Een gereedschapsvergoeding is niet wettelijk verplicht, maar via de werkkostenregeling (WKR) van de Belastingdienst kan je werkgever gereedschap en werkkleding onbelast regelen, terwijl de Arbowet en het Arbobesluit vastleggen welke persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) je werkgever moet regelen. Dit artikel legt uit wanneer werkkleding en gereedschap onbelast blijven, hoeveel vrije ruimte je werkgever daarvoor heeft en wie de kosten draagt als je PBM nodig hebt.
Wat moet je werkgever vergoeden voor gereedschap en werkkleding?
Een algemene wettelijke plicht om gereedschap of werkkleding te vergoeden bestaat niet. De Arbowet verplicht je werkgever wel om te zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen als je werk dat vraagt. Voor gereedschap en werkkleding gelden daarnaast de afspraken in je cao of arbeidsovereenkomst, zoals in de cao Bouw & Infra en de cao Metaal en Techniek TI hieronder.
Werk je als zzp'er, dan koop je je gereedschap zelf en trek je de kosten af via je onderneming — zie zzp'er worden in de techniek voor de fiscale kant daarvan.
Wat is de werkkostenregeling en hoeveel vrije ruimte heeft je werkgever?
De werkkostenregeling (WKR) is de fiscale regeling waarmee je werkgever vergoedingen en verstrekkingen, zoals gereedschap of werkkleding, onbelast aan je kan geven. Daarvoor heeft je werkgever een vrije ruimte: een percentage van de totale loonsom dat belastingvrij besteed mag worden aan personeelsvoorzieningen, zonder dat het als loon van jou wordt gezien.
Voor 2026 geldt: over de loonsom tot en met €400.000 mag je werkgever 2,00% besteden als vrije ruimte, en over het meerdere 1,18%. Overschrijdt je werkgever die grens, dan geldt: "Dan moet u over het gedeelte dat boven de grens komt, 80% belasting betalen," aldus de Belastingdienst.
Wanneer telt werkkleding als onbelaste verstrekking?
Stelt je werkgever werkkleding ter beschikking, dan blijft die eigendom van de werkgever en geldt een nihilwaardering: de kleding is onbelast en gaat niet ten koste van de vrije ruimte. Dat geldt alleen voor echte werkkleding die je geheel of gedeeltelijk op het werk draagt. Vergoedt of verstrekt je werkgever kleding, dan is dat loon.
De Belastingdienst noemt dit een nihilwaardering: "werkkleding die u ter beschikking stelt (zie paragraaf 22.2.4 van het Handboek Loonheffingen)." Volgens paragraaf 22.2.4 van het Handboek Loonheffingen 2026 is kleding werkkleding als die (bijna) alleen geschikt is om tijdens het werk te dragen, als er logo's van de werkgever van samen minstens 70 cm² per kledingstuk op zitten, als die aantoonbaar op de werkplek achterblijft, als het een uniform of overall is, of als de Arbowet die voorschrijft, zoals veiligheidsschoenen. Vergoedt of verstrekt je werkgever kleding, dan kan die het bedrag wel onder de vrije ruimte brengen, zodat je er zelf geen belasting over betaalt.
Welk gereedschap valt onder de gerichte vrijstelling?
Naast werkkleding kent de werkkostenregeling ook een gerichte vrijstelling voor gereedschap dat je redelijkerwijs nodig hebt voor je werk. Denk aan handgereedschap of meetapparatuur: vindt je werkgever het redelijkerwijs nodig voor je werk en geef je het terug of betaal je de restwaarde als je het niet meer nodig hebt, dan valt het buiten de vrije ruimte.
De Belastingdienst geeft een concreet voorbeeld uit de techniek: "Onder gereedschappen vallen bijvoorbeeld een pneumatisch nietpistool voor een timmerman en kalibreerapparaat dat nodig is om gereedschap bedrijfsklaar te houden," naast "noodzakelijke gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en andere apparatuur," aldus de werkkostenregeling.
- Handgereedschap zoals boormachines, slijptollen en nietpistolen
- Meet- en kalibreerapparatuur die nodig is om ander gereedschap bedrijfsklaar te houden
- Mobiele communicatiemiddelen die je nodig hebt voor je werk
- Computers en tablets die je voor je functie gebruikt
Die voorwaarden staan in paragraaf 22.1.7 van het Handboek Loonheffingen 2026: de voorziening is naar het redelijke oordeel van de werkgever noodzakelijk voor je werk, je geeft die terug of betaalt de restwaarde als je die niet meer nodig hebt, en de voorziening maakt geen deel uit van een cafetariaregeling.
Sommige cao's spreken bovenop deze fiscale regels ook een vaste gereedschapsvergoeding af. In de cao Bouw & Infra krijgen timmerlieden en straatmakers die eigen handgereedschap gebruiken per 1 januari 2026 €0,96 netto per gewerkte dag, en metselaars en tegelzetters €0,68 netto per dag Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, FNV. Bekijk cao Bouw & Infra 2026: loon en salarisschalen voor de volledige loonschalen, of lees hoe reisurenvergoeding in de techniek werkt.
Hoe bouwt deze gereedschapsvergoeding in de cao Bouw & Infra verder op tot 2027?
Deze gereedschapsvergoeding staat met een bedrag per ingangsdatum vast in tabel 5.5 van de cao; de laatste verhoging in deze cao gaat in op 1 januari 2027. Het bedrag hangt niet af van hoeveel gereedschap je daadwerkelijk aanschaft, maar geldt als vaste dagvergoeding zolang je verplicht eigen handgereedschap gebruikt voor je werk.
Artikel 5.5 van de cao regelt dit recht zo: "Moet de timmerman, straatmaker, metselaar of tegelzetter eigen handgereedschap gebruiken? Dan heeft hij recht op een gereedschapvergoeding volgens tabel 5.5," aldus cao Bouw & Infra 2025-2027, FNV. Dit recht vervalt zodra je werkgever het gereedschap zelf verstrekt of ter beschikking stelt.
- 1 januari 2025: €0,88 (timmerman/straatmaker) en €0,62 (metselaar/tegelzetter) netto per gewerkte dag
- 1 mei 2025: €0,91 en €0,64, en 1 juli 2025: €0,92 en €0,65 netto per gewerkte dag
- 1 januari 2026: €0,96 en €0,68 netto per gewerkte dag
- 1 januari 2027: €0,97 en €0,69 netto per gewerkte dag
Wil je werkgever liever een andere regeling toepassen dan de vaste tabelbedragen, dan kan die dat alleen afspreken met de ondernemingsraad, zoals bedoeld in artikel 10.9 van de cao Bouw & Infra over afwijken van de cao. Die afwijkende regeling moet per saldo ten minste gelijkwaardig zijn aan de cao-regeling. Zonder zo'n afspraak geldt tabel 5.5.
Krijg je ook een vergoeding voor werkkleding volgens de cao Bouw & Infra?
Naast handgereedschap regelt de cao Bouw & Infra ook een aparte vergoeding voor werkkleding. Stelt je werkgever geen werkkleding beschikbaar en verstrekt de werkgever die ook niet, dan heb je per 1 januari 2026 recht op €1,10 netto per gewerkte dag, en voor het heibedrijf €1,22.
De cao legt dit vast in artikel 5.17: "De kosten van de noodzakelijke werkkleding zijn voor de werkgever. De werkgever kan deze werkkleding aan de bouwplaatswerknemer verstrekken of die aan hem ter beschikking stellen. Doet hij dit niet? Dan heeft de werknemer recht op een werkkledingvergoeding volgens tabel 5.17," aldus cao Bouw & Infra 2025-2027, FNV. Voor laarzen geldt per 1 januari 2026 een aparte vergoeding van €0,68 netto per gewerkte dag, of €0,56 als het uitsluitend om knielaarzen gaat; voor laarzen én oliegoed bij kust- en oeverwerken is dat €1,41.
Wat zijn persoonlijke beschermingsmiddelen en wie betaalt ervoor?
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), zoals een veiligheidsbril, gehoorbescherming of een valharnas, beschermen je tegen risico's die niet op een andere manier zijn weg te nemen. De Arbowet verplicht je werkgever ervoor te zorgen dat je werk geen gevaar oplevert voor je veiligheid en gezondheid, en dus ook voor passende PBM als dat nodig is.
Zo staat het beschreven: "De Arbowet verplicht werkgevers ervoor te zorgen dat de werkzaamheden geen gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers," aldus Arboportaal. Het Arbeidsomstandighedenbesluit werkt dit verder uit in Hoofdstuk 8: artikel 8.2 gaat over de keuze van het juiste beschermingsmiddel en artikel 8.3 over de beschikbaarheid en het gebruik ervan op de werkvloer.
In de bouw is dit ook cao-recht: verstrekt je werkgever geen persoonlijke beschermingsmiddelen op de bouwplaats, dan mag je volgens de cao Bouw & Infra niet werken, zonder dat dit gevolgen heeft voor je loon. "Doet de werkgever dit niet? Dan mag de werknemer niet op de bouwplaats werken. Dit heeft geen gevolgen voor zijn loon," aldus artikel 7.3.2 van de cao Bouw & Infra. Gebruik je de verstrekte beschermingsmiddelen zelf niet, dan mag je werkgever je wél wegsturen, en dan wordt het loon over die niet-gewerkte uren niet doorbetaald.
Hoe regelt de cao Metaal en Techniek TI gereedschap en veiligheid in de installatiesector?
Werk je niet in de bouw maar in de installatietechniek, dan valt je werkgever mogelijk onder de cao Metaal en Techniek TI voor het Technisch Installatiebedrijf in plaats van de cao Bouw & Infra. Die regelt gereedschapsvergoeding niet met een vast bedrag per dag, maar via een algemene verplichting tot een redelijke vergoeding.
De cao stelt het zo: "De werkgever verstrekt de werknemer een redelijke vergoeding voor het door de werknemer zelf aangeschafte en naar de richtlijnen van de onderneming benodigde gereedschap, behoudens in die gevallen waarin de werkgever het gereedschap ter beschikking stelt," aldus artikel 82 van de cao Metaal en Techniek TI. Anders dan bij de vaste tabelbedragen van de cao Bouw & Infra ligt de hoogte van deze vergoeding dus niet vast; die hangt af van wat redelijk is voor het specifieke gereedschap dat je nodig hebt, bijvoorbeeld als installatiemonteur.
Ook de veiligheid van gereedschap en machines ligt bij de werkgever: "De werkgever heeft de verplichting de lokaliteiten waarin wordt gewerkt alsmede het gereedschap en de machinerieën waarmee wordt gewerkt zodanig te doen zijn dan er redelijkerwijs, in verband met de aard van het werk, een voldoende bescherming bestaat voor de werknemer tegen ongevallen en gezondheidsschade," aldus Bijlage 1 bij artikel 8 van de cao Metaal en Techniek TI.
Krijg je een onbelaste vergoeding als je met eigen vervoer reist voor werk?
Rijd je met eigen vervoer naar wisselende werkplekken of klanten om bijvoorbeeld gereedschap te vervoeren, dan mag je werkgever je dit sinds 1 januari 2026 onbelast vergoeden tot €0,25 per kilometer. Deze gerichte vrijstelling staat los van de vrije ruimte en telt dus niet mee voor de eindheffing.
In een nieuwsbericht van 25 juni 2026 meldt de Belastingdienst dat het kabinet de vrijstelling verhoogt van €0,23 naar €0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 en vooruitlopend op het Belastingplan 2027: "Daardoor kunt u nu al € 0,25 per kilometer onbelast vergoeden."
Wat gebeurt er als je gereedschap kapot gaat?
Is het gereedschap van je werkgever en maak je het bij je werk kapot, dan ben je daar volgens artikel 7:661 BW niet aansprakelijk voor, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Afwijken daarvan ten nadele van jou kan alleen schriftelijk en alleen voor zover je ervoor verzekerd bent.
Werk je als zzp'er, dan ligt dat risico juist bij jou: koop je eigen gereedschap zelf, dan draag je ook zelf de kosten van onderhoud, reparatie en vervanging — reken dit mee in je uurtarief als zzp'er in de techniek.
Waar controleer je wat jouw werkgever precies moet vergoeden?
De exacte afspraken over gereedschap en werkkleding staan in je cao, personeelshandboek of arbeidsovereenkomst, en verschillen per sector en werkgever. Werk je bijvoorbeeld als monteur of installatiemonteur, vraag dan je leidinggevende of HR-afdeling naar de concrete regeling die voor jou geldt.
Wil je weten hoe gereedschaps- en werkkledingafspraken zich verhouden tot je totale beloning, bekijk dan wat je verdient in de techniek of de actuele technische vacatures als je toe bent aan een nieuwe werkgever. Ook je pensioen hoort bij je arbeidsvoorwaarden: lees hoe dat werkt bij bpfBOUW in de bouw en bij PMT in de metaal- en technieksector.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
Nee, een gereedschapsvergoeding is niet wettelijk verplicht. Wel moet je werkgever zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen als je werk daarom vraagt, en regelen cao's zoals de cao Bouw & Infra en de cao Metaal en Techniek TI afspraken over gereedschap en werkkleding. Check daarom altijd je eigen cao of arbeidsovereenkomst voor de exacte regeling.
In 2026 mag je werkgever 2,00% van de loonsom tot en met €400.000 onbelast besteden aan personeelsvoorzieningen, en 1,18% over het bedrag daarboven. Overschrijdt je werkgever deze vrije ruimte, dan betaalt die 80% eindheffing over het teveel bestede bedrag.
Nee. Werkkleding die je werkgever ter beschikking stelt en die je op het werk draagt, valt onder een nihilwaardering en gaat niet ten koste van de vrije ruimte. Denk aan een overall, veiligheidsschoenen of kleding met een bedrijfslogo van minstens 70 cm². Vergoedt of verstrekt je werkgever kleding, dan is dat loon.
Is het gereedschap van je werkgever en maak je het bij je werk kapot, dan ben je volgens artikel 7:661 BW niet aansprakelijk, tenzij de schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Werk je als zzp'er met eigen gereedschap, dan betaal je reparatie en vervanging zelf.
Ja, sinds 1 januari 2026 mag je werkgever tot €0,25 per kilometer onbelast vergoeden voor zakelijke ritten met eigen vervoer, bijvoorbeeld om gereedschap te vervoeren naar wisselende werkplekken. Deze vergoeding staat los van de vrije ruimte in de werkkostenregeling.
Per 1 januari 2027 stijgt de gereedschapsvergoeding in de cao Bouw & Infra naar €0,97 netto per dag voor timmerlieden en straatmakers, en €0,69 voor metselaars en tegelzetters. De werkkledingvergoeding stijgt in diezelfde periode naar €1,12 per dag.
Ja, maar niet met een vast bedrag per dag zoals in de bouw. De cao Metaal en Techniek TI verplicht je werkgever tot een redelijke vergoeding voor gereedschap dat je zelf moet aanschaffen, tenzij de werkgever dit gereedschap zelf verstrekt of ter beschikking stelt.
Bronnen
- de Belastingdienst(belastingdienst.nl)
- Handboek Loonheffingen 2026(download.belastingdienst.nl)
- Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027, FNV(fnv.nl)
- Arboportaal(arboportaal.nl)
- Arbeidsomstandighedenbesluit(wetten.overheid.nl)
- artikel 82 van de cao Metaal en Techniek TI(fnv.nl)
- nieuwsbericht van 25 juni 2026(belastingdienst.nl)
- artikel 7:661 BW(wetten.overheid.nl)



