De cao Bouw & Infra is de collectieve arbeidsovereenkomst voor bouwplaats- en uta-werknemers in de bouw- en infrasector, afgesproken door Bouwend Nederland, FNV Bouwen en Wonen en CNV Vakmensen. De huidige cao loopt van 1 januari 2025 tot en met 31 maart 2027 en regelt loonsverhogingen, salarisschalen per functiegroep, de starttabel voor nieuwe werknemers, reiskostenvergoeding, het individueel budget, pensioenopbouw via bpfBOUW en de zwaarwerkregeling. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
Wat is de cao Bouw & Infra en wie vallen eronder?
De cao Bouw & Infra geldt voor bouwplaatswerknemers en uta-werknemers (uitvoerend, technisch en administratief personeel) bij bedrijven in de bouw- en infrasector. Werkgeversorganisatie Bouwend Nederland onderhandelt namens werkgevers; FNV Bouwen en Wonen en CNV Vakmensen namens werknemers. De huidige cao loopt 27 maanden, van 1 januari 2025 tot en met 31 maart 2027. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
Denk je aan werken als bouwplaatswerknemer, bijvoorbeeld als timmerman, metselaar, stratenmaker of betonvlechter? Bekijk dan ook wat een timmerman verdient voor een concreet voorbeeld. Werk je op kantoor of als calculator, uitvoerder of projectleider? Dan val je onder de uta-regeling, met een eigen salaristabel per functieniveau.
Voor welke bedrijven geldt de werkingssfeer van de cao Bouw & Infra niet?
Artikel 10.3.1 sluit meer dan twintig branches uit van deze cao, zoals baggerwerken, betonmortel, dakbedekkingen, isolatiebedrijf, loodgieters- en fittersbedrijf, schilderen en afwerken, staalskeletbouw en stukadoorswerk. De uitsluiting geldt alleen als een bedrijf daar in overwegende mate op is gericht (cao Bouw & Infra, artikel 10.3.1).
In de cao-tekst staat: "Of sprake is van 'in overwegende mate', wordt bepaald door een vergelijking van de in elke productie en/of dienstverlening verloonde bedragen." (artikel 10.3.1). Het is dus geen vaste knop die per klus omslaat, maar een jaarlijkse verhouding tussen de loonsom die een bedrijf besteedt aan uitgesloten werk en aan regulier bouw- en infrawerk. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
- Baggerwerken en cultuurtechnische werkzaamheden onder de cao Groen, Grond en Infrastructuur zijn uitgesloten.
- Dakbedekkingen, isolatiebedrijf en loodgieters- en fittersbedrijf zijn uitgesloten.
- Schilderen en afwerken, stukadoors-, afbouw- en terrazzobedrijf zijn uitgesloten.
- Staalskeletbouw en sloop van overwegend metalen objecten zijn uitgesloten.
- Railinfrastructurele werkzaamheden onder de cao Railinfrastructuur zijn uitgesloten.
- Verhuren van mobiele kranen is uitgesloten.
Steigerbouw en bouwplaatstimmerwerk staan niet op deze uitsluitingslijst en vallen dus gewoon onder de cao Bouw & Infra, ook al lijken ze qua werk soms op wél uitgesloten branches zoals fabrieksmatig timmerwerk of interieurbetimmeringen. Bekijk wat een steigerbouwer verdient voor een concreet voorbeeld (cao Bouw & Infra, artikel 10.3.1).
Hoeveel loonsverhoging krijg je in de cao Bouw & Infra 2026?
De lonen in de cao Bouw & Infra stegen al in drie stappen: 3,5% per 1 mei 2025, 1% per 1 juli 2025 en 4% per 1 januari 2026. Per 1 januari 2027 volgt nog een vierde stap van 1,5%. Over de volledige looptijd van 27 maanden komt dat uit op ongeveer 10% loonsverhoging. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
- Per 1 mei 2025 stegen de lonen structureel met 3,5%.
- Per 1 juli 2025 kwam daar 1% bovenop.
- Per 1 januari 2026 volgde een verhoging van 4%.
- Per 1 januari 2027 stijgen de lonen nog eens met 1,5%.
Hans Crombeen, bestuurder FNV Bouwen en Wonen, noemt de uitkomst een resultaat boven de inflatie: "Ik ben blij dat we een loonsverhoging hebben kunnen afspreken boven de inflatie: 10% over de looptijd." Bron: FNV, overeenstemming over nieuwe cao Bouw en Infra.
Wat zijn de salarisschalen voor bouwplaatswerknemers per functiegroep?
Elke bouwplaatswerknemer vanaf 21 jaar valt in functiegroep A tot en met E, waarbij zwaarder werk een hogere groep en een hoger garantie-uurloon oplevert. Sinds 1 januari 2026 begint dat bij €18,95 per uur in groep A en loopt het op tot €23,78 in groep E, met dezelfde structurele verhogingen voor alle groepen. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
- Functiegroep A verdient €18,95 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functiegroep B verdient €20,02 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functiegroep C verdient €21,24 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functiegroep D verdient €22,68 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functiegroep E verdient €23,78 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
Tabel 4.2 toont de volledige opbouw sinds het begin van deze cao. Functiegroep A begon op €17,43 op 1 januari 2025 en steeg via €18,04 (mei 2025) en €18,22 (juli 2025) naar €18,95 in januari 2026; per 1 januari 2027 komt daar nog €19,23 bij. Functiegroep E volgt dezelfde stappen: €21,87, €22,64, €22,87, €23,78 en tot slot €24,14 vanaf 1 januari 2027 (cao Bouw & Infra, tabel 4.2).
Tabel 4.2 heeft geen aparte kolom voor 1 juli 2026: de garantielonen van 1 januari 2026 (A €18,95 tot en met E €23,78) blijven daarom het hele jaar ongewijzigd staan, tot de volgende stap op 1 januari 2027. Andere onderdelen van de cao, zoals de starttabel uit artikel 4.5, kennen dat halfjaar wél een eigen kolom (cao Bouw & Infra, tabel 4.2).
Werk je nog met een bbl 3-diploma voor 18 tot en met 20 jaar? Dan gold tot 1 mei 2025 nog een apart, lager garantieloon uit tabel 4.3; sindsdien krijg je gewoon het garantieloon van je functiegroep uit tabel 4.2, net als iedere werknemer van 21 jaar of ouder (cao Bouw & Infra, artikel 4.2.1 en 4.3.1).
Wat verdient een uta-werknemer volgens de cao Bouw & Infra?
Een uta-werknemer van 21 jaar of ouder krijgt salaris volgens zijn functieniveau, van niveau 1 tot en met 6. Per 1 januari 2026 loopt het salaris uiteen van €15,77 tot €20,54 per uur in niveau 1 tot €29,22 tot €40,81 per uur in niveau 6. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
- Functieniveau 1 verdient €15,77 tot €20,54 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functieniveau 2 verdient €17,26 tot €22,82 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functieniveau 3 verdient €19,19 tot €25,69 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functieniveau 4 verdient €21,70 tot €29,49 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functieniveau 5 verdient €24,97 tot €34,43 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
- Functieniveau 6 verdient €29,22 tot €40,81 bruto per uur vanaf 1 januari 2026.
Wat is de starttabel en waarom staat er "nntb" in de tabel?
Heb je nog nooit eerder in de bouw & infra gewerkt? Dan geldt maximaal een jaar de starttabel uit artikel 4.5, tegen een lager uurloon. In de cao-tabel staat voor 21-jarigen en ouder €15,77 in het eerste halfjaar en €16,83 in het tweede halfjaar vanaf 1 januari 2026, inmiddels ingehaald door een nieuwere loontabel (cao Bouw & Infra, tabel 4.5).
Een halfjaar eerder, vanaf 1 juli 2025, lagen die bedragen nog op €15,36 en €16,31. De starttabel volgt dus dezelfde stapsgewijze verhogingen als de rest van de cao, alleen op een lager niveau dan het garantieloon uit tabel 4.2 (cao Bouw & Infra, tabel 4.5).
In de cao-tekst zelf staat voor de kolommen van 1 juli 2026 en 1 januari 2027 nog altijd letterlijk "nntb": nog niet te bepalen, omdat het Wml op die peildata nog niet vaststond (voetnoot bij tabel 4.5). Voor 1 juli 2026 is dat inmiddels ingehaald: de meest recente loontabel van Technisch Bureau Bouw & Infra, van mei 2026, vult die kolom wél in. Voor 1 januari 2027 staat de kolom nog altijd leeg (cao Bouw & Infra, artikel 4.5.2; Loontabellen bouwplaatswerknemer, cao Bouw & Infra 2025-2027, tbbouwinfra.nl).
Artikel 4.5.2 geeft de rekenregel: het eerste halfjaar is het Wml plus 25% van het verschil tussen het garantieloon van functiegroep A (tabel 4.2, 21 jaar of ouder) en het Wml; het tweede halfjaar is het Wml plus 50% van dat verschil. Met het Wml van €14,99 sinds 1 juli 2026 en groep A op €18,95 komt dat uit op ongeveer €15,98 in het eerste halfjaar en €16,97 in het tweede halfjaar. Die uitkomst staat intussen ook zo in de meest recente loontabel van Technisch Bureau Bouw & Infra (mei 2026); voor 1 januari 2027 is nog geen tabel gepubliceerd, omdat het Wml voor die datum nog niet vaststaat (Loontabellen bouwplaatswerknemer, cao Bouw & Infra 2025-2027, tbbouwinfra.nl).
Wat is een prestatietoeslag en mag je die combineren met het garantieloon?
Bovenop het garantieloon mag de werkgever een prestatietoeslag betalen. Die toeslag kan gekoppeld zijn aan een prestatiebevorderend systeem, maar alleen als de werknemer daarmee instemt, en de afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Werknemers jonger dan 18 jaar mogen niet in tarief werken (cao Bouw & Infra, artikel 4.6.1).
Een eenmaal overeengekomen prestatietoeslag mag niet worden verlaagd om een verhoging van het garantieloon te compenseren. Alleen als een werknemer wordt overgeplaatst naar een hogere functiegroep, mag de werkgever de toeslag wél verrekenen met het hogere garantieloon (cao Bouw & Infra, artikel 4.6.2).
Wat regelt de cao voor reiskosten en gereedschap?
Bouwplaatswerknemers krijgen reiskostenvergoeding als hun woon-werkverkeer meer dan 15 kilometer per dag bedraagt: €0,32 per kilometer met de auto, €0,22 met de motor. Uta-werknemers krijgen €0,23 per kilometer woon-werkverkeer. Wie eigen handgereedschap gebruikt, krijgt daarnaast een nettovergoeding per gewerkte dag. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
- Fietsers krijgen €0,80 per dag reiskostenvergoeding.
- Automobilisten krijgen €0,32 per kilometer.
- Motorrijders krijgen €0,22 per kilometer.
- Timmerlieden en straatmakers krijgen €0,96 netto per gewerkte dag handgereedschapvergoeding vanaf 1 januari 2026.
- Metselaars en tegelzetters krijgen €0,68 netto per gewerkte dag vanaf 1 januari 2026.
Geef je op de bouwplaats leiding aan minstens vijf andere werknemers? Dan krijg je als voorman een aparte toeslag, per 1 januari 2026 €87,50 per week in de functiegroepen A tot en met D en €43,50 per week voor de voorman steigerbouw in functiegroep E (cao Bouw & Infra, tabel 5.16).
Hoeveel vakantiedagen en vakantietoeslag krijg je?
Werknemers van 18 jaar en ouder bouwen 25 vakantiedagen per jaar op: 20 wettelijke dagen en 5 bovenwettelijke dagen. Daarnaast betaalt de werkgever 8% vakantietoeslag over het vast overeengekomen loon of salaris, met een minimum volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
Naast de vijf bovenwettelijke vakantiedagen tellen ook drie compensatiedagen voor kort verzuim en tien roostervrije dagen voor bouwplaatswerknemers (vijf voor uta-werknemers) mee in het individueel budget, dat hierna apart wordt uitgelegd. Pensioen loopt via bpfBOUW, het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouw (cao Bouw & Infra, artikel 4.14.2).
Hoe werkt het individueel budget en het tijdspaarfonds?
Iedere werknemer bouwt een individueel budget op uit drie onderdelen: duurzame inzetbaarheid, dagen en vakantietoeslag. De werkgever stort dit iedere betalingsperiode op de rekening van de werknemer bij het tijdspaarfonds, binnen veertien dagen na afloop van de periode (cao Bouw & Infra, artikel 4.14.1 en 4.14.4).
- Duurzame inzetbaarheid: 4,51% van het loon voor bouwplaatswerknemers, 2,30% voor uta-werknemers, sinds 1 januari 2026.
- Dagen: 18 dagen loon voor bouwplaatswerknemers, 13 dagen voor uta-werknemers.
- Vakantietoeslag: 8,00% van het loon voor beide groepen.
Neemt een werknemer zijn opgebouwde dagen niet vóór het einde van het kalenderjaar op, dan vervallen ze en mag hij ze niet meenemen naar het volgende jaar. Bij leerlingwerknemers betaalt de werkgever geen budget voor duurzame inzetbaarheid, omdat dat al in hun brutoloon is verwerkt (cao Bouw & Infra, artikel 4.14.3 en 4.14.5).
Hoeveel pensioenpremie betaal je via bpfBOUW?
Elke werkgever in de bouw- en infrasector is verplicht aangesloten bij bpfBOUW, het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouwnijverheid. De cao delegeert de hoogte van de premie aan bpfBOUW zelf, en voor 2026 bedraagt de totale pensioenpremie voor Bouw & Infra 25,93% van de pensioengrondslag (bpfBOUW, pensioenreglement 2026).
Artikel 4.16.3 van de cao noemt zelf nog 25,73% (cao Bouw & Infra, artikel 4.16.3), maar de eerste bullet van dat artikel bepaalt dat bpfBOUW de premiehoogte jaarlijks vaststelt: het pensioenreglement van het fonds is dus leidend. Dat reglement geeft 25,93% voor de sectoren Bouw & Infra, Afbouw, Timmerindustrie en Betonpompen; alleen in Baksteen en Bikudak, waar geen arbeidsongeschiktheidspensioen wordt opgebouwd, blijft het bij 25,73%. Bron: bpfBOUW, pensioenreglement 2026.
Voor het ouderdomspensioen specifiek hanteert bpfBOUW in 2026 een franchise van €19.172 en een maximaal pensioengevend loon van €82.494,75; over het loon tussen die twee grenzen geldt daarbij een premiefactor van 0,22. Bron: bpfBOUW, rekenregels ouderdomspensioen cao Bouw & Infra 2026.
Die premiefactor van 0,22 spreekt de 25,93% niet tegen: 0,22 is de component 'inleg in de pensioenpot' uit het reglement, terwijl 25,93% de optelsom is van vijf onderdelen: 22,00% inleg in de pensioenpot, 1,67% risicodekking partner- en wezenpensioen, 1,07% risicodekking inleg en gedeeltelijke dekking bij arbeidsongeschiktheid, 0,99% uitvoeringskosten en 0,20% risicodekking arbeidsongeschiktheidspensioen. Bron: bpfBOUW, pensioenreglement 2026.
De verdeling van die premie hangt af van je functie. Als bouwplaatswerknemer betaalt de werkgever 65,6% en jij 34,4%, tot een grenspercentage van 22,2%; daarboven wordt het fifty-fifty. Als uta-werknemer betaalt de werkgever 60,6% en jij 39,4%, tot een grenspercentage van 20,8%, met dezelfde fifty-fifty verdeling daarboven (cao Bouw & Infra, tabel 4.16.3).
Sinds 1 januari 2026 zijn de tot en met 2025 opgebouwde pensioenaanspraken ingevaren in een nieuwe regeling, de Solidaire Premieregeling, waarbij je vanaf die datum je eigen persoonlijke pensioenvermogen opbouwt in plaats van een middelloonregeling (cao Bouw & Infra, artikel 4.16.2).
Hoe lang is de normale werkweek in de cao Bouw & Infra?
De basisregeling arbeidsduur geldt voor alle werknemers en gaat uit van gemiddeld 40 uur per werkweek en gemiddeld 8 uur per dag, gemeten over 13 weken. Het dagvenster voor bouwplaatswerknemers loopt van 07.00 tot 19.00 uur, en bij tijwerk van 06.00 tot 19.00 uur (cao Bouw & Infra, tabel 2.2).
Voor infraprojecten kan de kaderregeling de basisregeling verruimen: dan geldt een gemiddelde van 40 uur per kalenderweek, gemeten over maximaal 52 weken in plaats van 26. Werk je in verschoven uren infra, dan loopt de toeslag op van 30% doordeweeks 's nachts tot 100% op zondag en op feestdagen (cao Bouw & Infra, tabel 5.15).
Wat verandert er in de zwaarwerkregeling (RVU)?
De zwaarwerkregeling, ofwel de RVU-regeling voor vervroegd uittreden bij zwaar werk, wordt voor onbepaalde tijd verlengd. Per 1 januari 2026 ging de uitkering met €250 bruto per maand omhoog, bovenop de gebruikelijke indexering. Bron: CNV, nieuwe cao Bouw en Infra is een feit.
Waarom die verbetering er kwam, legde CNV-bestuurder Gijs Lokhorst bij het akkoord zelf uit: „Daarom ben ik blij dat we de werkgevers hebben kunnen overtuigen om de huidige RVU-regeling niet alleen voor onbepaalde tijd te verlengen, maar ook nog eens financieel te verbeteren. We hebben daarmee een grote wens van onze leden gerealiseerd." Aan werkgeverszijde noemde onderhandelingsvoorzitter George Raessens het resultaat „een stevig fundament om samen verder te bouwen aan de toekomst" (FNV, overeenstemming over nieuwe cao Bouw & Infra).
De nieuwe cao BTER Bouw & Infra, die de zwaarwerkregeling uitvoert, loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027.
Hoe verhoudt de cao Bouw & Infra zich tot andere technische cao's?
De cao Bouw & Infra staat los van andere technische cao's, die voor andere sectoren gelden. Werk je als installatiemonteur of elektricien, dan val je meestal onder een andere cao dan een timmerman of metselaar op de bouwplaats. Bekijk salarissen in de techniek per branche voor een breder overzicht.
Werk je bij een installatiebedrijf? Dan geldt CAO Technisch Installatiebedrijf 2026: dit verandert, onderdeel van dezelfde onderhandelingsronde als Cao Metaal en Techniek 2026: loonsverhoging op een rij. Werk je in de metaal- en elektrotechnische industrie? Dan val je onder CAO Metalektro 2026: loonschalen en loonsverhoging, met eigen salarisgroepen A tot en met K.
Werk je liever met zwaar materieel, bijvoorbeeld als steigerbouwer of grondwerker? Bekijk dan wat een steigerbouwer verdient of wat een metselaar verdient om lonen te vergelijken.
Was dit artikel nuttig?
Laat het ons weten — zo maken we onze artikelen beter.

Veelgestelde vragen
De loonsverhoging van 4% ging in per 1 januari 2026 en geldt voor zowel bouwplaatswerknemers als uta-werknemers. Dit is de derde van vier structurele verhogingen in de cao Bouw & Infra 2025-2027, na de stappen van 3,5% in mei 2025 en 1% in juli 2025.
Een bouwplaatswerknemer werkt fysiek op de bouwplaats, bijvoorbeeld als timmerman of metselaar, en valt onder functiegroep A tot en met E. Een uta-werknemer werkt uitvoerend, technisch of administratief, bijvoorbeeld als calculator of uitvoerder, en valt onder functieniveau 1 tot en met 6 met een eigen salaristabel.
Artikel 10.3.1 sluit meer dan twintig branches uit, zoals dakbedekkingen, isolatiebedrijf, schilderen en staalskeletbouw, maar alleen als een bedrijf daar in overwegende mate op gericht is. Steigerbouw en bouwplaatstimmerwerk staan niet op deze lijst en vallen dus gewoon onder de cao.
De starttabel geldt maximaal een jaar voor werknemers die nog niet eerder in de bouw & infra werkten, met een lager uurloon dan het garantieloon. In de cao-tekst staat "nntb" (nog niet te bepalen) bij de kolommen voor 1 juli 2026 en 1 januari 2027, maar de meest recente loontabel van Technisch Bureau Bouw & Infra vult de kolom voor 1 juli 2026 inmiddels in; voor 1 januari 2027 is het bedrag nog altijd niet bekend.
Een bouwplaatswerknemer krijgt reiskostenvergoeding zodra het woon-werkverkeer meer dan 15 kilometer per dag bedraagt. Reist hij met de auto, dan is dat €0,32 per kilometer; met de motor €0,22 per kilometer en met de fiets €0,80 per dag, volgens de cao Bouw & Infra.
Voor 2026 bedraagt de totale pensioenpremie voor Bouw & Infra 25,93% van de pensioengrondslag, vastgesteld door bpfBOUW. Als bouwplaatswerknemer betaal je daarvan 34,4% tot een grenspercentage van 22,2%, en daarna fifty-fifty met je werkgever; voor uta-werknemers gelden net iets andere percentages.
Voor het ouderdomspensioen hanteert bpfBOUW in 2026 een franchise van €19.172 en een maximaal pensioengevend loon van €82.494,75, met een premiefactor van 0,22 over het loon daartussen. Dit cijfer geldt naast, en spreekt niet tegen, de totale premie van 25,93% die ook vier andere onderdelen omvat.
De zwaarwerkregeling, ook wel RVU-regeling genoemd, laat werknemers met zwaar werk eerder stoppen met werken. De cao Bouw & Infra verlengt deze regeling voor onbepaalde tijd en verhoogt de uitkering per 1 januari 2026 met €250 bruto per maand bovenop de gebruikelijke indexering.
De cao Bouw & Infra loopt 27 maanden, van 1 januari 2025 tot en met 31 maart 2027. In die periode stijgen de lonen in vier stappen met in totaal ongeveer 10%, boven op de eerdere afspraken uit 2025.
Bronnen
- Bron: cao Bouw & Infra 2025-2027(fnv.nl)
- Bron: FNV, overeenstemming over nieuwe cao Bouw en Infra(fnv.nl)
- Loontabellen bouwplaatswerknemer, cao Bouw & Infra 2025-2027, tbbouwinfra.nl(tbbouwinfra.nl)
- bpfBOUW, pensioenreglement 2026(bpfbouw.nl)
- Bron: bpfBOUW, rekenregels ouderdomspensioen cao Bouw & Infra 2026(bpfbouw.nl)
- Bron: CNV, nieuwe cao Bouw en Infra is een feit(cnv.nl)



