbaan bij je contract past, is een andere vraag. Dat lees je in het artikel over nevenwerkzaamheden in de techniek. Dit artikel gaat alleen over de belasting. Een werkgever ziet namelijk niet wat je elders verdient, zoals verderop blijkt.

Wat als je uitzendwerk en een vaste baan combineert?

Ook uitzendwerk is gewoon een inkomen uit dienstbetrekking, dus de regel van één korting geldt ook daar. Werk je vast in deeltijd en daarnaast via een uitzendbureau, dan mag maar één van de twee werkgevers de korting toepassen. Hoe uitzenden werkt, lees je in technisch uitzendbureau.

Let op bij nieuwe uitzendklussen. Past je vaste werkgever de korting al toe, dan geef je aan de uitzendwerkgever door dat die de korting niet toepast. Dat doe je met hetzelfde formulier, bij vraag 2a.

Werk je via een payrollbedrijf, dan is dat bedrijf je werkgever op papier. Welke rechten je dan hebt, lees je in payroll in de techniek.

Wat doe je met de korting als je halverwege het jaar van baan wisselt?

Wisselt de ene vaste baan in de andere, dan regel je het opnieuw met je nieuwe werkgever. De Belastingdienst legt uit dat je het toepassen of stoppen met je werkgever afspreekt. Je laat dus de oude werkgever stoppen en geeft aan de nieuwe door of die de korting toepast.

Overlappen de twee banen even, bijvoorbeeld door een opzegtermijn waarin je al elders begint, dan mag de korting toch maar op één plek staan. Kies in die periode bewust welke werkgever de korting houdt. Zo voorkom je dat beide werkgevers hem tegelijk toepassen.

Pas je de korting nergens toe, dan krijg je hem later terug. Volgens de Belastingdienst krijg je dan na de aangifte alles in één keer uitbetaald, op zijn vroegst in juli na het belastingjaar. Dat is veilig, maar je loopt maandenlang een stuk netto loon mis.

Waarom moet je soms bijbetalen?

Een werkgever ziet alleen wat die zelf betaalt. Volgens de Belastingdienst weten werkgevers niet hoeveel je in totaal verdient. Daardoor kan een deel van je inkomen in een hogere schijf vallen. Het gevolg staat letterlijk op de pagina: „Het verschil tussen de korting die u hebt gekregen en waar u recht op hebt, moet u altijd bijbetalen.”

Een rekenvoorbeeld met twee banen van elk €25.000 per jaar. Alleen de algemene heffingskorting laat het verschil al zien: €3.115 − 6,398% × (€50.000 − €29.736) = €3.115 − €1.296 = €1.819 recht op een totaalinkomen van €50.000, terwijl je op papier 2 × €3.115 = €6.230 krijgt als beide werkgevers hem toepassen.

Het verschil is €6.230 − €1.819 = €4.411 aan korting waar je geen recht op hebt. Los daarvan speelt de schijf een rol. Volgens de tarieven van box 1 loopt schijf 1 in 2026 tot €38.883 tegen 35,75%, en schijf 2 tot €78.426 tegen 37,56%. Totaal €50.000 betekent €50.000 − €38.883 = €11.117 in schijf 2.

Dat deel kost €11.117 × (37,56% − 35,75%) ≈ €201 méér dan wanneer je het in schijf 1 had kunnen houden. Elke baan afzonderlijk blijft onder €38.883, dus geen van de twee werkgevers kan dit zien. Het blijft een rekenvoorbeeld op basis van de tabellen, geen berekening van jouw loonstrook.

Ook bij een lager totaalinkomen kan het misgaan. Bij een totaalinkomen van €40.000 is de algemene heffingskorting €3.115 − 6,398% × (€40.000 − €29.736) = €3.115 − €657 = €2.458. Verdien je dat met twee banen en past één werkgever de hoogste korting van €3.115 toe, dan scheelt dat €3.115 − €2.458 = €657.

Wat is een voorlopige aanslag en hoe vraag je die aan?

Een voorlopige aanslag is een manier om het bijbetalen te spreiden. Volgens de Belastingdienst geef je al je inkomens door en berekent de Belastingdienst wat je moet betalen. Je vraagt de aanslag aan via Mijn Belastingdienst met je DigiD, en je kunt hem in één keer of in maandelijkse termijnen betalen.

Hoe eerder je de aanslag aanvraagt, hoe lager de maandelijkse termijnen zijn. De termijnen lopen tot het einde van het jaar. Heb je dus al vroeg in het jaar twee inkomens, dan loont het om niet te wachten met aanvragen.

Zo betaal je het verschil al tijdens het jaar, in plaats van pas na de aangifte. De hoogte van de termijnen volgt uit de inkomens die je opgeeft. Daarom geef je altijd al je inkomens door, ook de kleine.

Hoe zie je de korting op je loonstrook?

Op je loonstrook staat of je loonheffingskorting krijgt. Zoek naar het woord korting, bijvoorbeeld arbeidskorting. Dat adviseert de Belastingdienst. Staat er geen korting, dan past die werkgever hem waarschijnlijk niet toe. Bij je tweede werkgever is dat precies de bedoeling.

Een rekenvoorbeeld voor de arbeidskorting. Verdien je €20.000 per jaar aan arbeidsinkomen, dan is de arbeidskorting in 2026 €996 + 31,009% × (€20.000 − €11.965) = €996 + €2.492 = €3.488. Zie je op je strook een heel ander bedrag, vraag het dan na bij je werkgever.

Wil je meer weten over de rest van de strook? Lees dan hoe je je loonstrook leest in de techniek. Wil je weten wat er na alle inhoudingen overblijft, kijk dan in bruto naar netto in de techniek.

Controleer in elk geval deze punten op de strook van je eerste en je tweede werkgever:

  • Staat er bij precies één werkgever een korting, zoals arbeidskorting?
  • Is de korting bij je andere werkgever gestopt?
  • Past het totaal van al je inkomens bij het bedrag aan korting dat je krijgt?
  • Heb je tijdig een voorlopige aanslag aangevraagd als je twee inkomens hebt?

Wat als je naast je baan zzp'er bent?

Combineer je loondienst met een eigen bedrijf, dan heb je inkomsten buiten de loonstrook. Voor een voorlopige aanslag geef je al je inkomens op, dus ook die. Of zzp of loondienst beter bij je past, lees je in zzp of loondienst als monteur.

Aftrekposten voor zzp'ers vallen buiten dit artikel. Wat je wel kunt checken, is je loon uit dienstbetrekking, bijvoorbeeld hoe je vakantiegeld in de techniek is opgebouwd.

#Salaris#Belasting#Loonstrook#Bijbaan

Was dit artikel nuttig?

Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Portret van Norick Engberts

Norick Engberts

Specialist techniek bij MijnTechCarrière

Bekijk alle artikelen van Norick →

Veelgestelde vragen

Nee. De Belastingdienst schrijft dat je de loonheffingskorting maar op 1 inkomen mag toepassen. Kies dus één werkgever die de korting toepast en laat de andere stoppen. Doe je dat niet, dan moet je het teveel aan korting achteraf bijbetalen.

Dan krijg je de korting terug na je aangifte inkomstenbelasting, op zijn vroegst in juli na het belastingjaar. Je krijgt dat bedrag in één keer uitbetaald. Het is veilig tegen bijbetalen, maar je hebt tijdens het jaar minder netto loon.

Nee. Volgens de Belastingdienst is de loonheffingskorting persoonsgebonden. Heb je een fiscale partner, dan verandert dat het bedrag van jouw korting niet. Je partner heeft een eigen korting, die op dezelfde manier wordt toegepast.

Je vraagt een voorlopige aanslag aan via Mijn Belastingdienst met je DigiD. Je geeft al je inkomens op en de Belastingdienst berekent wat je moet betalen. Je kunt in één keer of in termijnen betalen. Vraag je eerder aan, dan zijn de termijnen lager.

In 2026 is de hoogste algemene heffingskorting €3.115 voor mensen onder de AOW-leeftijd. Dat bedrag geldt bij een verzamelinkomen tot en met €29.736. Daarboven daalt het met 6,398% van het inkomen boven die grens.

Bronnen

  1. Belastingdienst(belastingdienst.nl)
  2. €3.115(belastingdienst.nl)
  3. maximale arbeidskorting €5.685(belastingdienst.nl)
  4. artikel 23 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964(wetten.overheid.nl)
  5. Belastingdienst(belastingdienst.nl)
  6. tarieven van box 1(belastingdienst.nl)

Lees ook